Koninklijke
Kynologische Unie St.-Hubertus
340.
Internationaal Gebruikshondenprogramma
G.H.P.
Afkortingen:
F.C.I.
Internationale Kynologische Federatie
G.H.P.
Reglement voor het Internationaal
Gebruikshondenprogramma
NKO
Nationale Kynologische Organisatie
OKT
Opleidingskenteken
KM
Keurmeester
WL
Wedstrijdleider
PW
Pakwerker
HG
Geleider
SL
Spoorlegger
MB
Mondeling bevel
DZB
Driftverhoudingen, Zelfverzekerdheid, Belastbaarheid
Geldigheid
Dit
reglement werd door de kommissie van de F.C.I. uitgewerkt en
door de F.C.I. op 09.03.2002 in Baunatal goedgekeurd en
aanvaard. Dit reglement treedt in werking op 01.01.2003 en
vervangt alle vorige reglementen.
Dit
reglement werd in de Duitse taal door de Kommissie uitgewerkt.
In geval van geschil, in het bijzonder n.a.v. vertaalde
versies van het reglement, is de Duitse tekst bepalend.
Dit
reglement geldt voor alle leden van de F.C.I. Alle wedstrijden
en tornooien zijn aan dit reglement onderworpen.
Algemeen
Wedstrijden
en proeven moeten twee doelstellingen nastreven.
Enerzijds
zal door zijn deelname aan de proeven vastgesteld worden of de
hond de eigenschappen bezit die nodig zijn voor nutsgebruik.
Anderzijds zal de betrokken hond door het slagen in de proeven
aantonen dat zijn kwaliteiten als gebruikshond van generatie
op generatie worden doorgegeven en zelfs verbeterd worden.
Daarenboven zorgen de proeven voor het behoud en de
bevordering van de gezondheid en het uithoudingsvermogen. De
deelname aan de proeven zal de fokgeschiktheid van de hond
bewijzen.
De
NKO wordt aanbevolen het G.H.P. te bevorderen. In het
bijzonder zullen Internationale wedstrijden naar het G.H.P.
georganiseerd worden. De organisatie van alle proeven en
wedstrijden en ook de deelname aan deze proeven en
wedstrijden, wordt beheerst door de beginselen van
sportiviteit. De reglementen zijn voor iedereen bindend. De af
te leggen proeven zijn voor alle deelnemers dezelfde. Alle
wedstrijden en proeven hebben een openbaar karakter en zullen
aan alle leden bekend gemaakt worden.
De
proeven en wedstrijden moeten alle volledige disciplines van
het programma bevatten of kunnen afzonderlijke volledige
disciplines behelzen (vb. ABC, A, BC). Het slagen in de proef
die afgeld wordt binnen een volledige wedstrijd (ABC) geldt
als OKT. Dit kenteken moet door alle leden van het F.C.I.
erkend.
Wedstrijd
seizoen.
Mits
de weersomstandigheden dit toelaten, kunnen proeven volgens
het G.H.P.-1 tot en met G.H.P.-3 reglement en ook SpH proeven,
het gehele jaar georganiseerd worden. Wanneer de gezondheid
van mens en dier gevaar lopen, kunnen de proeven afgelast
worden. De bevoegdheid om deze beslissing te nemen behoort toe
aan de KM. Het wedstrijdseizoen kan door de KNO beperkt
worden.
Wedstrijd
organisatie.
De
WL is verantwoordelijk voor de volledige organisatie van de
wedstrijd. Hij draagt zorg voor alle voorbereidingen voor de
wedstrijd en ziet toe op hun uitvoering. Hij is
verantwoordelijk voor het goede verloop van de proeven en
dient de gehele duur van de proef ter beschikking te staan van
de KM. Hij dient er voor te zorgen dat tenminste vier weken
voor de proef de toelating hiertoe verkregen is. Hij zorgt
voor geschikte terreinen voor alle onderdelen van de proef. De
WL stelt vóór de aanvang van de proef alle noodzakelijke
formulieren ter beschikking van de KM (keurlijsten en
beoordelingsbladen). De WL dienst tenminste 3 dagen voor de
proef de plaats en het uur van aanvang, de aard van de proef
en het aantal honden aan de KM mede te delen. Wordt dit
verzuimd dan heeft de KM het recht zich aan zijn toezegging om
te keuren te onttrekken.
De
WL kan in geen geval deelnemen aan de proef. De WL dient
ervoor te zorgen dat vakkundige PW en medewerkers ter
beschikking staan.
Keurmeesters
De
proeven worden enkel gekeurd door KM die door hun NKO erkend
zijn om te fungeren op internationale keuringen. De
richtlijnen van de F.C.I. zijn van toepassing.
De
KM worden door de organisatie zelf uitgenodigd en gekozen uit
de lijst van KM van NKO (dit geldt ook voor C.A.C.I.T.). Voor
wereldkampioenschappen worden de KM door de Commissie voor
Gebruikshonden van de F.C.I. aangesteld. De organiserende
vereniging bepaalt zelf vrij het aantal keurmeesters dat zij
uitnodigt, op voorwaarde dat per dag en per KM max. 30
onderdelen mogen gekeurd worden (G.H.P. 1, 2, 3 ABC). Voor
SpH-F.C.I. bedraagt het aantal 8 honden per dag en per KM.
Voor bijzondere Nationale proeven kunnen uitzonderingen worden
gemaakt door de NKO. Het is de KM verboden honden te
beoordelen die zijn eigendom zijn of aan hem zijn
toevertrouwd, ook honden van wie de eigenaar met hem in
huiselijke gemeenschap onder hetzelfde dak woont. Een
uitzondering kan worden gemaakt wanneer de KM door de NKO of
F.C.I. voor een welbepaald evenement werd aangesteld (dit
geldt niet in België, zie reglement Keurders Benoeming
Commissie). De KM mag de werkende hond niet storen noch beïnvloeden.
De KM is verantwoordelijk voor de correcte toepassing van de
geldende reglementen. Hij kan, bij niet naleving van de
reglementen de wedstrijd afbreken. In dit geval is hij
verplicht een verslag te sturen aan de NKO. De beslissing van
de KM is onaanvechtbaar. Elke kritiek kan uitsluiting tot
gevolg hebben en bovendien tot disciplinaire maatregelen
leiden. Ingeval van ernstige inbreuk op de reglementen, niet
betreffende de beoordeling van het werk, kan binnen een
termijn van 8 dagen een klacht ingediend worden. Deze klacht
moet schriftelijk aan de WL overgemaakt worden, die ze op zijn
beurt doorzendt aan de NKO. De aanvaarding van de klacht
impliceert niet noodzakelijk een wijziging van de resultaten.
De NKO beslist over het gevolg dat aan de klacht wordt
gegeven.
Deelnemers.
De
deelnemers moeten de afsluitingsdatum respecteren. Door hun
inschrijving verplichten zij zich er toe het inschrijvingsgeld
te betalen. Indien om eender welke reden, een deelnemer
verhinderd is om deel te nemen, dient hij dit onmiddellijk te
melden aan de organisatoren. De deelnemer dient de geldende
regels voor wat betreft diergeneeskunde en dierenbescherming
te respecteren. De deelnemer dient de aanwijzingen van de KM
en de WL op te volgen. De deelnemer dient zijn hond op
sportieve wijze voor te brengen en dient, ongeacht het falen
in een onderdeel, de andere onderdelen af te werken. De
wedstrijd wordt afgesloten door de prijsuitreiking en het
overhandigen van de werkboeken.
De
KM is bevoegd om, zelfs tegen de wil van de HG, een gekwetste
hond uit de wedstrijd te nemen. Wanneer een HG zijn hond terug
trekt uit de wedstrijd volgt de notitie “onvoldoende wegens
opgeven”. Wanneer een HG zijn hond terug trekt wegens ziekte
(attest dierenarts) of wegens kwetsuur, dan volgt de notitie
“afgebroken wegens ziekte of kwetsuur”. Deze notitie wordt
door de KM aangebracht in het werkboek van de hond.
De
KM is bevoegd om in gevallen van onsportief gedrag of indien
de HG in het bezit blijkt van voorwerpen om de hond te
motiveren of nog ingeval van handelingen tegen de reglementen,
mishandeling van de hond en/of inbreuken tegen de goede zeden,
een HG te diskwalificeren. Verlaat de hond de HG of het
terrein en komt na 3 MB niet terug, dan wordt de HG/Hond
gediskwalificeerd. Er volgt geen beoordeling en er worden geen
punten toegekend. Deze uitsluiting dient door de KM in het
werkboek vermeld.
De
HG dient tijdens het gehele verloop van de wedstrijd een lijn
in zijn bezit te hebben terwijl de hond gedurende gans het
verloop van de wedstrijd een halsketting (grote schakels)
draagt die niet op strop mag gedragen worden en niet rond de
hals van de hond mag spannen. Andere halsbanden dan de
halsketting zijn niet toegelaten. De lijn kan in de zak
bewaard worden of gedragen over de schouder van links boven
naar rechts onder. MB worden op normaal geluidsniveau
uitgesproken en bestaan slechts uit één enkel woord. Zij
mogen in iedere taal geuit worden maar moeten tijdens het
gehele verloop van de wedstrijd dezelfde zijn. Indien meerdere
HG dezelfde klasse uitvoeren moet de volgorde door het lot
bepaald worden.
Toelatingsvoorwaarden.
Op
de dag van de wedstrijd dient de hond de voorgeschreven
leeftijd te hebben bereikt. Er mogen geen uitzonderingen
gemaakt worden.
G.H.P.-1:
18 maanden
G.H.P.-2:
19 maanden
G.H.P.-3:
20 maanden
SpH-F.C.I.:
20 maanden.
Alle
honden, ongeacht hun ras, grootte en afstamming, kunnen
deelnemen aan internationale evenementen. Voor Nationale
evenementen gelden de Nationale regels. Alle rassen die
voorkomen op de lijst van gebruikshonden van de F.C.I. kunnen
deelnemen aan de wedstrijden en proeven volgens het G.H.P.
(nationaal). Aan de speurwedstrijden (SpH volgens F.C.I.) kan
deelgenomen worden door alle honden met een door F.C.I.
erkende stamboom.
Een
HG kan per dag slechts aan één wedstrijd deelnemen, hij kan
aan een gewone wedstrijd deelnemen met twee honden. Voor
deelname aan C.A.C.-wedstrijden is slechts één hond per
deelnemer toegestaan, vermits in het andere geval de loting
niet objectief kan verlopen. (Nationaal) Een hond kan slechts
aan één wedstrijd per dag deelnemen. Het is de NKO
toegestaan een minimum aantal deelnemers per wedstrijd op te
leggen. Elke klasse kan naar believen overgedaan worden. Na
het behalen van een klasse kan de hond, met in acht name van
de leeftijdsgrenzen, in een hogere klasse aantreden. De
verplichte volgorde is: Klas 1 2 3. De hond moet steeds in de
hoogst behaalde klasse worden ingeschreven.
Loopse
teven zijn tot de wedstrijd toegelaten op voorwaarde dat zij
in afdeling A volgens loting en tijdplan werken en in de
overige afdelingen als laatste hond, aan het einde van de
wedstrijd, aantreden. Drachtige teven en zogende teven zijn
niet tot de wedstrijd toegelaten. Zieke en besmettelijke
dieren zijn eveneens van de wedstrijd uitgesloten.
Onbevangenheidproef.
Voor
aanvang van het eerste onderdeel van de wedstrijd moet de KM
elke hond onderwerpen aan deze onbevangenheidproef. Belangrijk
onderdeel van deze proef is de controle van de identiteit
(tatoeage, microchip, enz.). Honden die de proef niet
doorstaan dienen te worden uitgesloten van de wedstrijd. De
eigenaar van een hond die geïdentificeerd wordt d.m.v. een
microchip moet er voor zorgen dat een leesapparaat ter
beschikking is. Bovendien oordeelt de KM het wezen van de hond
gedurende het gehele verloop van de wedstrijd. Bij het
vaststellen van wezenzwakte is de KM verplicht de betrokken
hond onmiddellijk uit de wedstrijd te sluiten. In dat geval
volgt er geen beoordeling in de betrokken afdeling. De
uitsluiting dient met redenen omkleed in het werkboek te
worden ingeschreven en bovendien zal de KM een verslag
betreffende de uitgesloten hond opmaken en overmaken aan de
Sectie 1C (NKO).
Uitvoering
van de onbevangenheidproef.
de
proef dient onder normale omstandigheden op een voor de hond
neutrale plaats te gebeuren
alle
deelnemende honden worden aan de proef onderworpen
de
hond moet voorgesteld worden aan een normale, ontspannen
doorhangende leiband
de
KM mag geen invloed uitoefenen op de hond. Het is de KM niet
toegestaan de hond aan te raken.
Beoordeling.
positieve
houding van de hond: neutraal, zelfzeker, opmerkzaam,
temperamentvol, spontaan
nog
toe te laten grensgevallen: de hond is licht onzeker, licht
onstabiel, licht onder druk. Deze honden zijn nog toe te laten
tot de wedstrijd maar dienen opmerkzaam geobserveerd te
worden.
Negatieve
houding: onzeker, bang, schuw, schotschuw, bijterig, agressief
Puntentabel
De
beoordeling wordt gegeven in kwalificaties en punten. De
kwalificaties en punten moeten de kwaliteit van de uitvoering
der oefeningen uitdrukken.
|
Punten
aantal
|
Uitmuntend
|
Zeer
Goed
|
Goed
|
Voldoende
|
Onvoldoende
|
|
5
punten
|
5
|
4.5
|
4.0
|
3.5
|
3.0
– 0
|
|
10
punten
|
10
|
9.5
– 9.0
|
8.5
– 8.0
|
7.5
– 7.0
|
6.5
– 0
|
|
15
punten
|
15.0
– 14.5
|
14.0
– 13.5
|
13.0
– 12.0
|
11.5
– 10.5
|
10.0
– 0
|
|
20
punten
|
20.0
– 19.5
|
19.0
– 18.0
|
17.5
– 16.0
|
15.5
– 14.0
|
13.5
– 0
|
|
30
punten
|
30.0
– 29.0
|
28.5
– 27.0
|
26.5
– 24.0
|
23.5
– 21.0
|
20.5
– 0
|
|
35
punten
|
35.0
– 33.0
|
32.5
– 31.5
|
30.5
– 28.0
|
27.5
– 24.5
|
24.0
– 0
|
|
70
punten
|
70.0
– 66.5
|
66.0
– 63.0
|
62.5
– 56.0
|
55.5
– 49.0
|
48.5
– 0
|
|
80
punten
|
80.0
– 76.0
|
75.5
– 72.0
|
71.5
– 64.0
|
63.5
– 56.0
|
55.5
– 0
|
|
100
punten
|
100
– 96.0
|
95.5
– 90.0
|
89.5
– 80.0
|
79.5
– 70.0
|
69.5
– 0
|
Procent
berekening:
Uitmuntend
|
=
minstens 96 %
|
Of
min 4 %
|
|
Zeer
Goed
|
=
95 tot 90 %
|
Of
min 5 tot 10 %
|
|
Goed
|
=
89 tot 80 %
|
Of
min 11 tot 20 %
|
|
Voldoende
|
=
79 tot 70 %
|
Of
min 21 tot 30 %
|
|
Onvoldoende
|
=
minder dan 70 %
|
Of
min 31 tot 100 %
|
Bij
de beoordeling van een afdeling zal er enkel met hele punten
gewerkt worden. Bij de afzonderlijke oefeningen kan met halve
punten worden gewerkt. Indien bij het optellen van de punten
blijkt dat de som op een half punt eindigt, dan zal de KM naar
onder of boven moeten afronden.
Bij
gelijkheid van punten primeert het aantal punten in afd. C.
Zijn ook deze punten gelijk, dan zijn de punten van afd. B
bepalend. Indien er nog steeds geen uitsluitsel bekomen werd
is er een ex-aequo. Een proef geldt als geslaagd als de hond
in elke afdeling van de proef minstens 70 % van de punten
behaald heeft.
Diskwalificatie.
Bij
diskwalificatie volgt geen beoordeling en worden geen punten
toegekend aan A, B, C.
Resultaten:
|
Max.
aantal punten
|
Uitmuntend
|
Zeer
Goed
|
Goed
|
Voldoende
|
Onvoldoende
|
|
100
punten
|
100
- 96
|
95
- 90
|
89
- 80
|
79
- 70
|
69
- 0
|
|
300
punten
|
300
- 286
|
285
- 270
|
269
- 240
|
239
- 210
|
209
– 0
|
|
200
punten (SpH)
|
200
- 192
|
191
- 180
|
179
- 160
|
159
- 140
|
139
- 0
|
Kampioenstitel
Titel
Internationaal Kampioen Werk.
De
titel van “Internationaal Kampioen Werk” C.A.C.I.T., wordt
toegekend door de F.C.I., na aanvraag door de HG aan de NKO.
Hiervoor dient men tenminste 2 C.A.C.I.T. of reserve
C.A.C.I.T. te behalen in twee verschillende landen en onder
twee verschillende KM. Daarenboven moet tussen het eerste en
het tweede C.A.C.I.T. een periode van minstens één kaar en
één dag verstreken zijn. De voordracht voor het C.A.C.I.T.
en/of Reserve C.A.C.I.T. gebeurt op proeven die daartoe door
het F.C.I. erkend werden. Alle NKO moeten een uitnodiging voor
de C.A.C.I.T.-wedstrijd ontvangen. Er dienen tenminste 2 KM te
fungeren, waarvan 1 een andere nationaliteit heeft dan de
organiserende vereniging. Voor het C.A.C.I.T. en Reserve
C.A.C.I.T. komen enkel de honden in aanmerking die voorkomen
op de F.C.I.-lijst der niet-jagende gebruikshonden en die op
een door F.C.I. erkende tentoonstelling minstens de vermelding
“Zeer Goed” bekwamen en op de wedstrijd de vermelding
“Uitmuntend” of “Zeer Goed”. Het toekennen van het
C.A.C.I.T. volgt niet automatisch uit de rangschikking van de
wedstrijdresultaten maar gebeurt op voordracht van de KM.
De titel
van “Nationaal Kampioen Werk” wordt door de NKO
geregeld. De Titel van “Nationaal Kampioen Werk” wordt
door de NKO toegekend op aanvraag van de HG die aantoont dat
zijn hond twee keren het C.A.C. verkreeg en op een nationale
tentoonstelling minimaal de vermelding “Zeer Goed” bekwam,
met een tussentijd van tenminste 1 jaar en 1 dag. De
toekenning van het C.A.C. en Reserve C.A.C. kan enkel gebeuren
op proeven die daartoe door de NKO in het bijzonder erkend
werden. De toekenning volgt op voordracht door de KM. Het
C.A.C. en/of het Reserve C.A.C. kan slechts toegekend worden
indien de hond de vermelding “Uitmuntend” behaalde.
Bovendien gelden de Nationale regels voor wat betreft de
Kampioenschappen (info K.M.S.H.).
Werkboek
Het
werkboek is voor iedere deelnemende hond verplicht. De
uitreiking van dit werkboek gebeurt door de voor de HG
bevoegde NKO en moet in het register ingeschreven zijn. Het
werkboek moet door de KM gecontroleerd worden. Het dient voor
de aanvang van de wedstrijd op het secretariaat afgegeven te
worden en moet door de KM ondertekend worden. De
verantwoordelijkheid betreffende het werkboek treft de NKO.
Verantwoordelijkheid
De
eigenaar van de hond is aansprakelijk voor alle lichamelijke
en materiële schade die berokkend wordt door zijn hond en
moet voor deze risico’s een passende verzekeringspolis
afsluiten. Voor mogelijke ongevallen tijdens de wedstrijd
blijft de eigenaar verantwoordelijk voor zichzelf en zijn
hond. De aanwijzingen van de KM en de WL worden vrijwillig
uitgevoerd en op eigen risico. Het bewijs van de verplichte
inentingen dient voor het begin der wedstrijd voorgelegd te
worden aan de KM.
Wedstrijdtoezicht
De
NKO kunnen controles doorvoeren op de wedstrijden. Een door de
NKO aangestelde, vakkundige persoon kan toezicht uitoefenen op
de toepassing van de reglementen tijdens de wedstrijd.
Pakwerker:
Richtlijnen.
Richtlijnen
voor het inzetten van Pakwerkers bij afdeling C
De
richtlijnen en reglementen betreffende het Pakwerk zijn
tijdens de proeven na te leven.
De
PW is gedurende afdeling C de assistent van de KM
voor
de persoonlijke bescherming en om verzekeringstechnische
redenen moet de PW tijdens trainingen, proeven en wedstrijden
beschermende kledij dragen (vest, broek, bijtarm, enz.)
het
schoeisel van de PW moet aangepast zijn aan de omstandigheden
voor
aanvang van afdeling C krijgt de PW richtlijnen van de KM en
moet deze eerbiedigen
bij
de ontwapening dient de PW te werken op aanwijzing van de HG.
Hij moet de HG in de mogelijkheid laten om de hond, voor het
begin van het zij- en rugtransport, de basispositie te doen
innemen.
bij
wedstrijden kan in klas 1 en 2 met één PW gewerkt worden.
Voor klas 3 zijn steeds twee PW verplicht. Voor alle honden
dienen dezelfde PW te werken (Nationaal)
Basisregels
voor de houding van PW bij proeven en wedstrijden
Algemeen.
In
het kader van een proef zal de africhting en voor zover
mogelijk de kwaliteit van de voorgestelde hond (vb.
aanwezigheid van noodzakelijke driften, belastbaarheid,
zelfverzekerdheid en arbeidsbereidheid) door de KM beoordeeld
worden. De KM kan slechts objectief beoordelen wat hij tijdens
de proef hoorbaar en zichtbaar vaststelt. Dit aspect en vooral
het sportieve karakter van de proef vereist een gelijk beeld
van het werk voor alle honden. Het wordt niet aan de willekeur
van de PW overgelaten op welke manier de afd. C uitgevoerd
wordt. Veeleer heeft de PW een aantal regels in acht te nemen.
De KM dient gedurende de uitvoering van de diverse onderdelen
van de proeven, de belangrijkste eigenschappen van de hond te
beoordelen.
Deze
zijn: Belastbaarheid, Zelfverzekerdheid, Driften,
Arbeidsbereidheid en de kwaliteit van de beet. Vermits de
kwaliteit van de beet beoordeeld moet worden, moet de hond van
de MW de mogelijkheid krijgen om een goede beet te plaatsen.
Vermits de Belastbaarheid beoordeeld wordt, spreekt het voor
zich dat de PW een wezenlijke dreiging moet uitoefenen.
Belangrijk is dat de inzet van de PW dezelfde is voor alle
honden zodat de KM in de gelegenheid is het werk van de honden
correct te beoordelen.
Aanblaffen
en bewaken (klas 1-3)
De
PW staat, voor de hond onzichtbaar, met ontspannen bijtarm,
bewegingsloos en zonder dreigende lichaamshouding, in het hem
aangewezen verstek. Gedurende de bewaking en het aanblaffen
houdt de PW oogcontact met de hond. Elke hulp door de PW is
verboden. De softstok wordt langs het been gehouden en naar
onder gericht. Aanstoten of inbijten van de hond mag door de
PW niet met afweerbewegingen beantwoord worden.
Vluchtverhindering
(klas 1-3)
De
PW verlaat op bevel van de HG in normale pas het verstek en
stelt zich op de door de KM vooraf aangewezen plaats op
(gemarkeerde plaats). De positie van de PW moet de HG in staat
stellen om zijn hond op een afstand van 5 passen en zijdelings
van de PW af te leggen (zijde van de bijtarm). De
vluchtrichting moet voor de HG herkenbaar zijn.
De
PW onderneemt op aanwijzing van de KM in snelle en krachtige
looppas een vluchtpoging in rechte lijn. De vlucht moet
beheerst uitgevoerd worden. De bijtarm wordt niet overdreven
bewogen en de hond moet een optimale aanbijtmogelijkheid
krijgen. De PW mag zich tijdens de vlucht niet in de richting
van de hond draaien. Echter kan hij de hond in zijn blikveld
houden. Het wegtrekken van de bijtarm is niet toegestaan.
Heeft de hond toegebeten, dan loopt de PW in rechte lijn
verder en trekt gedurende het lopen de bijtarm dicht tegen het
lichaam.
De
lengte van de vluchtpoging wordt door de KM opgelegd. Op
aanwijzing van de KM stelt de PW in. Wanneer de vluchtpoging
met de vereiste dynamiek wordt uitgevoerd, kan de KM de
oefening optimaal beoordelen. Elke vorm van hulp van de PW,
zoals vb. het overdreven aanbieden van de bijtarm, het lokken
of op de broek slaan met de softstok bij aanvang of tijdens de
vluchtpoging, het spanningloos houden van de bijtarm na het
aanbijten, het afzwakken van de dynamiek van de vlucht na de
aanbeet, het zelfstandig instellen zonder de aanwijzing van de
KM af te wachten, enz. is verboden.
Opstelling:
zie punt 8.
Verdediging
van de hond bij de overval in de bewakingsfase (klas 1-3)
Na
een bewakingsfase onderneemt de PW op aanwijzing van de KM een
overval op de hond. Hierbij wordt de softstok met dreigende
bewegingen ingezet zonder de hond te raken. Op hetzelfde
ogenblik en zonder dat de bijtarm zijdelings beweegt, wordt
frontaal op de hond ingegaan. De bijtarm wordt hierbij tegen
het lichaam gehouden. Heeft de hond toegebeten, dan dient de
PW de hond zijdelings op te drijven. De PW moet alle honden in
dezelfde richting drijven. Daarbij dient de KM zich zodanig op
te stellen dat het hem mogelijk is om bij alle honden de
aanbeet, de houding tijdens de belasting, de kwaliteit van de
beet en de bewaking optimaal te beoordelen. Drijven in de
richting van de HG is niet toegelaten. De slagen met de
softstok zijn bij alle honden op de schouders of de rug te
geven. De stokslagen dienen bij alle honden dezelfde
intensiviteit te hebben. De 1ste slag komt na ca
4-5 stappen, de 2de slag opnieuw na 4-5 stappen. Na
de 2de slag dient de PW verder op te drijven met
dreiging maar zonder stokslagen.
De
KM beslist over de duur van de belastingfase. De PW zet op
aanwijzing van de KM de belasting stop. Indien de overval met
de vereiste dynamiek wordt uitgevoerd, dan heeft de KM de
optimale mogelijkheid om het werk van de hond correct naar
waarde te beoordelen. Elke vorm van hulp zoals het aanbieden
van de bijtarm, lokken of op de broek kletsen voor aanvang van
de overval, spanningloos gehouden bijtarm na het inbijten en
tijdens de belastingfase, wijzigen van de intensiviteit van de
dreiging tijdens de belastingsfase en de stokslagen,
zelfstandig instellen zonder voorafgaande aanwijzing van de KM
bij blijken van te geringe belastbaarheid van de hond, is
verboden.
Opstelling:
zie punt 8.
Rugtransport
Op
gevel van de HG wordt in normale pas een rugtransport van ca.
30 passen uitgevoerd. De KM beslist over het verloop van het
transport. De PW zal tijdens het transport geen bruuske
bewegingen uitvoeren. De softstok en de bijtarm worden dermate
gedragen dat zij voor de hond geen uitdaging vormen, in het
bijzonder de softstok die voor de hond onzichtbaar gehouden
wordt. De PW houdt voor alle honden dezelfde pas aan.
Overval
op de hond van uit het rugtransport (klas 2-3)
De
overval uit het rugtransport gebeurt uit beweging en op
aanwijzing van de KM. De overval wordt door de PW met een
dynamische en overtuigende, linkse of rechtse keerwending in
de richting van de hond ingezet. De softstok wordt ter hoogte
van de bijtarm, dreigend ingezet. De bijtarm is frontaal in
looprichting en tegen het lichaam van de PW te houden.
Overdreven bewegingen van de bijtarm zijn te vermijden. Heeft
de hond toegebeten, dan dient de PW de hond zijdelings op te
drijven. De PW moet alle honden in dezelfde richting drijven.
Daarbij dient de KM zich zodanig op te stellen dat het hem
mogelijk is om bij alle honden de aanbeet, de houding tijdens
de belasting, de kwaliteit van de beet en de bewaking optimaal
te beoordelen. Drijven in de richting van de HG is niet
toegelaten.
De
KM beslist over de duur van de belastingfase. De PW zet op
aanwijzing van de KM de belasting stop. Indien de overval met
de vereiste dynamiek wordt uitgevoerd, dan heeft de KM de
optimale mogelijkheid om het werk van de hond correct naar
waarde te beoordelen. Elke vorm van hulp zoals het aanbieden
van de bijtarm, lokken of op de broek kletsen voor aanvang van
de overval, spanningloos gehouden bijtarm na het inbijten en
tijdens de belastingfase, wijzigen van de intensiteit van de
dreiging tijdens de belastingfase en de stokslagen,
zelfstandig instellen zonder voorafgaande aanwijzing van de KM
bij blijken van te geringe belastbaarheid van de hond, is
verboden.
Opstelling:
zie punt 8.
Aanval
van de hond uit beweging (klas 1-3)
De
PW verlaat op aanwijzing van de KM het hem aangewezen verstek
en loopt in gewone pas (klas 1) in looppas (klas 2-3) naar de
middellijn van het terrein.
(klas
1) hij gaat uit normale pas over in looppas en valt onder het
uiten van bedreigingen met de stem en dreigende bewegingen met
de softstok de HG en de hond frontaal aan.
(klas
2-3) zonder zijn looppas te onderbreken valt hij onder het
uiten van bedreigingen met de stem en dreigende bewegingen met
de softstok de HG en de hond frontaal aan.
De
hond dient, zonder halt te houden, met soepele arm te worden
opgevangen. Bij het opvangen van de hond moet, indien nodig,
een beweging met het lichaam gemaakt worden, zodanig dat de
snelheid van de hond opgevangen wordt zonder hem te blokkeren.
In geen geval mag de PW de hond ontwijken. Heeft de hond
toegebeten, dan begint de PW met het opdrijven van de hond.
Hierbij moet het overlopen van de hond vermeden worden. De PW
moet alle honden in dezelfde richting opdrijven. Daarbij dient
de KM zich zodanig op te stellen dat het hem mogelijk is om
bij alle honden de aanbeet, de houding tijdens de belasting,
de kwaliteit van de beet en de bewaking optimaal te
beoordelen. Drijven in de richting van de HG is niet
toegelaten. De KM beslist over de duur van de belastingfase.
De PW zet op aanwijzing van de KM de belasting stop. Indien de
overval met de vereiste dynamiek wordt uitgevoerd, dan heeft
de KM de optimale mogelijkheid om het werk van de hond correct
naar waarde te beoordelen. Elke vorm van hulp zoals het
aanbieden van de bijtarm, lokken of op de broek kletsen voor
aanvang van de overval, spanningloos gehouden bijtarm na het
inbijten en tijdens de belastingfase, wijzigen van de
intensiteit van de dreiging tijdens de belastingfase en de
stokslagen, zelfstandig instellen zonder voorafgaande
aanwijzing van e KM bij blijken van te geringe belastbaarheid
van de hond is verboden.
Opstelling:
zie punt 8
Opstelling
van de PW (geldig voor alle oefeningen)
De
houding van de PW dient tijdens alle verdedigingsoefeningen
zodanig te zijn dat de KM de kwaliteit van het bijten, het
lossen en het bewaken van de hond optimaal beoordelen kan.
(nooit met de rug naar de KM in stellen, oogcontact houden met
de KM).
Na
het afsluiten van een verdedigingsoefening dient de PW zodanig
in te stellen dat de bijtarm niet geblokkeerd wordt. De
bijtarm wordt niet hoog, gehoekt gehouden maar blijft in de
positie die hij tijdens de afgesloten oefening had. De
softstok wordt, voor de hond onzichtbaar, zijdelings tegen het
lichaam gehouden. Voor het lossen wordt door de PW geen enkele
vorm van hulp gegeven. Na het lossen wordt door de PW
oogcontact gehouden met de hond. Om de hond in het
gezichtsveld te behouden kan de PW tijdens de bewakingfase
zonder bruuske bewegingen de hem omcirkelende hond volgen.
Onzekerheid
en versagen van de hond.
Een
hond die bij een verdedigingsoefening niet toebijt of in een
belastingfase de beet lost, dient door de PW verder te worden
bedreigt tot de KM de oefening afbreekt. De PW zal in
dergelijk geval op geen enkele manier hulp verlenen aan de
hond. Honen die niet lossen, zullen in geen geval door de PW
met softstok beïnvloed worden (tot lossen gebracht).
Honden
die tijdens de bewakingfasen neigen tot het verlaten van de
PW, zullen door hem niet beïnvloed worden om te blijven of
terug te keren. De PW heeft zich tijdens alle onderdelen van
de verdedigingsoefeningen neutraal te gedragen. Stoot of bijt
de hond tijdens de bewakingsfasen de PW aan, dan zijn
afweerbewegingen door de PW te vermijden.
DZB-Beoordeling
De
DZB-beoordeling moet het wezen van de hond weergeven in
functie van zijn fokgeschiktheid. DZB-beoordeling heeft geen
invloed op het resultaat van de wedstrijd noch op de volgorde
in de uitslag. Om een DZB -beoordeling te kunnen krijgen moet
de hond de afd. C volledig afgewerkt hebben.
De
hiernavolgende eigenschappen worden beoordeeld met het
predikaat (A), uitgesproken (ausgeprägt), (VH) voorhanden
(vorhanden) of (NG) in onvoldoende mate voorhanden (nicht genügend).
D.
Driften (vereiste) aanwezig bij de hond, Z. Zelfverzekerdheid,
B. Belastbaarheid.
DZB,
uitgesproken wordt toegekend aan de hond voor:
Een
grote arbeidsbereidheid, klare uitgesproken aanwezigheid van
noodzakelijke driften, doelmatig uitvoeren van de oefeningen,
zelfzeker optreden, opvallende opmerkzaamheid en buitengewone
belastbaarheid.
DZB,
voorhanden, wordt toegekend aan de hond voor:
Niet
uitgesproken arbeidsbereidheid, beperkte aanwezigheid van
noodzakelijke driften, slechts beperkte zelfzekerheid,
opmerkzaamheid en belastbaarheid.
DZB,
onvoldoende voorhanden, wordt toegekend aan de hond voor:
Te
weinig arbeidsbereidheid, te weinig noodzakelijke driften
aanwezig, gebrek aan zelfzekerheid en onvoldoende
belastbaarheid.
Bijzondere
maatregelen.
De
NKO zijn bevoegd om regels die eigen zijn aan hun grondgebied
aan te passen of weg te laten, vb. toelatingsvoorwaarden,
diergeneeskundige voorwaarden, verplichtingen ten aanzien van
de dierenbescherming, verplichtingen t.a.v. plaatselijke
nationale regelgeving.
De
MB kunnen in de moedertaal gegeven worden.
Wereldkampioenschap.
Voor
het organiseren van het WK gelden de lastenkohieren van de
F.C.I. De heruitgave en aanpassingen zijn de bevoegdheid van
de gebruikshondencommissie.
G.H.P.-I
Onderverdeeld
in:
Afdeling A:
100 punten
Afdeling B:
100 punten
Afdeling C:
100 punten
Totaal:
300 punten
G.H.P.-I Afdeling A
Spoor
gelegd door de HG, minstens 300 passen, 3 rechte benen, 2
hoeken (ca 90°), 2 aan de geleider toebehorende voorwerpen.
Het spoor is minstens 20 min oud. Uitwerkingstijd 15 min.
Uitwerken
van het spoor:
80 punten
Voorwerpen:
20 punten
Totaal:
100 punten
Algemeenheden:
De
KM of de WL bepalen aan de hand van het ter beschikking zijnde
terrein het verloop van de sporen. De sporen dienen
verschillend van vorm te zijn. De hoeken en de voorwerpen
mogen op de verschillende sporen niet op dezelfde plaats
gesitueerd of neergelegd worden. De aanzet van het spoor dient
door een speurpaaltje aangeduid te worden. Dit speurpaaltje
dient steeds links van het vertrekpunt van het spoor in de
grond geplant te worden.
De
volgorde van werken wordt steeds bepaald door het lot.
De
HG (spoorlegger) dient voor het leggen van het spoor de
voorwerpen te tonen aan de KM. De (eigen) voorwerpen zijn 30
min voor aanvang in het bezit van de HG (spoorlegger). De HG
(spoorlegger) staat korte tijd stil op het beginpunt van het
spoor en gaat vervolgens in normale pas in de aangewezen
richting. Het eerste voorwerp wordt gelegd na tenminste 100
passen na het vertrekpunt en dit op het eerste of tweede been.
De voorwerpen moeten neergelegd worden zonder halt te houden.
Na het leggen van het laatste voorwerp moet de HG (spoorlegger
nog meerdere passen in dezelfde richting verdergaan. De op een
spoor gebruikte voorwerpen moeten van verschillende
samenstelling zijn (leder, textiel, hout). De afmetingen van
de voorwerpen zijn: 10 cm lang, 2 à 3 cm breed en 0.5 tot 1
cm dik. Hun kleur mag niet wezenlijk verschillen van de bodem.
Tijdens het leggen van het spoor is de hond uit het zicht van
de HG.
De
KM, WL en begeleidende personen mogen tijdens het werken van
de hond niet vertoeven op die plaatsen waar de hond, volgens
het reglement, het recht heeft om te zoeken.
Mondeling
bevel: “Zoek”
Het
MB “zoek” is toegelaten bij het begin van het spoor en bij
het aanzetten na het eerste voorwerp.
Uitvoering:
De
HG bereidt zijn hond voor op het speuren. De hond kan vrij
zoeken of aan de leiband van 10 m. De 10 m lange leiband kan
over de rug, zijdelings, tussen de voorpoten of/of tussen de
achterpoten gedragen worden. De leiband kan ook aan de, niet
op strop ingestelde, halsketting bevestigd worden. Bovendien
is het toegestaan de volgende speurtuigen te dragen:
speurharnas of butcher, zonder bijkomende riemen.
Na
te zijn opgeroepen meldt de HG zich met zijn hond in
basispositie bij de KM en geeft aan of zijn hond verwijst of
apporteert. Gedurende de aanzet en tijdens het speuren is elke
vorm van dwang verboden. Op teken van de KM dient de HG zijn
hond langzaam en rustig naar het vertrekpunt te brengen en aan
te zetten. De hond dient bij het begin van het spoor lucht te
nemen.
De
hond moet vervolgens met diepe neus en intensief in een
gelijkmatig tempo het spoor volgen. De HG volgt zijn hond op
10 m afstand. Ook bij vrij zoeken moet deze afstand van 10 m
gerespecteerd worden. De speurlijn mag, wanneer zij door de HG
niet losgelaten wordt, doorhangen. De hond moet de hoeken
zeker uitwerken. Na de hoeken moet de hond in gelijkmatig
tempo verder werken. Zodra de hond een voorwerp gevonden
heeft, moet hij het, zonder beïnvloeding door de HG,
onmiddellijk opnemen of overtuigend verwijzen. Indien de hond
het voorwerp opneemt, kan hij dit doen in staande of zittende
houding of het apporteren naar de HG (de manier van apporteren
moet niet steeds dezelfde zijn).
Verdergaan
met het voorwerp of liggend opnemen is foutief. Het verwijzen
kan liggend, staand of zittend gebeuren (mag ook wisselend).
Nadat de hond het voorwerp verwezen heeft, laat de HG de lijn
vallen en begeeft zich naar zijn hond. Door het omhoog steken
van het voorwerp toont de HG dat het voorwerp gevonden werd.
De HG neemt de lijn weer op, de hond wordt terug aangezet en
zet het speuren verder. Na beëindigen van het spoor toont de
HG aan de KM de gevonden voorwerpen.
Beoordeling.
Het
tempo tijdens het zoeken is geen criterium bij de beoordeling,
zolang het uitwerken van het spoor gelijkmatig, intensief en
overtuigend gebeurt. Zich overtuigen zonder het spoor te
verlaten is niet foutief. Treuzelen, hoge neus, zwalpen,
ronddraaien op de hoeken, voortdurend aanmoedigen, foutief
opnemen of verwijzen van voorwerpen, zijn als foutief te
beoordelen en leiden tot puntenaftrek. Indien de HG het spoor
met meer dan één lijnlengte verlaat wordt het speuren
afgebroken. Indien de hond het spoor verlaat en tegengehouden
wordt door de HG, dan zal de HG door de KM opgedragen worden
om de hond te volgen. Wordt dit bevel van de KM niet
opgevolgd, dan wordt het speuren afgebroken. Is binnen de tijd
van 15 minuten na de aanzet het einde van het spoor niet
bereikt, wordt het speuren afgebroken. De arbeid tot op het
ogenblik van afbreken wordt dan beoordeeld. Opnemen én
verwijzen van de voorwerpen is foutief.
De
verdeling van de punten voor het speurwerk op de verschillende
benen moet gebeuren op basis van de lengte en
moeilijkheidsgraad. Het beoordelen van het speurwerk op de
verschillende benen gebeurt door kwalificaties en punten.
Zoekt de hond niet of blijft hij lang verwijlen op eenzelfde
plek zonder te zoeken, dan kan het speuren worden afgebroken,
zelfs indien de hond zich nog op het spoor bevindt.
G.H.P.-I Afdeling B
Oefening
1:
Vrijvolgen:
20 punten
Oefening
2:
Zit uit beweging:
10 punten
Oefening
3:
Afleggen met voor roepen:
10 punten
Oefening
4:
Apporteren over de grond
10 punten
Oefening
5:
Brengen over de haag:
15 punten
Oefening
6:
Brengen over de schuine wand:
15 punten
Oefening
7:
Vooruit zenden met afliggen:
10 punten
Oefening
8:
Afliggen met afleiding:
10 punten
Totaal:
100 punten
Algemeenheden:
(Nationaal
in België) De HG meldt zich aan met aangelijnde hond.
De
KM geeft het signaal voor de aanvang van een oefening. Alle
verdere delen zoals keerwendingen, hoeken, verandering van
pas, enz…. worden zonder aanwijzingen uitgevoerd.
De
MB worden gegeven op normale toon en bestaan uit één enkel
woord. Zij kunnen in elke taal gegeven worden maar moeten
gedurende de oefeningen steeds dezelfde zijn.
Voert
een hond na een derde MB een oefening of een deel van een
oefening niet uit, dan wordt de oefening zonder beoordeling
afgebroken. Bij het oproepen van de hond kan het MB “hier”
vervangen worden door de naam van de hond. Indien beide
gebruikt worden, geldt dit als een bijkomend MB.
In
de basispositie zit de hond kort en recht naast het linkerbeen
van de HG, zodanig dat zijn schouder ter hoogte van de knie
van de HG is. Elke oefening begint en eindigt met deze
basispositie.
Het
aannemen van de basispositie is voor een oefening slechts éénmaal
toegestaan. Een kort loven is na iedere oefening en
uitsluitend in basispositie toegelaten. Daarna kan de HG een
nieuwe basispositie aannemen. Tussen het loven van de hond en
het begin van een nieuwe oefening moeten minstens drie
seconden verstrijken.
Uit
de basispositie volgt de zogenaamde ontwikkeling van de
oefening. De HG dient minstens 10 en hoogstens 15 passen te
gaan alvorens het MB te geven. Tussen de delen van de
oefening, zoals oproepen en voorzitten, het aan de voet komen
en vervolgens het beëindigen van de oefening, moeten
duidelijke pauzes gelegen zijn (ca 3 sec). Bij het ophalen van
zijn hond kan de HG zijn hond langs voren naderen of achterom
komen. Tussen de oefeningen moet de hond op correcte wijze
vrij volgen. Ook bij het ophalen van de apporteerblokken moet
de hond meegevoerd worden. Aanzetten tot spelen is niet
toegelaten.
De
keerwending is door de HG naar links uit te voeren. De hond
kan bij de keerwending achter de HG naar rechts doordraaien of
bij het naar links draaien terugtreden. De uitvoering moet
tijdens gans de proef echter steeds dezelfde zijn. Na een
oefening “zit-voor” kan de hond aan de voet komen door
rechts rond geleider te draaien of door rechtstreeks links
naast de H.B. de gaan zitten.
Het
vaste springtoestel heeft een hoogte van 100 cm en een
breedte van 150 cm. De schuine wand bestaat uit twee bovenaan
met elkaar verbonden delen van 150 cm breed en 191 cm hoog. Op
de bodem staan deze beide delen zover uit elkaar dat de
verticale hoogte van de wand 180 cm bedraagt. Het gehele vlak
van de schuine wand moet voorzien zijn van een
antislipbekleding. In de bovenste helft van de wand zijn aan
beide zijden 3 laten aan te brengen (24/48 mm). Alle honden
dienen dezelfde hindernis te gebruiken.
Bij
het apporteren zijn enkel apporteerblokken toegelaten (650
gram). Deze blokken dienen door de organisator ter beschikking
te worden gesteld en zijn verplicht te gebruiken. Voor het
apporteren mogen de blokken de hond niet vooraf in de bek
gegeven worden.
Verlaat
de hond zijn HG en komt na 3 MB niet terug, dan wordt de
combinatie HG/hond gediskwalificeerd. Indien de HG een
oefening vergeet, zal de KM hem hierop wijzen en de oefening
laten uitvoeren zonder puntenaftrek.
Vrij
volgen
20
punten
Een
MB voor het volgen: “Volg”
Het
MB is toegestaan bij het vertrek en bij elke verandering van
pas.
Uitvoering.
De
HG gaat met zijn hond naar de KM en stelt zich voor. De hond
moet aan de voet zitten. Vanuit basispositie moet de hond op
MB “volg” van de HG opmerkzaam, vreugdig en correct
volgen, met het schouderblad ter hoogte van de linkerknie van
de HG. Bij het halt houden moet hij zonder bevel van de HG
snel en correct zitten. Bij het begin van de oefening gaat de
HG met zijn hond in rechte lijn 50 passen, maakt een
keerwending en na 10 à 15 passen uitgevoerd in gewone pas,
moet de HG de volgoefening achtereenvolgens eerst in looppas
en dan in langzame pas uitvoeren (telkens tenminste 10
passen). De overgang van looppas naar langzame pas gebeurt
onmiddellijk zonder overgang in gewone pas. De uitvoering van
de verschillende passen moet duidelijk te onderscheiden zijn.
In normale pas zijn vervolgens, tenminste een rechtse hoek,
een linkse hoek en een keerwending uit te voeren. In normale
pas wordt minstens één halt uitgevoerd. Tijdens het eerste
rechte stuk vrij volgen worden twee schoten afgevuurd (kaliber
6 mm) met een tussentijd van 5 seconden. De schoten worden
gelost op tenminste 15 passen afstand van de hond. De hond
moet zich onverschillig tonen. Aan het einde van de oefening
gaat de HG op aanwijzing van de KM door een bewegende groep
van tenminste vier personen. De HG dient met zijn hond
tenminste rond één persoon linksom en een andere persoon
rechtsom te gaan en tenminste éénmaal halt te houden in de
groep. Het is de KM toegestaan om deze oefening te laten
herhalen. De HG met zijn hond verlaat de groep en neemt de
basispositie in.
Beoordeling.
Hinderen,
voordringen, zijwaarts afwijken, achterblijven, mondelinge
bijbevelen, lichaamshulp, onopmerkzaamheid van de hond, te
veel druk, hebben puntenaftrek tot gevolg.
Zit
uit de beweging.
10
punten
MB
voor: “Volg” en “Zit”.
Uitvoering:
Vanuit
de basispositie gaat de HG met zijn vrij volgende hond in
normale pas in rechte lijn. Na 10 à 15 passen moet de hond op
het MB “zit” onmiddellijk, snel en in de wandelrichting
gaan zitten, zonder dat de HG zijn pas wijzigt, onderbreekt of
omkijkt. Na nogmaals 30 passen blijft de HG staan en draait
zich onmiddellijk naar zijn rustig zittende hond. Op
aanwijzing van de KM gaat de HG naar zijn hond en stelt zich aan zijn rechterzijde op.
a.
Beoordeling.
Fouten
in de ontwikkeling (gedeelte vrij volgen), langzaam zitten,
onrustig, onopmerkzaam zitten, leiden tot puntenaftrek. Als de
hond gaat liggen of blijft rechtstaan zijn hiervoor 5 punten
af te trekken.
2.
Afleggen met oproepen.
a.
MB voor: “Volg”, “Af” of “Liggen”,
“Hier”, “Voet”.
b.
Uitvoering:
Vanuit
de basispositie gaat de HG met zijn vrij volgende hond in
rechte lijn. Na
10 à 15 passen moet de hond het mg “Af” of “ Liggen”
onmiddellijk, snel en in de wandelrichting gaan liggen, zonder
dat de HG zijn pas wijzigt, onderbreekt of omkijkt. Na
nogmaals 30 passen blijft de HG staan en draait zich
onmiddellijk naar zijn rustig liggende hond. Op aanwijzing van
de KM geeft de HG het MB “Hier” of naam van de hond. De
hond moet snel, vreugdig en correct komen en recht midden voor
de HG gaan zitten. Op het MB “Voet” dient de hond zich
snel en correct naast het linker been van de HG neer te
zetten.
c.
Beoordeling:
Fouten
in de ontwikkeling (gedeelte vrij volgen), spreidstand van de
HG, langzaam gaan liggen, langzaam terugkomen bij oproepen,
langzamer worden bij het voorkomen, houding corrigeren van de
HG, foutief voorzitten of foutief aan de voet komen, leiden
tot puntenaftrek. Als de hond na het MB gaat zitten of recht
blijft staan, zijn hiervoor 5 punten af te trekken.
3.
Apporteren over de grond
10
punten
a.
MB “Breng”, “Los”, “Voet”.
b.
Uitvoering:
Vanuit
de basispositie werpt de HG een apporteerblok (gewicht 650
gram) ongeveer 10 passen ver. Het MB “Breng” mag pas
gegeven worden op het ogenblik dat het apporteerblok stel
ligt. De rustig naast de HG zittende hond moet op het MB
“Breng” snel en correct naar het voorwerp toelopen, het
onmiddellijk opnemen en snel en correct brengen. De hond moet
snel, dicht en recht voor zijn HG gaan zitten en het
apporteerblok rustig in de bek houden (ca 3 sec) tot de HG met
het MB “Los” hem het apporteerblok afneemt. Het
apporteerblok moet na het afnemen met naar onder uitgestrekte
arm naast de rechterzijde van het lichaam worden gehouden. Op
het MB “Voet” dient de hond zich snel en correct naast de
linkerzijde van de HG neer te zetten. De HG mag gedurende het
gehele verloop van deze oefeningen zijn basispositie niet
verlaten.
c.
Beoordeling:
Fouten
in de basispositie, spreidstand door de HG, langzaam naar het
voorwerp toelopen, fouten bij het opnemen, langzaam
terugkomen, laten vallen van het voorwerp, spelen of knabbelen
met en op het voorwerp, fouten bij het voorzitten en aan de
voet komen, leiden tot puntenaftrek. Wanneer de HG zijn
basispositie verlaat is de oefening met onvoldoende te
beoordelen. Brengt de hond het apporteerblok niet, dan worden
0 punten toegekend.
4.
Apporteren over de hindernis van 100 cm
15
punten
a.
MB “Hoog”, “Breng”, “Los”, “Voet”
b.
Uitvoering:
De
HG neemt met zijn hond op tenminste 5 passen van het
springtoestel de basispositie aan. Vanuit de basispositie
werpt de HG het apporteerblok (gewicht 650 gram) over de 100
cm hoge hindernis. Het MB “Hoog” zal pas dan gegeven
worden op het ogenblik dat het apporteerblok volledig stil
ligt. De rustig, vrij aan de voet zittende hond moet op het MB
“Hoog” en “Beng” (het MB “Breng” moet tijdens de
sprong gegeven worden) over de hindernis springen, snel en
correct naar het apporteerblok toelopen, het onmiddellijk
opnemen en vervolgens onmiddellijk de terugsprong uitvoeren.
De hond moet zich snel, dicht en recht voor zijn HG zetten en
het apporteerblok rustig in de bek houden (ca 3 sec) tot de HG
met het MB “Los” het apporteerblok afneemt. Het
apporteerblok moet na het afnemen met naar onder uitgestrekte
arm naast de rechterzijde van het lichaam worden gehouden. Op
het MB “Voet” dient de hond zich snel en correct naast de
linkerzijde van de HG neer te zetten. De HG mag gedurende het
gehele verloop van deze oefening zijn basispositie niet
verlaten.
c.
Beoordeling.
Fouten
in de basispositie, spreidstand door de HG, langzaam springen
en naar het blok toelopen, fouten bij het opnemen, langzaam
terugspringen, laten vallen, spelen of knabbelen, fouten bij
voorzitten en aan de voet komen leiden tot puntenaftrek. Voor
het raken van de hindernis worden per sprong voor het raken 1
punt en voor het zich afzetten 2 punten afgetrokken.
Verdeling
der punten:
|
Heensprong
|
Brengen
|
Terugsprong
|
|
5 punten
|
5 punten
|
5 punten
|
Een
gedeelte van de punten wordt toegekend bij de volgende
situaties (2 onderdelen uitgevoerd):
Springen
en brengen zonder fouten:
15 punten
Heen-
of terugsprong niet uitgevoerd, apport foutloos gebracht:
10 punten
Heen-
en terugsprong foutloos, apport niet gebracht:
10 punten
Ligt
het apporteerblok te ver uit de richting of voor de hond
slecht zichtbaar, dan kan de HG vragen aan de KM om het
opnieuw te mogen werpen. Dit kan op aanwijzing van de KM. Bij
het ophalen van het apporteerblok moet de hond rustig blijven
zitten. Dit alles zonder puntenaftrek. Indien de HG hulp geeft
aan de hond, evenwel zonder wijziging in de basispositie,
volgt puntenaftrek. Indien de HG zijn basispositie heeft
verlaten, dan wordt de oefening met onvoldoende gewaardeerd.
5.
Apporteren over een schuine wand (180 cm hoog)
15
punten
a.
MB “Hoog”, “Breng”, “Los”, “Voet”
b.
Uitvoering:
De
HG neemt met zijn hond op tenminste 5 passen van de schuine
wand de basispositie aan. Vanuit de basispositie werpt de HG
het apporteerblok (gewicht 650 gram) over de 180 cm hoge
hindernis (nationaal in België: 160 cm). De rustig aan de
voet zittende hond moet op het MB “Hoog” en “Breng”
(het MB “Breng” moet tijdens het klauteren gegeven worden)
over de hindernis heen klauteren, snel en correct naar het
apporteerblok toelopen, het onmiddellijk opnemen en vervolgens
onmiddellijk de terugsprong uitvoeren. De hond moet zich snel
dicht en recht voor zijn HG zetten en het apporteerblok rustig
in de bek houden (ca 3 sec) tot de HG met het MB “Los” het
apporteerblok afneemt. Het apporteerblok moet na het afnemen
met naar onder uitgestrekte arm naast de rechterzijde van het
lichaam worden gehouden. Op het MB “Voet” dient de hond
zich snel en correct naast de linkerzijde van de HG neer te
zetten. De HG mag gedurende het gehele verloop van deze
oefening zijn basispositie niet verlaten.
c.
Beoordeling.
Fouten
in de basispositie, spreidstand door de HG, langzaal springen
en naar het blok toelopen, fouten bij het opnemen, langzaam
terugspringen, laten vallen, spelen of knabbelen, fouten bij
voorzitten en aan de voet komen, leiden tot puntenaftrek.
Verdeling
der punten:
|
Heensprong
|
Brengen
|
Terugsprong
|
|
5 punten
|
5 punten
|
5 punten
|
Een
gedeelte van de punten wordt toegekend bij de volgende
situaties (2 onderdelen uitgevoerd):
Klauteren
en brengen zonder fouten:
15 punten
Heen
of terug klauteren niet uitgevoerd, apport foutloos gebracht:
10 punten
Heen
en terug klauteren foutloos, apport niet gebracht:
10 punten
Ligt
het apporteerblok te ver uit de richting af voor de hond
slecht zichtbaar, dan kan de HG vragen aan de KM om het
opnieuw te mogen werpen. Dit kan op aanwijzing van de KM. Bij
het ophalen van het apporteerblok moet de hond rustig blijven
zitten. Dit alles zonder puntenaftrek.
Indien
de HG hulp geeft aan de hond, evenwel zonder wijziging in de
basisposities, volgt puntenaftrek. Indien de HG zijn
basispositie heeft verlaten, dan wordt de oefening met
onvoldoende gewaardeerd.
7.
Vooruitzenden met afliggen.
10
punten
a.
MB “Vooruit”, “Af” of “Liggen”, “Zit”.
b.
Uitvoering:
Vanuit
de basispositie gaat de HG met zijn vrij volgende hond in
rechte lijn in de hem aangewezen richting. Na 10 à 15 passen
geeft de HG één enkel MB “Vooruit”, heft gelijktijdig de
arm en blijft staan. Hierop moet de hond snel en in rechte
lijn tenminste 30 passen in de aangewezen richting lopen. Op
aanwijzing van de KM geeft de HG het bevel “Af” of
“Lig”, waarop de hond onmiddellijk moet gaan liggen. De HG
houdt de arm geheven tot de hond neerligt.
Op
aanwijzing van de KM begeeft de HG zich naar zijn hond en
plaatst zich rechts naast hem. Na ca 3 sec moet de hond, op
aanwijzing van de KM en op MB van de HG snel en correct gaan
zitten.
c.
Beoordeling:
Fouten
in de ontwikkeling (vrij volgen), meelopen door de HG, te
langzaam vooruitlopen, sterke zijwaartse afwijking, te korte
afstand afgelegd, treuzelend of vroegtijdig neerleggen van de
hond, onrustig liggen, te vroeg rechtstaan bij het ophalen,
leiden tot puntenaftrek.
6.
Afliggen onder afleiding
10
punten
a.
MB “Af” of “Liggen”, “Zit”
b.
Uitvoering:
Bij
aanvang van de afdeling B van een andere hond legt de HG zijn
hond met het MB “Af” of “Lig” op een door de KM
aangewezen plaats af. De hond blijft achter zonder lijn of
enig ander voorwerp.
De
HG verwijdert zich zonder omkijken tenminste 30 passen van de
hond en blijft staan, in het zicht van de hond, met de rug
naar hem toe. De hond moet zonder beïnvloeding door de HG
rustig blijven liggen terwijl de andere hond de oefeningen 1
tot en met oefening 6 afwerkt. Op aanwijzing van de KM gaat de
HG naar zijn hond en plaatst zich aan zijn rechterzijde. Na ca
3 sec, op aanwijzing van de KM en een MB van de HG moet de
hond snel en correct gaan zitten.
c.
Beoordeling:
Onrustig
gedrag van de HG net als elke andere vorm van verborgen hulp,
onrustig liggen van de hond, het te vroeg opstaan van de hond
bij het ophalen leiden tot puntenaftrek. Gaat de hond
gedurende de oefening staan of zitten, dan volgt er een
gedeeltelijk toekennen van de punten. Verwijdert de hond zich
meer dan drie meter van zijn plaats alvorens de andere hond de
oefening 3 volledig heeft afgewerkt, dan worden 0 punten
toegekend. Verlaat de hond de plaats na beëindiging van
oefening 3, dan volgt een gedeeltelijke toekenning van punten.
Komt de hond de HG tegemoet bij het ophalen, dan zijn er tot 3
punten af te trekken.
G.H.P.-I Afdeling C
Oefening
1:
Revieren:
5 punten
Oefening
2:
Aanblaffen en bewaken:
10 punten
Oefening
3:
Vluchtverhindering van de pakwerker:
20 punten
Oefening
4:
Verdediging van de hond in de bewakingsfase:
35 punten
Oefening
5:
Aanval van de hond vanuit de beweging:
30 punten
Totaal:
100 punten
Algemene
Bepalingen:
Op
een geschikt terrein zijn op de langste zijden 6 schuilhokjes
geplaatst, 3 aan iedere zijde. De voor de HG, KM en PW nodige
markeringen moeten goed zichtbaar zijn.
De
PW moet uitgerust zijn met een volledige pakwerkerskledij,
bijtarm en soft stok. De bijtarm moet overtrokken zijn in
natuurkleurige jute. Wanneer dit voor de PW noodzakelijk is om
de hond in het gezichtsveld te houden, moet hij niet
onbeweeglijk stilstaan. Hij mag echter geen driegende houding
aannemen en geen afweerbewegingen maken. Hij beschermt zijn
lichaam met de bijtarm. Het MB voor lossen is bij elke
verdedigingsoefening slecht éénmaal toegestaan. De manier
waarop de HG de PW ontwapent door de stok of te nemen, wordt
aan de HG over gelaten.
Bij
wedstrijden in klas I en II volstaat het dat met één PW
gewerkt wordt. Voor klas III zijn steeds twee PW verplicht.
(Nationaal) Voor alle honden dienen dezelfde PW te werken. Met
alle honden moet op de zelfde manier gewerkt worden.
Beoordeling
voor het lossen:
Slecht
lossen
|
Eerste
BB met onmiddellijk lossen
|
Eerste
BB met slecht lossen
|
Tweede
bbh
|
Verdere
inwerkingen
|
|
0.5
– 3
|
-3
|
3.5
– 6.0
|
6.5
– 9
|
Diskwalificatie
|
Verlaat
de hond de HG of het terrein en komt na 3 MB niet terug, dan
wordt de HG/Hond gediskwalificeerd. Er volgt geen beoordeling
en er worden geen punten toegekend.
Honden
die niet in de hand van de HG liggen, die slechts na inwerking
van de HG lossen en/of die op een andere plaats dan de bijtarm
bijten, moeten gediskwalificeerd worden. Er volgt geen
DZB-beoordeling.
Honden
die bij verdedigingsoefeningen versagen of zich laten verjagen
kunnen in geen geval slagen. In deze gevallen wordt de
uitvoering van afdeling C afgebroken en er volgt geen
beoordeling van het pakwerk. Er volgt wel een DZB-beoordeling
(Drift, Zelfverzekerdheid, Belastbaarheid).
1.
Revieren
5
punten
MB
“Revier”, “Hier” (het MB “Hier” kan met de naam
van de hond verbonden zijn)
Uitvoering:
De
PW bevindt zich voor de hond niet zichtbaar in het laatste
schuilhokje. De HG neemt met zijn vrij volgende hond ter
hoogte van het vijfde schuilhok plaats, zodanig dat twee
zijslagen mogelijk zijn. Op aanwijzing van de KM begint de
afd. C. Op een kort MB “revier” en een gebaar met de
rechter- of de linkerarm, dat mag herhaald worden, moet de
hond zich snel van de HG verwijderen en snel doelmatig naar en
rond het vijfde schuilhokje lopen. Als de hond rond het
schuilhokje heeft gelopen roept de HG met een MB “Hier”
(eventueel gecombineerd met de naam van de hond) de hond in
zijn richting en stuurt hem met een nieuw MB “Revier” uit
beweging naar het schuilhok met de PW. De HG beweegt zich in
normale pas over de denkbeeldige middenlijn van het terrein,
die hij tijdens het revieren niet mag verlaten. De hond moet
zich steeds voor de HG bevinden. Wanneer de hond het
schuilhokje heeft bereikt, moet de HG blijven stilstaan. MB en
gebaren zijn op dat ogenblik niet meer toegelaten.
Beoordeling:
Treuzelend
en niet vlot uitvoeren, ondoelmatig revieren, leiden tot
puntenverlies.
2.
Aanblaffen en bewaken
10
punten
MB
“Voet”, “Zit”
Uitvoering:
De
hond moet de PW aandachtig bewaken en moet aanhoudend
aanblaffen. De hond mag de PW niet aanraken of bijten. Na een
aanblafperiode van ongeveer 20 seconden begeeft de HG zich op
aanwijzing van de KM tot op 5 passen van het schuilhokje. Op
aanwijzing van de KM roept de HG zijn hond in basispositie.
(Nationaal in België: na het revieren mag de hond met de
ketting gehouden worden in plaats van uit te roepen op 5
passen).
Beoordeling:
Fouten
in het aanhoudend aanblaffen en intensief bewaken vóór het
MB, reactie op de KM of de aankomende HG leiden tot
puntenaftrek. Voor aanhoudend blaffen worden 5 punten
toegekend. Indien de hond niet aanhoudend blaft, worden 2
punten afgetrokken. Indien een hond niet blaft gedurende de
bewaking, worden 5 punten afgetrokken. Bij licht aanraken van
de PW worden tot 2 punten en bij inbijten tot 9 punten
afgetrokken. Verlaat de hond de PW voordat de KM de aanwijzing
aan de HG gegeven heeft om de middenlijn te verlaten, kan de
hond opnieuw naar de PW gestuurd worden. Blijft de hond hierna
bij de PW dan kan afd C worden voortgezet. Aanblaffen en
bewaken worden dan wel met onvoldoende beoordeeld. Laat de
hond zich niet meer naar het verstek toe sturen of verlaat hij
de PW opnieuw, dan is de afd C af te breken. Komt de hond de
HG bij het naderen van het verstek tegemoet of komt de hond
voor het MB zelfstandig naar de HG, dan volgt een beoordeling
met onvoldoende.
3.
Vluchtverhindering van de PW
20 punten
MB
“Af”, “Liggen”, “Los”
Uitvoering:
Op
aanwijzing van de KM beveelt de HG de PW om uit het
schuilhokje te komen. De PW begeeft zich in normale pas naar
een gemarkeerd punt.
Op
aanwijzing van de KM begeeft de HG zich met vrij volgende hond
naar een gemarkeerd punt voor de vluchtpoging. De HG laat zijn
in bewaking liggende hond achter en begeeft zich zodanig terug
naar het schuilhokje dat hij de hond, de PW en de KM in zicht
houdt. De afstand tussen de hond en de PW bedraagt 5 passen.
Op aanwijzing van de KM onderneemt de PW een vluchtpoging. De
hond moet zonder aarzelen en zelfstandig de vluchtpoging
verhinderen door krachtig en energiek in te bijten. Op
aanwijzing van de KM staat de PW stil. Na het instellen van de
PW moet de hond onmiddellijk lossen. De HG kan binnen een
redelijke tijd, zelfstandig, een MB geven. Lost de hond niet
op het eerste geoorloofde MB, dan kan hij op aanwijzing van de
KM twee extra MB geven. Laat de hond na het eerste en de twee
bijkomende bevelen niet los, dan volgt de diskwalificatie.
Tijdens het geven van het MB “Los”, moet de HG rustig op
zijn plaats blijven zonder de hond te beïnvloeden. Na het
lossen moet de hond de PW dicht en opmerkzaam bewaken.
C.
Beoordeling:
Inbreuken
tegen de belangrijke beoordelingscriteria leiden tot
puntenaftrek. Deze zijn: snel en energiek reageren op de
vluchtpoging, wat tot het lossen gevolgd wordt door een
krachtige volle en rustige beet, het opmerkzaam dicht bewaken
van de PW. Blijft de hond liggen of heeft de hond de vlucht
niet binnen 20 passen verijdeld door in te bijten, dan wordt
afd. C afgebroken.
Is
de hond tijdens de bewakingsfase licht onopmerkzaam of raakt
hij de bijtmouw aan, dan wordt dit gesanctioneerd met het
verlies van een kwalificatie. Bewaakt de hond zeer
onopmerkzaam of belast hij de PW in grote mate, dan wordt
gesanctioneerd met het verlies van twee kwalificaties.
Bewaakt
de hond de PW niet, maar blijft hij wel in diens nabijheid,
dan wordt dit gesanctioneerd met het verlies van drie
kwalificaties. Verlaat de hond de PW of geeft de HG een MB
waardoor de hond bij de PW blijft, dan wordt afd. C
afgebroken.
4.
Verdediging van de hond bij de overval in de bewakingsfase
35
punten
MB
“Los”, “Voet”
Uitvoering:
Na
een bewakingsfase van ca 5 sec onderneemt de PW op aanwijzing
van de KM een overval op de hond. De hond moet zich verdedigen
door krachtig en energiek in te bijten. Hij mag enkel in de
bijtarm bijten. Heeft de hond ingebeten, bekomt hij 2
stokslagen. Er zijn enkel stokslagen toegestaan op de schoft
en de rug. Op aanwijzing van de KM staat de PW stil. Na het
instellen moet de hond onmiddellijk lossen. De HG kan een MB
voor het lossen, binnen een redelijke tijd, zelfstandig geven.
Laat de hond na het eerste toegestane MB niet los, dan wacht
de HG op aanwijzing van de KM om 2 bijkomende “Los” te
geven. Indien de hond na deze 2 bijkomende MB niet loslaat,
volgt diskwalificatie. Gedurende het geven van MB blijft de HG
rustig op zijn plaats zonder de hond in enige mate te beïnvloeden.
Na het lossen moet de hond de PW dicht en opmerkzaam bewaken.
Op aanwijzing van de KM gaat de HG in normale pas rechtstreeks
naar zijn hond. Hij neemt de basispositie aan met het MB
“Voet”. De PW wordt niet ontwapend.
C.
Beoordeling:
Inbreuken
tegen de belangrijke beoordelingscriteria leiden tot
puntenaftrek: snel en krachtig inbijten, volle en rustige beet
tot het lossen, na het lossen opmerkzaam en dicht bewaken van
de PW. Is de hond tijdens de bewakingsfase licht onopmerkzaam
of raakt hij de bijtmouw aan, dan wordt dit gesanctioneerd met
het verlies van een kwalificatie. Bewaakt de hond zeer
onopmerkzaam of belast hij de PW in grote mate, dan wordt dit
gesanctioneerd met het verlies van twee kwalificaties.
Bewaakt
de hond de PW niet, maar blijft hij wel in diens nabijheid,
dan wordt dit gesanctioneerd met het verlies van drie
kwalificaties. Verlaat de hond de PW of geeft de HG een MB
waardoor de hond bij de PW blijft, dan wordt afd. C
afgebroken.
5.
Aanval van de hond uit de beweging
30
punten
a.
MB “Zitten”, “Vast”, “Los”, basispositie
aannemen, “Voet”
b.
Uitvoering:
Er
wordt aan de HG met zijn hond een gemarkeerd punt aangewezen
op de middenlijn van het terrein. De hond kan aan de halsband
vastgehouden worden, maar mag niet aangemoedigd worden. Op
aanwijzing van de KM treedt de met een softstok uitgeruste PW
uit een schuilhokje en gaat in normale pas naar de middenlijn.
Dan loopt de PW naar de HG met zijn hond toe en valt hem onder
het slaken van dreigende geluiden en het uitvoeren van heftige
dreigende gebaren frontaal aan. Zodra de PW de HG met zijn
hond tot op 40 à 30 passen genaderd is, geeft de HG op
aanwijzing van de KM zijn hond vrij. Na het MB “Vast” moet
de hond door energiek en krachtig in te bijten de aanval
afweren.
De
HG mag in geen geval zijn plaats verlaten. Op aanwijzing van
de KM blijft de PW stilstaan. De hond moet onmiddellijk
loslaten. De HG mag binnen een redelijke tijd zelfstandig een
MB geven om de hond te doen lossen.
Laat
de hond na het eerste toegestane MB niet los, dan wacht de HG
op aanwijzing van de KM om 2 bijkomende MB “Los” te geven.
Indien de hond na deze 2 bijkomende MB niet loslaat, volgt
diskwalificatie.
Gedurende
het geven van MB blijft de HG rustig op zijn plaats zonder de
hond in enige mate te beïnvloeden. Na het lossen moet de hond
de PW dicht en opmerkzaam bewaken. Op aanwijzing van de KM
gaat de HG in normale pas rechtstreeks naar zijn hond. Hij
neemt de basispositie aan met het MB “Voet”. De PW wordt
ontwapend door de sofstok af te nemen.
a.
Beoordeling
Inbreuken
tegen de belangrijke beoordelingscriteria leiden tot
puntenaftrek: snel en krachtig inbijten, volle en rustige beet
tot het lossen, na het lossen opmerkzaam en dicht bewaken van
de PW. Is de hond tijdens de bewakingsfase licht onopmerkzaam
of raakt hij de bijtmouw aan, dan wordt dit gesanctioneerd met
het verlies van een kwalificatie. Bewaakt de hond zeer
onopmerkzaam of belast hij de PW in grote mate, dan wordt dit
gesanctioneerd met het verlies van twee kwalificaties.
Bewaakt
de hond de PW niet, maar blijft hij wel in diens nabijheid,
dan wordt dit gesanctioneerd met het verlies van drie
kwalificaties. Verlaat de hond de PW of geeft de HG een MB
waardoor de hond bij de PW blijft, dan wordt afd. C
afgebroken.
G.H.P.-II
Onderverdeeld
in:
Afdeling A:
100 punten
Afdeling B:
100 punten
Afdeling C:
100 punten
Totaal:
300 punten
G.H.P.-II Afdeling A
Vreemd
spoor, minstens 400 passen, 3 benen, 2 hoeken (ca 90°), 2
voorwerpen, tenminste 30 min oud. Uitwerkingstijd 15 min.
Uitwerken
van het spoor:
80 punten
Voorwerpen:
20 punten
Totaal:
100 punten
Algemeenheden.
De
KM of de WL bepalen aan de hand van het ter beschikking zijnde
terrein het verloop van de sporen. De sporen dienen
verschillend van vorm te zijn. De hoeken en de voorwerpen
mogen op de verschillende sporen niet op dezelfde plaats
gesitueerd of neergelegd worden. De aanzet van het spoor dient
door een speurpaaltje aangeduid te worden. Dit speurpaaltje
dient steeds links van het vertrekpunt van het spoor in de
grond geplant te worden.
De
volgorde van werken wordt steeds bepaald door het lot.
De
SL dient voor het leggen van het spoor de voorwerpen te tonen
aan de KM. De voorwerpen zijn 30 min voor aanvang in het bezit
van de SL. De SL staat korte tijd stil op het beginpunt van
het spoor en gaat vervolgens in normale pas in de aangewezen
richting. Het eerste voorwerp wordt gelegd na tenminste 100
passen na het vertrekpunt en dit op het eerste of tweede been.
De voorwerpen moeten neergelegd worden zonder halt te houden.
Na het leggen van het laatste voorwerp moet de SL nog meerdere
passen in dezelfde richting verdergaan. De op een spoor
gebruikte voorwerpen moeten van verschillende samenstelling
zijn (leder, textiel, hout). De afmetingen van de voorwerpen
zijn maximaal 10 cm lang, 2 à 3 cm breed en 0.5 tot 1 cm dik.
Hun kleur mag niet wezenlijk verschillen van de bodem. Alle
voorwerpen moeten voorzien zijn van een nummer dat gelijk is
aan het nummer op het speurpaaltje.
De
KM, WL en begeleidende personen mogen tijdens het werken van
de hond niet vertoeven op die plaatsen waar de hond, volgens
het reglement, het recht heeft om te zoeken.
Mondeling
bevel: “Zoek”
Het
MB “zoek” is toegelaten bij het begin van het spoor en bij
het aanzetten na het eerste voorwerp.
Uitvoering:
De
HG bereidt zijn hond voor op het speuren. De hond kan vrij
zoeken of aan de leiband van 10 m. De 10 m lange leiband kan
over de rug, zijdelings, tussen de voorpoten of/of tussen de
achterpoten gedragen worden. De leiband kan ook aan de, niet
op strop ingestelde, halsketting bevestigd worden. Bovendien
is het toegestaan de volgende speurtuigen te dragen:
speurharnas of butcher, zonder bijkomende riemen.
Na
te zijn opgeroepen meldt de HG zich met zijn hond in
basispositie bij de KM en geeft aan of zijn hond verwijst of
apporteert. Gedurende de aanzet en tijdens het speuren is elke
vorm van dwang verboden. Op teken van de KM dient de HG zijn
hond langzaam en rustig naar het vertrekpunt te brengen en aan
te zetten. De hond dient bij het begin van het spoor lucht te
nemen.
De
hond moet vervolgens met diepe neus en intensief in een
gelijkmatig tempo het spoor volgen. De HG volgt zijn hond op
10 m afstand. Ook bij vrij zoeken moet deze afstand van 10 m
gerespecteerd worden. De speurlijn mag, wanneer zij door de HG
niet losgelaten wordt, doorhangen. De hond moet de hoeken
zeker uitwerken. Na de hoeken moet de hond in gelijkmatig
tempo verder werken. Zodra de hond een voorwerp gevonden
heeft, moet hij het, zonder beïnvloeding door de HG,
onmiddellijk opnemen of overtuigend verwijzen. Indien de hond
het voorwerp opneemt, kan hij dit doen in staande of zittende
houding of het apporteren naar de HG (de manier van apporteren
moet niet steeds dezelfde zijn).
Verdergaan
met het voorwerp of liggend opnemen is foutief. Het verwijzen
kan liggend, staand of zittend gebeuren (mag ook wisselend).
Nadat de hond het voorwerp verwezen heeft, laat de HG de lijn
vallen en begeeft zich naar zijn hond. Door het omhoog steken
van het voorwerp toont de HG dat het voorwerp gevonden werd.
De HG neemt de lijn weer op, de hond wordt terug aangezet en
zet het speuren verder. Na beëindigen van het spoor toont de
HG aan de KM de gevonden voorwerpen.
Beoordeling.
Het
tempo tijdens het zoeken is geen criterium bij de beoordeling,
zolang het uitwerken van het spoor gelijkmatig, intensief en
overtuigend gebeurt. Zich overtuigen zonder het spoor te
verlaten is niet foutief.
Treuzelen,
hoge neus, zwalpen, ronddraaien op de hoeken, voortdurend
aanmoedigen, foutief opnemen of verwijzen van voorwerpen, zijn
als foutief te beoordelen en leiden tot puntenaftrek. Indien
de HG het spoor met meer dan één lijnlengte verlaat wordt
het speuren afgebroken. Indien de hond het spoor verlaat en
tegengehouden wordt door de HG, dan zal de HG door de KM
opgedragen worden om de hond te volgen. Wordt dit bevel van de
KM niet opgevolgd, dan wordt het speuren afgebroken. Is binnen
de tijd van 15 minuten na de aanzet het einde van het spoor
niet bereikt, wordt het speuren afgebroken. De arbeid tot op
het ogenblik van afbreken wordt dan beoordeeld. Opnemen én
verwijzen van de voorwerpen is foutief.
De
verdeling van de punten voor het speurwerk op de verschillende
benen moet gebeuren op basis van de lengte en
moeilijkheidsgraad. Het beoordelen van het speurwerk op de
verschillende benen gebeurt door kwalificaties en punten.
Zoekt de hond niet of blijft hij lang verwijlen op eenzelfde
plek zonder te zoeken, dan kan het speuren worden afgebroken,
zelfs indien de hond zich nog op het spoor bevindt.
G.H.P.-II Afdeling B
Oefening
1:
Vrij volgen:
10 punten
Oefening
2:
Zit uit beweging:
10 punten
Oefening
3:
Afleggen met voor roepen:
10 punten
Oefening
4:
Staan blijven in normale pas:
10 punten
Oefening
5:
Apporteren over de grond
10 punten
Oefening
6:
Brengen over de haag:
15 punten
Oefening
6:
Brengen over de schuine wand:
15 punten
Oefening
7:
Vooruit zenden met afliggen:
10 punten
Oefening
8:
Afliggen met afleiding:
10 punten
Totaal:
100 punten
Algemeenheden:
De
KM geeft het signaal voor de aanvang van een oefening. Alle
verdere delen zoals keerwendingen, hoeken, verandering van
pas, enz…. worden zonder aanwijzingen uitgevoerd.
De
MB worden gegeven op normale toon en bestaan uit één enkel
woord. Zij kunnen in elke taal gegeven worden maar moeten
gedurende de oefeningen steeds dezelfde zijn.
Voert
een hond na een derde MB een oefening of een deel van een
oefening niet uit, dan wordt de oefening zonder beoordeling
afgebroken. Bij het oproepen van de hond kan het MB “hier”
vervangen worden door de naam van de hond. Indien beide
gebruikt worden, geldt dit als een bijkomend MB.
In
de basispositie zit de hond kort en recht naast het linkerbeen
van de HG, zodanig dat zijn schouder ter hoogte van de knie
van de HG is. Elke oefening begint en eindigt met deze
basispositie.
Het
aannemen van de basispositie is voor een oefening slechts éénmaal
toegestaan. Een kort loven is na iedere oefening en
uitsluitend in basispositie toegelaten. Daarna kan de HG een
nieuwe basispositie aannemen. Tussen het loven van de hond en
het begin van een nieuwe oefening moeten minstens drie
seconden verstrijken.
Uit
de basispositie volgt de zogenaamde ontwikkeling van de
oefening. De HG dient minstens 10 en hoogstens 15 passen te
gaan alvorens het MB te geven. Tussen de delen van de
oefening, zoals oproepen en voorzitten, het aan de voet komen
en vervolgens het beëindigen van de oefening, moeten
duidelijke pauzes gelegen zijn (ca 3 sec). Bij het ophalen van
zijn hond kan de HG zijn hond langs voren naderen of achterom
komen. Tussen de oefeningen moet de hond op correcte wijze
vrij volgen. Ook bij het ophalen van de apporteerblokken moet
de hond meegevoerd worden. Aanzetten tot spelen is niet
toegelaten.
De
keerwending is door de HG naar links uit te voeren. De hond
kan bij de keerwending achter de HG naar rechts doordraaien of
bij het naar links draaien terugtreden. De uitvoering moet
tijdens gans de proef echter steeds dezelfde zijn. Na een
oefening “zit-voor” kan de hond aan de voet komen door
rechts rond geleider te draaien of door rechtstreeks links
naast de H.B. de gaan zitten.
Het
vaste springtoestel heeft een hoogte van 100 cm en een
breedte van 150 cm. De schuine wand bestaat uit twee bovenaan
met elkaar verbonden delen van 150 cm breed en 191 cm hoog. Op
de bodem staan deze beide delen zover uit elkaar dat de
verticale hoogte van de wand 180 cm bedraagt. Het gehele vlak
van de schuine wand moet voorzien zijn van een
antislipbekleding. In de bovenste helft van de wand zijn aan
beide zijden 3 laten aan te brengen (24/48 mm). Alle honden
dienen dezelfde hindernis te gebruiken.
Bij
het apporteren zijn enkel apporteerblokken toegelaten (1000
gram voor het apport over de grond en 650 gram voor het apport
over de schutting en over de schuine wand). Deze blokken
dienen door de organisator ter beschikking te worden gesteld
en zijn verplicht te gebruiken. Voor het apporteren mogen de
blokken de hond niet vooraf in de bek gegeven worden.
Verlaat
de hond zijn HG en komt na 3 MB niet terug, dan wordt de
combinatie HG/hond gediskwalificeerd. Indien de HG een
oefening vergeet, zal de KM hem hierop wijzen en de oefening
laten uitvoeren zonder puntenaftrek.
1.
Vrij volgen
10 punten
Een
MB voor het volgen: “Volg”
Het
MB is toegestaan bij het vertrek en bij elke verandering van
pas.
Uitvoering.
De
HG gaat met zijn hond naar de KM en stelt zich voor. De hond
moet aan de voet zitten. Vanuit basispositie moet de hond op
MB “volg” van de HG opmerkzaam, vreugdig en correct
volgen, met het schouderblad ter hoogte van de linkerknie van
de HG. Bij het halt houden moet hij zonder bevel van de HG
snel en correct zitten. Bij het begin van de oefening gaat de
HG met zijn hond in rechte lijn 50 passen, maakt een
keerwending en na 10 à 15 passen uitgevoerd in gewone pas,
moet de HG de volgoefening achtereenvolgens eerst in looppas
en dan in langzame pas uitvoeren (telkens tenminste 10
passen). De overgang van looppas naar langzame pas gebeurt
onmiddellijk zonder overgang in gewone pas. De uitvoering van
de verschillende passen moet duidelijk te onderscheiden zijn.
In normale pas zijn vervolgens, tenminste een rechtse hoek,
een linkse hoek en een keerwending uit te voeren. In normale
pas wordt minstens één halt uitgevoerd. Tijdens het eerste
rechte stuk vrij volgen worden twee schoten afgevuurd (kaliber
6 mm) met een tussentijd van 5 seconden. De schoten worden
gelost op tenminste 15 passen afstand van de hond. De hond
moet zich onverschillig tonen. Aan het einde van de oefening
gaat de HG op aanwijzing van de KM door een bewegende groep
van tenminste vier personen. De HG dient met zijn hond
tenminste rond één persoon linksom en een andere persoon
rechtsom te gaan en tenminste éénmaal halt te houden in de
groep. Het is de KM toegestaan om deze oefening te laten
herhalen. De HG met zijn hond verlaat de groep en neemt de
basispositie in.
Beoordeling.
Hinderen,
voordringen, zijwaarts afwijken, achterblijven, mondelinge
bijbevelen, lichaamshulp, onopmerkzaamheid van de hond, te
veel druk, hebben puntenaftrek tot gevolg.
2.
Zit uit de beweging.
10 punten
MB
voor: “Volg” en “Zit”.
Uitvoering:
Vanuit
de basispositie gaat de HG met zijn vrij volgende hond in
normale pas in rechte lijn. Na 10 à 15 passen moet de hond op
het MB “zit” onmiddellijk, snel en in de wandelrichting
gaan zitten, zonder dat de HG zijn pas wijzigt, onderbreekt of
omkijkt. Na nogmaals 30 passen blijft de HG staan en draait
zich onmiddellijk naar zijn rustig zittende hond. Op
aanwijzing van de KM gaat de HG
naar zijn hond en stelt zich aan zijn rechterzijde op.
a.
Beoordeling.
Fouten
in de ontwikkeling (gedeelte vrij volgen), langzaam zitten,
onrustig, onopmerkzaam zitten, leiden tot puntenaftrek. Als de
hond gaat liggen of blijft rechtstaan zijn hiervoor 5 punten
af te trekken.
3.
Afleggen met oproepen.
a.
MB voor: “Volg”, “Af” of “Liggen”,
“Hier”, “Voet”.
b.
Uitvoering:
Vanuit
de basispositie gaat de HG met zijn vrij volgende hond in
rechte lijn. Na
10 à 15 passen moet de hond het mg “Af” of “ Liggen”
onmiddellijk, snel en in de wandelrichting gaan liggen, zonder
dat de HG zijn pas wijzigt, onderbreekt of omkijkt. Na
nogmaals 30 passen blijft de HG staan en draait zich
onmiddellijk naar zijn rustig liggende hond. Op aanwijzing van
de KM geeft de HG het MB “Hier” of naam van de hond. De
hond moet snel, vreugdig en correct komen en recht midden voor
de HG gaan zitten. Op het MB “Voet” dient de hond zich
snel en correct naast het linker been van de HG neer te
zetten.
c.
Beoordeling:
Fouten
in de ontwikkeling (gedeelte vrij volgen), spreidstand van de
HG, langzaam gaan liggen, langzaam terugkomen bij oproepen,
langzamer worden bij het voorkomen, houding corrigeren van de
HG, foutief voorzitten of foutief aan de voet komen, leiden
tot puntenaftrek. Als de hond na het MB gaat zitten of recht
blijft staan, zijn hiervoor 5 punten af te trekken.
4.
Staan blijven uit gewone pas
10
punten
a.
MB “Volg”, “Sta”, “Zit”
b.
Uitvoering.
Vanuit
de basispositie gaat de HG met zijn vrij volgende hond in
normale pas in rechte lijn. Na 10 à 15 passen moet de hond op
het MB “Sta” onmiddellijk en in de wandelrichting blijven
staan, zonder dat de HG zijn pas wijzigt, onderbreekt of
omkijkt. Na nogmaals 30 passen blijft de HG staan en draait
zich onmiddellijk om naar zijn rustig staande hond. Op
aanwijzing van de KM gaat de HG naar zijn hond en stelt zich
op aan zijn rechterzijde. Na ongeveer 3 sec moet de hond op MB
dat door de H.B. wordt gegeven na aanwijzing van de KM, snel
en correct zitten.
c.
Beoordeling.
Fouten
in de ontwikkeling, omkijken bij het MB, onrustig blijven
staan, nakomen, onrustig worden bij het ophalen door de HG,
langzaam gaan zitten bij het afsluiten, leiden tot
puntenaftrek. Zit de hond of gaat hij liggen, worden hiervoor
5 punten afgetrokken.
5.
Apporteren over de grond
10
punten
a.
MB “Breng”, “Los”, “Voet”.
b.
Uitvoering:
Vanuit
de basispositie werpt de HG een apporteerblok (gewicht 1000
gram) ongeveer 10 passen ver. Het MB “Breng” mag pas
gegeven worden op het ogenblik dat het apporteerblok stel
ligt. De rustig naast de HG zittende hond moet op het MB
“Breng” snel en correct naar het voorwerp toelopen, het
onmiddellijk opnemen en snel en correct brengen. De hond moet
snel, dicht en recht voor zijn HG gaan zitten en het
apporteerblok rustig in de bek houden (ca 3 sec) tot de HG met
het MB “Los” hem het apporteerblok afneemt. Het
apporteerblok moet na het afnemen met naar onder uitgestrekte
arm naast de rechterzijde van het lichaam worden gehouden. Op
het MB “Voet” dient de hond zich snel en correct naast de
linkerzijde van de HG neer te zetten. De HG mag gedurende het
gehele verloop van deze oefeningen zijn basispositie niet
verlaten.
c.
Beoordeling:
Fouten
in de basispositie, spreidstand door de HG, langzaam naar het
voorwerp toelopen, fouten bij het opnemen, langzaam
terugkomen, laten vallen van het voorwerp, spelen of knabbelen
met en op het voorwerp, fouten bij het voorzitten en aan de
voet komen, leiden tot puntenaftrek. Wanneer de HG zijn
basispositie verlaat is de oefening met onvoldoende te
beoordelen. Brengt de hond het apporteerblok niet, dan worden
0 punten toegekend.
6.
Apporteren over de hindernis van 100 cm
15
punten
a.
MB “Hoog”, “Breng”, “Los”, “Voet”
b.
Uitvoering:
De
HG neemt met zijn hond op tenminste 5 passen van het
springtoestel de basispositie aan. Vanuit de basispositie
werpt de HG het apporteerblok (gewicht 650 gram) over de 100
cm hoge hindernis. Het MB “Hoog” zal pas dan gegeven
worden op het ogenblik dat het apporteerblok volledig stil
ligt. De rustig, vrij aan de voet zittende hond moet op het MB
“Hoog” en “Beng” (het MB “Breng” moet tijdens de
sprong gegeven worden) over de hindernis springen, snel en
correct naar het apporteerblok toelopen, het onmiddellijk
opnemen en vervolgens onmiddellijk de terugsprong uitvoeren.
De hond moet zich snel, dicht en recht voor zijn HG zetten en
het apporteerblok rustig in de bek houden (ca 3 sec) tot de HG
met het MB “Los” het apporteerblok afneemt. Het
apporteerblok moet na het afnemen met naar onder uitgestrekte
arm naast de rechterzijde van het lichaam worden gehouden. Op
het MB “Voet” dient de hond zich snel en correct naast de
linkerzijde van de HG neer te zetten. De HG mag gedurende het
gehele verloop van deze oefening zijn basispositie niet
verlaten.
c.
Beoordeling.
Fouten
in de basispositie, spreidstand door de HG, langzaam springen
en naar het blok toelopen, fouten bij het opnemen, langzaam
terugspringen, laten vallen, spelen of knabbelen, fouten bij
voorzitten en aan de voet komen leiden tot puntenaftrek. Voor
het raken van de hindernis worden per sprong voor het raken 1
punt en voor het zich afzetten 2 punten afgetrokken.
Verdeling
der punten:
|
Heensprong
|
Brengen
|
Terugsprong
|
|
5 punten
|
5 punten
|
5 punten
|
Een
gedeelte van de punten wordt toegekend bij de volgende
situaties (2 onderdelen uitgevoerd):
Springen
en brengen zonder fouten:
15 punten
Heen-
of terugsprong niet uitgevoerd, apport foutloos gebracht:
10 punten
Heen-
en terugsprong foutloos, apport niet gebracht:
10 punten
Ligt
het apporteerblok te ver uit de richting of voor de hond
slecht zichtbaar, dan kan de HG vragen aan de KM om het
opnieuw te mogen werpen. Dit kan op aanwijzing van de KM. Bij
het ophalen van het apporteerblok moet de hond rustig blijven
zitten. Dit alles zonder puntenaftrek. Indien de HG hulp geeft
aan de hond, evenwel zonder wijziging in de basispositie,
volgt puntenaftrek. Indien de HG zijn basispositie heeft
verlaten, dan wordt de oefening met onvoldoende gewaardeerd.
7.
Apporteren over een schuine wand (180 cm hoog)
15
punten
a.
MB “Hoog”, “Breng”, “Los”, “Voet”
b.
Uitvoering:
De
HG neemt met zijn hond op tenminste 5 passen van de schuine
wand de basispositie aan. Vanuit de basispositie werpt de HG
het apporteerblok (gewicht 650 gram) over de 180 cm hoge
hindernis. De rustig aan de voet zittende hond moet op het MB
“Hoog” en “Breng” (het MB “Breng” moet tijdens het
klauteren gegeven worden) over de hindernis heen klauteren,
snel en correct naar het apporteerblok toelopen, het
onmiddellijk opnemen en vervolgens onmiddellijk de terugsprong
uitvoeren. De hond moet zich snel dicht en recht voor zijn HG
zetten en het apporteerblok rustig in de bek houden (ca 3 sec)
tot de HG met het MB “Los” het apporteerblok afneemt. Het
apporteerblok moet na het afnemen met naar onder uitgestrekte
arm naast de rechterzijde van het lichaam worden gehouden. Op
het MB “Voet” dient de hond zich snel en correct naast de
linkerzijde van de HG neer te zetten. De HG mag gedurende het
gehele verloop van deze oefening zijn basispositie niet
verlaten.
c.
Beoordeling.
Fouten
in de basispositie, spreidstand door de HG, langzaal springen
en naar het blok toelopen, fouten bij het opnemen, langzaam
terugspringen, laten vallen, spelen of knabbelen, fouten bij
voorzitten en aan de voet komen, leiden tot puntenaftrek.
Verdeling
der punten:
|
Heensprong
|
Brengen
|
Terugsprong
|
|
5 punten
|
5 punten
|
5 punten
|
Een
gedeelte van de punten wordt toegekend bij de volgende
situaties (2 onderdelen uitgevoerd):
Klauteren
en brengen zonder fouten:
15 punten
Heen
of terug klauteren niet uitgevoerd, apport foutloos gebracht:
10 punten
Heen
en terug klauteren foutloos, apport niet gebracht:
10 punten
Ligt
het apporteerblok te ver uit de richting af voor de hond
slecht zichtbaar, dan kan de HG vragen aan de KM om het
opnieuw te mogen werpen. Dit kan op aanwijzing van de KM. Bij
het ophalen van het apporteerblok moet de hond rustig blijven
zitten. Dit alles zonder puntenaftrek.
Indien
de HG hulp geeft aan de hond, evenwel zonder wijziging in de
basisposities, volgt puntenaftrek. Indien de HG zijn
basispositie heeft verlaten, dan wordt de oefening met
onvoldoende gewaardeerd.
8.
Vooruitzenden met afliggen.
10
punten
a.
MB “Vooruit”, “Af” of “Liggen”, “Zit”.
b.
Uitvoering:
Vanuit
de basispositie gaat de HG met zijn vrij volgende hond in
rechte lijn in de hem aangewezen richting. Na 10 à 15 passen
geeft de HG één enkel MB “Vooruit”, heft gelijktijdig de
arm en blijft staan. Hierop moet de hond snel en in rechte
lijn tenminste 30 passen in de aangewezen richting lopen. Op
aanwijzing van de KM geeft de HG het bevel “Af” of
“Lig”, waarop de hond onmiddellijk moet gaan liggen. De HG
houdt de arm geheven tot de hond neerligt.
Op
aanwijzing van de KM begeeft de HG zich naar zijn hond en
plaatst zich rechts naast hem. Na ca 3 sec moet de hond, op
aanwijzing van de KM en op MB van de HG snel en correct gaan
zitten.
c.
Beoordeling:
Fouten
in de ontwikkeling (vrij volgen), meelopen door de HG, te
langzaam vooruitlopen, sterke zijwaartse afwijking, te korte
afstand afgelegd, treuzelend of vroegtijdig neerleggen van de
hond, onrustig liggen, te vroeg rechtstaan bij het ophalen,
leiden tot puntenaftrek.
9.
Afliggen onder afleiding
10
punten
a.
MB “Af” of “Liggen”, “Zit”
b.
Uitvoering:
Bij
aanvang van de afdeling B van een andere hond legt de HG zijn
hond met het MB “Af” of “Lig” op een door de KM
aangewezen plaats af. De hond blijft achter zonder lijn of
enig ander voorwerp.
De
HG verwijdert zich zonder omkijken tenminste 30 passen van de
hond en blijft staan, in het zicht van de hond, met de rug
naar hem toe. De hond moet zonder beïnvloeding door de HG
rustig blijven liggen terwijl de andere hond de oefeningen 1
tot en met oefening 7 afwerkt. Op aanwijzing van de KM gaat de
HG naar zijn hond en plaatst zich aan zijn rechterzijde. Na ca
3 sec, op aanwijzing van de KM en een MB van de HG moet de
hond snel en correct gaan zitten.
c.
Beoordeling:
Onrustig
gedrag van de HG net als elke andere vorm van verborgen hulp,
onrustig liggen van de hond, het te vroeg opstaan van de hond
bij het ophalen leiden tot puntenaftrek. Gaat de hond
gedurende de oefening staan of zitten, dan volgt er een
gedeeltelijk toekennen van de punten. Verwijdert de hond zich
meer dan drie meter van zijn plaats alvorens de andere hond de
oefening 4 volledig heeft afgewerkt, dan worden 0 punten
toegekend. Verlaat de hond de plaats na beëindiging van
oefening 4, dan volgt een gedeeltelijke toekenning van punten.
Komt de hond de HG tegemoet bij het ophalen, dan zijn er tot 3
punten af te trekken.
G.H.P.-II Afdeling C
Oefening
1:
Revieren:
5 punten
Oefening
2:
Aanblaffen en bewaken:
10 punten
Oefening
3:
Vluchtverhindering van de pakwerker:
10 punten
Oefening
4:
Verdediging van de hond in de bewakingsfase:
20 punten
Oefening
5:
Rugtransport:
5 punten
Oefening
6:
Overval op de hond van uit rugtransport:
30 punten
Oefening
7:
Aanval van de hond vanuit de beweging:
20 punten
Totaal:
100 punten
Algemene
Bepalingen:
Op
een geschikt terrein zijn op de langste zijden 6 schuilhokjes
geplaatst, 3 aan iedere zijde. De voor de HG, KM en PW nodige
markeringen moeten goed zichtbaar zijn.
De
PW moet uitgerust zijn met een volledige pakwerkerskledij,
bijtarm en soft stok. De bijtarm moet overtrokken zijn in
natuurkleurige jute. Wanneer dit voor de PW noodzakelijk is om
de hond in het gezichtsveld te houden, moet hij niet
onbeweeglijk stilstaan. Hij mag echter geen driegende houding
aannemen en geen afweerbewegingen maken. Hij beschermt zijn
lichaam met de bijtarm. Het MB voor lossen is bij elke
verdedigingsoefening slecht éénmaal toegestaan. De manier
waarop de HG de PW ontwapent door de stok of te nemen, wordt
aan de HG over gelaten.
Bij
wedstrijden in klas I en II volstaat het dat met één PW
gewerkt wordt. Voor klas III zijn steeds twee PW verplicht.
(Nationaal) Voor alle honden dienen dezelfde PW te werken. Met
alle honden moet op de zelfde manier gewerkt worden.
Beoordeling
voor het lossen:
Slecht
lossen
|
Eerste
BB met onmiddellijk lossen
|
Eerste
BB met slecht lossen
|
Tweede
bbh
|
Verdere
inwerkingen
|
|
0.5
– 3
|
-3
|
3.5
– 6.0
|
6.5
– 9
|
Diskwalificatie
|
Verlaat
de hond de HG of het terrein en komt na 3 MB niet terug, dan
wordt de HG/Hond gediskwalificeerd. Er volgt geen beoordeling
en er worden geen punten toegekend.
Honden
die niet in de hand van de HG liggen, die slechts na inwerking
van de HG lossen en/of die op een andere plaats dan de bijtarm
bijten, moeten gediskwalificeerd worden. Er volgt geen
DZB-beoordeling.
Honden
die bij verdedigingsoefeningen versagen of zich laten verjagen
kunnen in geen geval slagen. In deze gevallen wordt de
uitvoering van afdeling C afgebroken en er volgt geen
beoordeling van het pakwerk. Er volgt wel een DZB-beoordeling
(Drift, Zelfverzekerdheid, Belastbaarheid).
1.
Revieren
5
punten
MB
“Revier”, “Hier” (het MB “Hier” kan met de naam
van de hond verbonden zijn)
Uitvoering:
De
PW bevindt zich voor de hond niet zichtbaar in het laatste
schuilhokje. De HG neemt met zijn vrij volgende hond tussen
het tweede en het derde schuilhokje plaats, zodanig dat vier
zijslagen mogelijk zijn. Op aanwijzing van de KM begint de
afd. C. Op een kort MB “revier” en een gebaar met de
rechter- of de linkerarm, dat mag herhaald worden, moet de
hond zich snel van de HG verwijderen en snel doelmatig naar en
rond het aangewezen schuilhokje lopen. Als de hond rond het
schuilhokje heeft gelopen, roept de HG met een MB “Hier”
(eventueel gecombineerd met de naam van de hond) de hond in
zijn richting en stuurt hem met een nieuw MB “Revier” uit
beweging naar het volgende schuilhok. De HG beweegt zich in
normale pas over de denkbeeldige middenlijn van het terrein,
die hij tijdens het revieren niet mag verlaten. De hond moet
zich steeds voor de HG bevinden. Wanneer de hond het
schuilhokje met de PW heeft bereikt, moet de HG blijven
stilstaan. MB en
gebaren zijn op dat ogenblik niet meer toegelaten.
c.
Beoordeling
Treuzelend
en niet vlot uitvoeren, ondoelmatig revieren, leiden tot
puntenverlies.
2.
Aanblaffen en bewaken
10
punten
MB
“Voet”, “Zit”
Uitvoering:
De
hond moet de PW aandachtig bewaken en moet aanhoudend
aanblaffen. De hond mag de PW niet aanraken of bijten. Na een
aanblafperiode van ongeveer 20 seconden begeeft de HG zich op
aanwijzing van de KM tot op 5 passen van het schuilhokje. Op
aanwijzing van de KM roept de HG zijn hond in basispositie.
Beoordeling:
Fouten
in het aanhoudend aanblaffen en intensief bewaken vóór het
MB, reactie op de KM of de aankomende HG leiden tot
puntenaftrek. Voor aanhoudend blaffen worden 5 punten
toegekend. Indien de hond niet aanhoudend blaft, worden 2
punten afgetrokken. Indien een hond niet blaft gedurende de
bewaking, worden 5 punten afgetrokken. Bij licht aanraken van
de PW worden tot 2 punten en bij inbijten tot 9 punten
afgetrokken. Verlaat de hond de PW voordat de KM de aanwijzing
aan de HG gegeven heeft om de middenlijn te verlaten, kan de
hond opnieuw naar de PW gestuurd worden. Blijft de hond hierna
bij de PW dan kan afd C worden voortgezet. Aanblaffen en
bewaken worden dan wel met onvoldoende beoordeeld. Laat de
hond zich niet meer naar het verstek toe sturen of verlaat hij
de PW opnieuw, dan is de afd C af te breken. Komt de hond de
HG bij het naderen van het verstek tegemoet of komt de hond
voor het MB zelfstandig naar de HG, dan volgt een beoordeling
met onvoldoende.
3.
Vluchtverhindering van de PW
10 punten
MB
“Af”, “Liggen”, “Los”
Uitvoering:
Op
aanwijzing van de KM beveelt de HG de PW om uit het
schuilhokje te komen. De PW begeeft zich in normale pas naar
een gemarkeerd punt.
Op
aanwijzing van de KM begeeft de HG zich met vrij volgende hond
naar een gemarkeerd punt voor de vluchtpoging. De HG laat zijn
in bewaking liggende hond achter en begeeft zich zodanig terug
naar het schuilhokje dat hij de hond, de PW en de KM in zicht
houdt. De afstand tussen de hond en de PW bedraagt 5 passen.
Op aanwijzing van de KM onderneemt de PW een vluchtpoging. De
hond moet zonder aarzelen en zelfstandig de vluchtpoging
verhinderen door krachtig en energiek in te bijten. Op
aanwijzing van de KM staat de PW stil. Na het instellen van de
PW moet de hond onmiddellijk lossen. De HG kan binnen een
redelijke tijd, zelfstandig, een MB geven. Lost de hond niet
op het eerste geoorloofde MB, dan kan hij op aanwijzing van de
KM twee extra MB geven. Laat de hond na het eerste en de twee
bijkomende bevelen niet los, dan volgt de diskwalificatie.
Tijdens het geven van het MB “Los”, moet de HG rustig op
zijn plaats blijven zonder de hond te beïnvloeden. Na het
lossen moet de hond de PW dicht en opmerkzaam bewaken.
C.
Beoordeling:
Inbreuken
tegen de belangrijke beoordelingscriteria leiden tot
puntenaftrek. Deze zijn: snel en energiek reageren op de
vluchtpoging, wat tot het lossen gevolgd wordt door een
krachtige volle en rustige beet, het opmerkzaam dicht bewaken
van de PW. Blijft de hond liggen of heeft de hond de vlucht
niet binnen 20 passen verijdeld door in te bijten, dan wordt
afd. C afgebroken.
Is
de hond tijdens de bewakingsfase licht onopmerkzaam of raakt
hij de bijtmouw aan, dan wordt dit gesanctioneerd met het
verlies van een kwalificatie. Bewaakt de hond zeer
onopmerkzaam of belast hij de PW in grote mate, dan wordt
gesanctioneerd met het verlies van twee kwalificaties.
Bewaakt
de hond de PW niet, maar blijft hij wel in diens nabijheid,
dan wordt dit gesanctioneerd met het verlies van drie
kwalificaties. Verlaat de hond de PW of geeft de HG een MB
waardoor de hond bij de PW blijft, dan wordt afd. C
afgebroken.
4.
Verdediging van de hond bij de overval in de bewakingsfase
20
punten
MB
“Los”, “Voet”
Uitvoering:
Na
een bewakingsfase van ca 5 sec onderneemt de PW op aanwijzing
van de KM een overval op de hond. De hond moet zich verdedigen
door krachtig en energiek in te bijten. Hij mag enkel in de
bijtarm bijten. Heeft de hond ingebeten, bekomt hij 2
stokslagen. Er zijn enkel stokslagen toegestaan op de schoft
en de rug. Op aanwijzing van de KM staat de PW stil. Na het
instellen moet de hond onmiddellijk lossen. De HG kan een MB
voor het lossen, binnen een redelijke tijd, zelfstandig geven.
Laat de hond na het eerste toegestane MB niet los, dan wacht
de HG op aanwijzing van de KM om 2 bijkomende “Los” te
geven. Indien de hond na deze 2 bijkomende MB niet loslaat,
volgt diskwalificatie. Gedurende het geven van MB blijft de HG
rustig op zijn plaats zonder de hond in enige mate te beïnvloeden.
Na het lossen moet de hond de PW dicht en opmerkzaam bewaken.
Op aanwijzing van de KM gaat de HG in normale pas rechtstreeks
naar zijn hond. Hij neemt de basispositie aan met het MB
“Voet”. De PW wordt niet ontwapend.
C.
Beoordeling:
Inbreuken
tegen de belangrijke beoordelingscriteria leiden tot
puntenaftrek: snel en krachtig inbijten, volle en rustige beet
tot het lossen, na het lossen opmerkzaam en dicht bewaken van
de PW. Is de hond tijdens de bewakingsfase licht onopmerkzaam
of raakt hij de bijtmouw aan, dan wordt dit gesanctioneerd met
het verlies van een kwalificatie. Bewaakt de hond zeer
onopmerkzaam of belast hij de PW in grote mate, dan wordt dit
gesanctioneerd met het verlies van twee kwalificaties.
Bewaakt
de hond de PW niet, maar blijft hij wel in diens nabijheid,
dan wordt dit gesanctioneerd met het verlies van drie
kwalificaties. Verlaat de hond de PW of geeft de HG een MB
waardoor de hond bij de PW blijft, dan wordt afd. C
afgebroken.
5.
Rugtransport
5 punten
a.
MB “Volg”
b.
Uitvoering:
Aansluitend
op oefening 4 volgt er een rugtransport van de PW over een
afstand ongeveer 30 passen. De KM beslist over het verloop van
het transport. De HG beveelt de PW om voorwaarts te gaan en
volgt hem met zijn vrij volgende hond op een afstand van 5
passen. De aandacht van de hond moet gericht zijn op de PW. De
afstand van 5 passen moet gedurende het gehele transport
gerespecteerd worden.
c.
Beoordeling
Inbreuken
tegen de belangrijke beoordelingscriteria leiden tot
puntenaftrek: de aandacht van de hond moet gericht zijn op de
PW, perfect volgen, aanhouden van de afstand van 5 passen
achter de PW.
6.
Overval op de hond van uit het rugtransport
30
punten
a.
MB “Los”, “Voet”
b.
Uitvoering:
Op
aanwijzing van de KM volgt tijdens het rugtransport, zonder
dat halt gehouden wordt, een overval op de hond. Zonder
tussenkomst van de HG moet de hond zich zonder aarzelen
verdedigen door energiek en krachtig in te bijten. De hond mag
uitsluitend in de bijtarm bijten. Op het ogenblik dat de hond
inbijt blijft de HG ter plaatse stilstaan. Na het instellen
van de PW moet de hond onmiddellijk lossen. De HG kan na
verloop van een redelijke tijd zelfstandig een MB “Los”
geven. Laat de hond na het eerste toegestane MB niet los, dan
wacht de HG op aanwijzing van de KM om 2 bijkomende MB
“Los” te geven. Indien de hond na deze 2 bijkomende MB
niet loslaat, volgt diskwalificatie. Gedurende het geven van
MB blijft de HG rustig op zijn plaats zonder de hond te beïnvloeden.
Na het lossen moet de hond de PW dicht en opmerkzaam bewaken.
Op aanwijzing van de KM gaat de HG in normale pas rechtstreeks
naar zijn hond. Hij neemt de basispositie aan met het MB
“Voet”. De PW wordt ontwapend. Er volgt een zijtransport
van de PW naar de KM over een afstand van 20 passen. Een MB
voor volg is toegestaan. De hond moet aan de rechterzijde van
de PW lopen, zodanig dat de hond tussen de PW en de HG loopt.
De hond mag tijdens dit zijtransport de PW niet belasten noch
aanbijten. Voor de KM wordt halt gehouden, de HG geeft de
softstok aan de KM en meldt dat het eerste deel van afd C beëindigd
is.
c.
Beoordeling:
Inbreuken
tegen de belangrijke beoordelingscriteria leiden tot
puntenaftrek: snel en krachtig aanbijten, volle en rustige
beet tot het lossen, na het lossen opmerkzaam en dicht bewaken
van de PW. Is de hond tijdens de bewakingsfase licht
onopmerkzaam of raakt hij de bijtmouw aan, dan wordt dit
gesanctioneerd met het verlies van een kwalificatie. Bewaakt
de hond zeer onopmerkzaam of belast hij de PW in grote mate,
dan wordt dit gesanctioneerd met het verlies van twee
kwalificaties.
Bewaakt
de hond de PW niet maar blijft hij wel in diens nabijheid, dan
wordt dit gesanctioneerd met het verlies van drie
kwalificaties. Verlaat de hond de PW of geeft de HG een MB
waardoor de hond bij de PW blijft, dan wordt afd C afgebroken.
7.
Aanval van de hond uit de beweging
20
punten
a.
MB “Zitten”, “Vast”, “Los”, basispositie
aannemen, “Voet”
b.
Uitvoering:
Er
wordt aan de HG met zijn hond een gemarkeerd punt aangewezen
op de middenlijn van het terrein. De hond kan aan de halsband
vastgehouden worden, maar mag niet aangemoedigd worden. Op
aanwijzing van de KM treedt de met een softstok uitgeruste PW
uit een schuilhokje en loopt naar de middenlijn. Zonder zijn
looppas te onderbreken loopt hij in de richting van de HG en
zijn hond en valt hem onder het slaken van dreigende geluiden
en het uitvoeren van heftige dreigende gebaren frontaal aan.
Zodra de PW de HG met zijn hond tot op 50 à 40 passen
genaderd is, geeft de HG op aanwijzing van de KM zijn hond
vrij. Na het MB “Vast” moet de hond door energiek en
krachtig in te bijten de aanval afweren.
De
HG mag in geen geval zijn plaats verlaten. Op aanwijzing van
de KM blijft de PW stilstaan. De hond moet onmiddellijk
loslaten. De HG mag binnen een redelijke tijd zelfstandig een
MB geven om de hond te doen lossen.
Laat
de hond na het eerste toegestane MB niet los, dan wacht de HG
op aanwijzing van de KM om 2 bijkomende MB “Los” te geven.
Indien de hond na deze 2 bijkomende MB niet loslaat, volgt
diskwalificatie.
Gedurende
het geven van MB blijft de HG rustig op zijn plaats zonder de
hond in enige mate te beïnvloeden. Na het lossen moet de hond
de PW dicht en opmerkzaam bewaken. Op aanwijzing van de KM
gaat de HG in normale pas rechtstreeks naar zijn hond.
De PW wordt ontwapend door de sofstok af te nemen.
Er
volgt een zijtransport van de PW naar de KM over een afstand
ongeveer 20 passen. Een MB “Volg” is toegestaan. De hond
moet aan de rechterzijde van de PW lopen, zodanig dat de hond
tussen de PW en de HG loopt. De hond mag tijdens dit
zijtransport de PW niet belasten noch aanbijten. Er wordt halt
gehouden voor de KM, de HG geeft de softstok aan de KM en
meldt dat afd C beëindigd is. Op teken van de KM verlaat de
PW het terrein. Voor de KM de beoordeling bekend maakt moet de
hond aangelijnd worden.
c.
Beoordeling
Inbreuken
tegen de belangrijke beoordelingscriteria leiden tot
puntenaftrek: snel en krachtig inbijten, volle en rustige beet
tot het lossen, na het lossen opmerkzaam en dicht bewaken van
de PW.
Is
de hond tijdens de bewakingsfase licht onopmerkzaam of raakt
hij de bijtmouw aan, dan wordt dit gesanctioneerd met het
verlies van een kwalificatie. Bewaakt de hond zeer
onopmerkzaam of belast hij de PW in grote mate, dan wordt dit
gesanctioneerd met het verlies van twee kwalificaties.
Bewaakt
de hond de PW niet, maar blijft hij wel in diens nabijheid,
dan wordt dit gesanctioneerd met het verlies van drie
kwalificaties. Verlaat de hond de PW of geeft de HG een MB
waardoor de hond bij de PW blijft, dan wordt afd. C
afgebroken.
G.H.P.-III
Onderverdeeld
in:
Afdeling A:
100 punten
Afdeling B:
100 punten
Afdeling C:
100 punten
Totaal:
300 punten
G.H.P.-III Afdeling
A
Vreemd
spoor, minstens 600 passen, 5 benen, 4 hoeken (ca 90°), 3
voorwerpen, tenminste 60 min oud. Uitwerkingstijd 20 min.
Uitwerken
van het spoor:
80 punten
Voorwerpen
7+7+6)
20 punten
Totaal:
100 punten
Algemeenheden.
De
KM of de WL bepalen aan de hand van het ter beschikking zijnde
terrein het verloop van de sporen. De sporen dienen
verschillend van vorm te zijn. De hoeken en de voorwerpen
mogen op de verschillende sporen niet op dezelfde plaats
gesitueerd of neergelegd worden. De aanzet van het spoor dient
door een speurpaaltje aangeduid te worden. Dit speurpaaltje
dient steeds links van het vertrekpunt van het spoor in de
grond geplant te worden.
De
volgorde van werken wordt steeds bepaald door het lot.
De
SL dient voor het leggen van het spoor de voorwerpen te tonen
aan de KM. De voorwerpen zijn 30 min voor aanvang in het bezit
van de SL. De SL staat korte tijd stil op het beginpunt van
het spoor en gaat vervolgens in normale pas in de aangewezen
richting. Het eerste voorwerp wordt gelegd op het eerste been
en dit na tenminste 100 passen na het vertrekpunt. Het tweede
voorwerp wordt neergelegd op het tweede of het derde been. Het
derde voorwerp wordt neergelegd aan het einde van het spoor.
De voorwerpen moeten neergelegd worden zonder halt te houden.
Na het leggen van het laatste voorwerp moet de SL nog meerdere
passen in dezelfde richting verdergaan. De op een spoor
gebruikte voorwerpen moeten van verschillende samenstelling
zijn (leder, textiel, hout). De afmetingen van de voorwerpen
zijn maximaal 10 cm lang, 2 à 3 cm breed en 0.5 tot 1 cm dik.
Hun kleur mag niet wezenlijk verschillen van de bodem. Alle
voorwerpen moeten voorzien zijn van een nummer dat gelijk is
aan het nummer op het speurpaaltje. De hond en HG bevinden
zich gedurende het leggen van het spoor uit het zicht.
De
KM, WL en begeleidende personen mogen tijdens het werken van
de hond niet vertoeven op die plaatsen waar de hond, volgens
het reglement, het recht heeft om te zoeken.
Mondeling
bevel: “Zoek”
Het
MB “zoek” is toegelaten bij het begin van het spoor en bij
het aanzetten na het eerste voorwerp.
Uitvoering:
De
HG bereidt zijn hond voor op het speuren. De hond kan vrij
zoeken of aan de leiband van 10 m. De 10 m lange leiband kan
over de rug, zijdelings, tussen de voorpoten of/of tussen de
achterpoten gedragen worden. De leiband kan ook aan de, niet
op strop ingestelde, halsketting bevestigd worden. Bovendien
is het toegestaan de volgende speurtuigen te dragen:
speurharnas of butcher, zonder bijkomende riemen.
Na
te zijn opgeroepen meldt de HG zich met zijn hond in
basispositie bij de KM en geeft aan of zijn hond verwijst of
apporteert. Gedurende de aanzet en tijdens het speuren is elke
vorm van dwang verboden. Op teken van de KM dient de HG zijn
hond langzaam en rustig naar het vertrekpunt te brengen en aan
te zetten. De hond dient bij het begin van het spoor lucht te
nemen.
De
hond moet vervolgens met diepe neus en intensief in een
gelijkmatig tempo het spoor volgen. De HG volgt zijn hond op
10 m afstand. Ook bij vrij zoeken moet deze afstand van 10 m
gerespecteerd worden. De speurlijn mag, wanneer zij door de HG
niet losgelaten wordt, doorhangen. De hond moet de hoeken
zeker uitwerken. Na de hoeken moet de hond in gelijkmatig
tempo verder werken. Zodra de hond een voorwerp gevonden
heeft, moet hij het, zonder beïnvloeding door de HG,
onmiddellijk opnemen of overtuigend verwijzen. Indien de hond
het voorwerp opneemt, kan hij dit doen in staande of zittende
houding of het apporteren naar de HG (de manier van apporteren
moet niet steeds dezelfde zijn).
Verdergaan
met het voorwerp of liggend opnemen is foutief. Het verwijzen
kan liggend, staand of zittend gebeuren (mag ook wisselend).
Nadat de hond het voorwerp verwezen heeft, laat de HG de lijn
vallen en begeeft zich naar zijn hond. Door het omhoog steken
van het voorwerp toont de HG dat het voorwerp gevonden werd.
De HG neemt de lijn weer op, de hond wordt terug aangezet en
zet het speuren verder. Na beëindigen van het spoor toont de
HG aan de KM de gevonden voorwerpen.
Beoordeling.
Het
tempo tijdens het zoeken is geen criterium bij de beoordeling,
zolang het uitwerken van het spoor gelijkmatig, intensief en
overtuigend gebeurt. Zich overtuigen zonder het spoor te
verlaten is niet foutief.
Treuzelen,
hoge neus, zwalpen, ronddraaien op de hoeken, voortdurend
aanmoedigen, foutief opnemen of verwijzen van voorwerpen, zijn
als foutief te beoordelen en leiden tot puntenaftrek. Indien
de HG het spoor met meer dan één lijnlengte verlaat wordt
het speuren afgebroken. Indien de hond het spoor verlaat en
tegengehouden wordt door de HG, dan zal de HG door de KM
opgedragen worden om de hond te volgen. Wordt dit bevel van de
KM niet opgevolgd, dan wordt het speuren afgebroken. Is binnen
de tijd van 15 minuten na de aanzet het einde van het spoor
niet bereikt, wordt het speuren afgebroken. De arbeid tot op
het ogenblik van afbreken wordt dan beoordeeld. Opnemen én
verwijzen van de voorwerpen is foutief. Voor niet verwezen of
opgenomen voorwerpen worden geen punten toegekend.
De
verdeling van de punten voor het speurwerk op de verschillende
benen moet gebeuren op basis van de lengte en
moeilijkheidsgraad. Het beoordelen van het speurwerk op de
verschillende benen gebeurt door kwalificaties en punten.
Zoekt de hond niet of blijft hij lang verwijlen op eenzelfde
plek zonder te zoeken, dan kan het speuren worden afgebroken,
zelfs indien de hond zich nog op het spoor bevindt.
G.H.P.-III Afdeling
B
Oefening
1:
Vrij volgen:
10 punten
Oefening
2:
Zit uit beweging:
10 punten
Oefening
3:
Afleggen met voor roepen:
10 punten
Oefening
4:
Staan blijven in looppas:
10 punten
Oefening
5:
Apporteren over de grond
10 punten
Oefening
6:
Brengen over de haag:
15 punten
Oefening
6:
Brengen over de schuine wand:
15 punten
Oefening
7:
Vooruit zenden met afliggen:
10 punten
Oefening
8:
Afliggen met afleiding:
10 punten
Totaal:
100 punten
Algemeenheden:
De
KM geeft het signaal voor de aanvang van een oefening. Alle
verdere delen zoals keerwendingen, hoeken, verandering van
pas, enz…. worden zonder aanwijzingen uitgevoerd.
De
MB worden gegeven op normale toon en bestaan uit één enkel
woord. Zij kunnen in elke taal gegeven worden maar moeten
gedurende de oefeningen steeds dezelfde zijn.
Voert
een hond na een derde MB een oefening of een deel van een
oefening niet uit, dan wordt de oefening zonder beoordeling
afgebroken. Bij het oproepen van de hond kan het MB “hier”
vervangen worden door de naam van de hond. Indien beide
gebruikt worden, geldt dit als een bijkomend MB.
In
de basispositie zit de hond kort en recht naast het linkerbeen
van de HG, zodanig dat zijn schouder ter hoogte van de knie
van de HG is. Elke oefening begint en eindigt met deze
basispositie.
Het
aannemen van de basispositie is voor een oefening slechts éénmaal
toegestaan. Een kort loven is na iedere oefening en
uitsluitend in basispositie toegelaten. Daarna kan de HG een
nieuwe basispositie aannemen. Tussen het loven van de hond en
het begin van een nieuwe oefening moeten minstens drie
seconden verstrijken.
Uit
de basispositie volgt de zogenaamde ontwikkeling van de
oefening. De HG dient minstens 10 en hoogstens 15 passen te
gaan alvorens het MB te geven. Tussen de delen van de
oefening, zoals oproepen en voorzitten, het aan de voet komen
en vervolgens het beëindigen van de oefening, moeten
duidelijke pauzes gelegen zijn (ca 3 sec). Bij het ophalen van
zijn hond kan de HG zijn hond langs voren naderen of achterom
komen. Tussen de oefeningen moet de hond op correcte wijze
vrij volgen. Ook bij het ophalen van de apporteerblokken moet
de hond meegevoerd worden. Aanzetten tot spelen is niet
toegelaten.
De
keerwending is door de HG naar links uit te voeren. De hond
kan bij de keerwending achter de HG naar rechts doordraaien of
bij het naar links draaien terugtreden. De uitvoering moet
tijdens gans de proef echter steeds dezelfde zijn. Na een
oefening “zit-voor” kan de hond aan de voet komen door
rechts rond geleider te draaien of door rechtstreeks links
naast de H.B. de gaan zitten.
Het
vaste springtoestel heeft een hoogte van 100 cm en een
breedte van 150 cm. De schuine wand bestaat uit twee bovenaan
met elkaar verbonden delen van 150 cm breed en 191 cm hoog. Op
de bodem staan deze beide delen zover uit elkaar dat de
verticale hoogte van de wand 180 cm bedraagt. Het gehele vlak
van de schuine wand moet voorzien zijn van een
antislipbekleding. In de bovenste helft van de wand zijn aan
beide zijden 3 laten aan te brengen (24/48 mm). Alle honden
dienen dezelfde hindernis te gebruiken.
Bij
het apporteren zijn enkel apporteerblokken toegelaten (2000
gram voor het apport over de grond en 650 gram voor het apport
over de schutting en over de schuine wand). Deze blokken
dienen door de organisator ter beschikking te worden gesteld
en zijn verplicht te gebruiken. Voor het apporteren mogen de
blokken de hond niet vooraf in de bek gegeven worden.
Verlaat
de hond zijn HG en komt na 3 MB niet terug, dan wordt de
combinatie HG/hond gediskwalificeerd. Indien de HG een
oefening vergeet, zal de KM hem hierop wijzen en de oefening
laten uitvoeren zonder puntenaftrek.
1.
Vrij volgen
10 punten
Een
MB voor het volgen: “Volg”
Het
MB is toegestaan bij het vertrek en bij elke verandering van
pas.
Uitvoering.
De
HG gaat met zijn hond naar de KM en stelt zich voor. De hond
moet aan de voet zitten. Vanuit basispositie moet de hond op
MB “volg” van de HG opmerkzaam, vreugdig en correct
volgen, met het schouderblad ter hoogte van de linkerknie van
de HG. Bij het halt houden moet hij zonder bevel van de HG
snel en correct zitten. Bij het begin van de oefening gaat de
HG met zijn hond in rechte lijn 50 passen, maakt een
keerwending en na 10 à 15 passen uitgevoerd in gewone pas,
moet de HG de volgoefening achtereenvolgens eerst in looppas
en dan in langzame pas uitvoeren (telkens tenminste 10
passen). De overgang van looppas naar langzame pas gebeurt
onmiddellijk zonder overgang in gewone pas. De uitvoering van
de verschillende passen moet duidelijk te onderscheiden zijn.
In normale pas zijn vervolgens, tenminste een rechtse hoek,
een linkse hoek en een keerwending uit te voeren. In normale
pas wordt minstens één halt uitgevoerd. Tijdens het eerste
rechte stuk vrij volgen worden twee schoten afgevuurd (kaliber
6 mm) met een tussentijd van 5 seconden. De schoten worden
gelost op tenminste 15 passen afstand van de hond. De hond
moet zich onverschillig tonen. Aan het einde van de oefening
gaat de HG op aanwijzing van de KM door een bewegende groep
van tenminste vier personen. De HG dient met zijn hond
tenminste rond één persoon linksom en een andere persoon
rechtsom te gaan en tenminste éénmaal halt te houden in de
groep. Het is de KM toegestaan om deze oefening te laten
herhalen. De HG met zijn hond verlaat de groep en neemt de
basispositie in.
Beoordeling.
Hinderen,
voordringen, zijwaarts afwijken, achterblijven, mondelinge
bijbevelen, lichaamshulp, onopmerkzaamheid van de hond, te
veel druk, hebben puntenaftrek tot gevolg.
2.
Zit uit de beweging.
10 punten
MB
voor: “Volg” en “Zit”.
Uitvoering:
Vanuit
de basispositie gaat de HG met zijn vrij volgende hond in
normale pas in rechte lijn. Na 10 à 15 passen moet de hond op
het MB “zit” onmiddellijk, snel en in de wandelrichting
gaan zitten, zonder dat de HG zijn pas wijzigt, onderbreekt of
omkijkt. Na nogmaals 30 passen blijft de HG staan en draait
zich onmiddellijk naar zijn rustig zittende hond. Op
aanwijzing van de KM gaat de HG
naar zijn hond en stelt zich aan zijn rechterzijde op.
a.
Beoordeling.
Fouten
in de ontwikkeling (gedeelte vrij volgen), langzaam zitten,
onrustig, onopmerkzaam zitten, leiden tot puntenaftrek. Als de
hond gaat liggen of blijft rechtstaan zijn hiervoor 5 punten
af te trekken.
3.
Afleggen met oproepen.
a.
MB voor: “Volg”, “Af” of “Liggen”,
“Hier”, “Voet”.
b.
Uitvoering:
Vanuit
de basispositie gaat de HG met zijn vrij volgende hond, in
normale pas, in rechte lijn.
Na 10 à 15 passen gaat de HG over in looppas. Na 10 à
15 passen looppas moet de hond op het MB
“Af” of “ Liggen” onmiddellijk, snel en in de
wandelrichting gaan liggen, zonder dat de HG zijn pas wijzigt,
onderbreekt of omkijkt. Na nogmaals 30 passen blijft de HG
staan en draait zich onmiddellijk naar zijn rustig liggende
hond. Op aanwijzing van de KM geeft de HG het MB “Hier” of
naam van de hond. De hond moet snel, vreugdig en correct komen
en recht midden voor de HG gaan zitten. Op het MB “Voet”
dient de hond zich snel en correct naast het linker been van
de HG neer te zetten.
c.
Beoordeling:
Fouten
in de ontwikkeling (gedeelte vrij volgen), spreidstand van de
HG, langzaam gaan liggen, langzaam terugkomen bij oproepen,
langzamer worden bij het voorkomen, houding corrigeren van de
HG, foutief voorzitten of foutief aan de voet komen, leiden
tot puntenaftrek. Als de hond na het MB gaat zitten of recht
blijft staan, zijn hiervoor 5 punten af te trekken.
4.
Staan blijven uit loop pas
10 punten
a.
MB “Volg”, “Sta”, “Zit”
b.
Uitvoering.
Vanuit
de basispositie gaat de HG met zijn vrij volgende hond in
looppas in rechte lijn. Na 10 à 15 passen moet de hond op het
MB “Sta” onmiddellijk en in de wandelrichting blijven
staan, zonder dat de HG zijn pas wijzigt, onderbreekt of
omkijkt. Na nogmaals 30 passen blijft de HG staan en draait
zich onmiddellijk om naar zijn rustig staande hond. Op
aanwijzing van de KM geeft de HG het MB “Hier” of de naam
van de hond. De hond moet snel, vreugdig en correct komen en
dicht recht midden voor de HG gaan zitten. Op het MB
“Voet” moet de hond snel en correct naast het linkerbeen
van de HG gaan zitten.
c.
Beoordeling.
Fouten
in de ontwikkeling, omkijken bij het MB, onrustig blijven
staan, nakomen, onrustig worden bij het ophalen door de HG,
langzaam gaan zitten bij het afsluiten, leiden tot
puntenaftrek. Zit de hond of gaat hij liggen, worden hiervoor
5 punten afgetrokken.
5.
Apporteren over de grond
10
punten
a.
MB “Breng”, “Los”, “Voet”.
b.
Uitvoering:
Vanuit
de basispositie werpt de HG een apporteerblok (gewicht 2000
gram) ongeveer 10 passen ver. Het MB “Breng” mag pas
gegeven worden op het ogenblik dat het apporteerblok stel
ligt. De rustig naast de HG zittende hond moet op het MB
“Breng” snel en correct naar het voorwerp toelopen, het
onmiddellijk opnemen en snel en correct brengen. De hond moet
snel, dicht en recht voor zijn HG gaan zitten en het
apporteerblok rustig in de bek houden (ca 3 sec) tot de HG met
het MB “Los” hem het apporteerblok afneemt. Het
apporteerblok moet na het afnemen met naar onder uitgestrekte
arm naast de rechterzijde van het lichaam worden gehouden. Op
het MB “Voet” dient de hond zich snel en correct naast de
linkerzijde van de HG neer te zetten. De HG mag gedurende het
gehele verloop van deze oefeningen zijn basispositie niet
verlaten.
c.
Beoordeling:
Fouten
in de basispositie, spreidstand door de HG, langzaam naar het
voorwerp toelopen, fouten bij het opnemen, langzaam
terugkomen, laten vallen van het voorwerp, spelen of knabbelen
met en op het voorwerp, fouten bij het voorzitten en aan de
voet komen, leiden tot puntenaftrek. Wanneer de HG zijn
basispositie verlaat is de oefening met onvoldoende te
beoordelen. Brengt de hond het apporteerblok niet, dan worden
0 punten toegekend.
6.
Apporteren over de hindernis van 100 cm
15
punten
a.
MB “Hoog”, “Breng”, “Los”, “Voet”
b.
Uitvoering:
De
HG neemt met zijn hond op tenminste 5 passen van het
springtoestel de basispositie aan. Vanuit de basispositie
werpt de HG het apporteerblok (gewicht 650 gram) over de 100
cm hoge hindernis. Het MB “Hoog” zal pas dan gegeven
worden op het ogenblik dat het apporteerblok volledig stil
ligt. De rustig, vrij aan de voet zittende hond moet op het MB
“Hoog” en “Beng” (het MB “Breng” moet tijdens de
sprong gegeven worden) over de hindernis springen, snel en
correct naar het apporteerblok toelopen, het onmiddellijk
opnemen en vervolgens onmiddellijk de terugsprong uitvoeren.
De hond moet zich snel, dicht en recht voor zijn HG zetten en
het apporteerblok rustig in de bek houden (ca 3 sec) tot de HG
met het MB “Los” het apporteerblok afneemt. Het
apporteerblok moet na het afnemen met naar onder uitgestrekte
arm naast de rechterzijde van het lichaam worden gehouden. Op
het MB “Voet” dient de hond zich snel en correct naast de
linkerzijde van de HG neer te zetten. De HG mag gedurende het
gehele verloop van deze oefening zijn basispositie niet
verlaten.
c.
Beoordeling.
Fouten
in de basispositie, spreidstand door de HG, langzaam springen
en naar het blok toelopen, fouten bij het opnemen, langzaam
terugspringen, laten vallen, spelen of knabbelen, fouten bij
voorzitten en aan de voet komen leiden tot puntenaftrek. Voor
het raken van de hindernis worden per sprong voor het raken 1
punt en voor het zich afzetten 2 punten afgetrokken.
Verdeling
der punten:
|
Heensprong
|
Brengen
|
Terugsprong
|
|
5 punten
|
5 punten
|
5 punten
|
Een
gedeelte van de punten wordt toegekend bij de volgende
situaties (2 onderdelen uitgevoerd):
Springen
en brengen zonder fouten:
15 punten
Heen-
of terugsprong niet uitgevoerd, apport foutloos gebracht:
10 punten
Heen-
en terugsprong foutloos, apport niet gebracht:
10 punten
Ligt
het apporteerblok te ver uit de richting of voor de hond
slecht zichtbaar, dan kan de HG vragen aan de KM om het
opnieuw te mogen werpen. Dit kan op aanwijzing van de KM. Bij
het ophalen van het apporteerblok moet de hond rustig blijven
zitten. Dit alles zonder puntenaftrek. Indien de HG hulp geeft
aan de hond, evenwel zonder wijziging in de basispositie,
volgt puntenaftrek. Indien de HG zijn basispositie heeft
verlaten, dan wordt de oefening met onvoldoende gewaardeerd.
7.
Apporteren over een schuine wand (180 cm hoog)
15
punten
a.
MB “Hoog”, “Breng”, “Los”, “Voet”
b.
Uitvoering:
De
HG neemt met zijn hond op tenminste 5 passen van de schuine
wand de basispositie aan. Vanuit de basispositie werpt de HG
het apporteerblok (gewicht 650 gram) over de 180 cm hoge
hindernis. De rustig aan de voet zittende hond moet op het MB
“Hoog” en “Breng” (het MB “Breng” moet tijdens het
klauteren gegeven worden) over de hindernis heen klauteren,
snel en correct naar het apporteerblok toelopen, het
onmiddellijk opnemen en vervolgens onmiddellijk de terugsprong
uitvoeren. De hond moet zich snel dicht en recht voor zijn HG
zetten en het apporteerblok rustig in de bek houden (ca 3 sec)
tot de HG met het MB “Los” het apporteerblok afneemt. Het
apporteerblok moet na het afnemen met naar onder uitgestrekte
arm naast de rechterzijde van het lichaam worden gehouden. Op
het MB “Voet” dient de hond zich snel en correct naast de
linkerzijde van de HG neer te zetten. De HG mag gedurende het
gehele verloop van deze oefening zijn basispositie niet
verlaten.
c.
Beoordeling.
Fouten
in de basispositie, spreidstand door de HG, langzaal springen
en naar het blok toelopen, fouten bij het opnemen, langzaam
terugspringen, laten vallen, spelen of knabbelen, fouten bij
voorzitten en aan de voet komen, leiden tot puntenaftrek.
Verdeling
der punten:
|
Heensprong
|
Brengen
|
Terugsprong
|
|
5 punten
|
5 punten
|
5 punten
|
Een
gedeelte van de punten wordt toegekend bij de volgende
situaties (2 onderdelen uitgevoerd):
Klauteren
en brengen zonder fouten:
15 punten
Heen
of terug klauteren niet uitgevoerd, apport foutloos gebracht:
10 punten
Heen
en terug klauteren foutloos, apport niet gebracht:
10 punten
Ligt
het apporteerblok te ver uit de richting af voor de hond
slecht zichtbaar, dan kan de HG vragen aan de KM om het
opnieuw te mogen werpen. Dit kan op aanwijzing van de KM. Bij
het ophalen van het apporteerblok moet de hond rustig blijven
zitten. Dit alles zonder puntenaftrek.
Indien
de HG hulp geeft aan de hond, evenwel zonder wijziging in de
basisposities, volgt puntenaftrek. Indien de HG zijn
basispositie heeft verlaten, dan wordt de oefening met
onvoldoende gewaardeerd.
8.
Vooruitzenden met afliggen.
10
punten
a.
MB “Vooruit”, “Af” of “Liggen”, “Zit”.
b.
Uitvoering:
Vanuit
de basispositie gaat de HG met zijn vrij volgende hond in
rechte lijn in de hem aangewezen richting. Na 10 à 15 passen
geeft de HG één enkel MB “Vooruit”, heft gelijktijdig de
arm en blijft staan. Hierop moet de hond snel en in rechte
lijn tenminste 30 passen in de aangewezen richting lopen. Op
aanwijzing van de KM geeft de HG het bevel “Af” of
“Lig”, waarop de hond onmiddellijk moet gaan liggen. De HG
houdt de arm geheven tot de hond neerligt.
Op
aanwijzing van de KM begeeft de HG zich naar zijn hond en
plaatst zich rechts naast hem. Na ca 3 sec moet de hond, op
aanwijzing van de KM en op MB van de HG snel en correct gaan
zitten.
c.
Beoordeling:
Fouten
in de ontwikkeling (vrij volgen), meelopen door de HG, te
langzaam vooruitlopen, sterke zijwaartse afwijking, te korte
afstand afgelegd, treuzelend of vroegtijdig neerleggen van de
hond, onrustig liggen, te vroeg rechtstaan bij het ophalen,
leiden tot puntenaftrek.
9.
Afliggen onder afleiding
10
punten
a.
MB “Af” of “Liggen”, “Zit”
b.
Uitvoering:
Bij
aanvang van de afdeling B van een andere hond legt de HG zijn
hond met het MB “Af” of “Lig” op een door de KM
aangewezen plaats af. De hond blijft achter zonder lijn of
enig ander voorwerp.
De
HG verwijdert zich zonder omkijken tenminste 30 passen van de
hond en blijft staan, in het zicht van de hond, met de rug
naar hem toe. De hond moet zonder beïnvloeding door de HG
rustig blijven liggen terwijl de andere hond de oefeningen 1
tot en met oefening 7 afwerkt. Op aanwijzing van de KM gaat de
HG naar zijn hond en plaatst zich aan zijn rechterzijde. Na ca
3 sec, op aanwijzing van de KM en een MB van de HG moet de
hond snel en correct gaan zitten.
c.
Beoordeling:
Onrustig
gedrag van de HG net als elke andere vorm van verborgen hulp,
onrustig liggen van de hond, het te vroeg opstaan van de hond
bij het ophalen leiden tot puntenaftrek. Gaat de hond
gedurende de oefening staan of zitten, dan volgt er een
gedeeltelijk toekennen van de punten. Verwijdert de hond zich
meer dan drie meter van zijn plaats alvorens de andere hond de
oefening 4 volledig heeft afgewerkt, dan worden 0 punten
toegekend. Verlaat de hond de plaats na beëindiging van
oefening 4, dan volgt een gedeeltelijke toekenning van punten.
Komt de hond de HG tegemoet bij het ophalen, dan zijn er tot 3
punten af te trekken.
G.H.P.-III Afdeling
C
Oefening
1:
Revieren:
10 punten
Oefening
2:
Aanblaffen en bewaken:
10 punten
Oefening
3:
Vluchtverhindering van de pakwerker:
10 punten
Oefening
4:
Verdediging van de hond in de bewakingsfase:
20 punten
Oefening
5:
Rugtransport:
5 punten
Oefening
6:
Overval op de hond van uit rugtransport:
15 punten
Oefening
7:
Aanval van de hond vanuit de beweging:
10 punten
Oefening
8:
Verdediging van de hond in de bewakingsfase:
20 punten
Totaal:
100 punten
Algemene
Bepalingen:
Op
een geschikt terrein zijn op de langste zijden 6 schuilhokjes
geplaatst, 3 aan iedere zijde. De voor de HG, KM en PW nodige
markeringen moeten goed zichtbaar zijn.
De
PW moet uitgerust zijn met een volledige pakwerkerskledij,
bijtarm en soft stok. De bijtarm moet overtrokken zijn in
natuurkleurige jute. Wanneer dit voor de PW noodzakelijk is om
de hond in het gezichtsveld te houden, moet hij niet
onbeweeglijk stilstaan. Hij mag echter geen driegende houding
aannemen en geen afweerbewegingen maken. Hij beschermt zijn
lichaam met de bijtarm. Het MB voor lossen is bij elke
verdedigingsoefening slecht éénmaal toegestaan. De manier
waarop de HG de PW ontwapent door de stok of te nemen, wordt
aan de HG over gelaten.
Bij
wedstrijden in klas I en II volstaat het dat met één PW
gewerkt wordt. Voor klas III zijn steeds twee PW verplicht.
(Nationaal) Voor alle honden dienen dezelfde PW te werken. Met
alle honden moet op de zelfde manier gewerkt worden.
Beoordeling
voor het lossen:
Slecht
lossen
|
Eerste
BB met onmiddellijk lossen
|
Eerste
BB met slecht lossen
|
Tweede
bbh
|
Verdere
inwerkingen
|
|
0.5
– 3
|
-3
|
3.5
– 6.0
|
6.5
– 9
|
Diskwalificatie
|
Verlaat
de hond de HG of het terrein en komt na 3 MB niet terug, dan
wordt de HG/Hond gediskwalificeerd. Er volgt geen beoordeling
en er worden geen punten toegekend.
Honden
die niet in de hand van de HG liggen, die slechts na inwerking
van de HG lossen en/of die op een andere plaats dan de bijtarm
bijten, moeten gediskwalificeerd worden. Er volgt geen
DZB-beoordeling.
Honden
die bij verdedigingsoefeningen versagen of zich laten verjagen
kunnen in geen geval slagen. In deze gevallen wordt de
uitvoering van afdeling C afgebroken en er volgt geen
beoordeling van het pakwerk. Er volgt wel een DZB-beoordeling
(Drift, Zelfverzekerdheid, Belastbaarheid).
1.
Revieren
10
punten
MB
“Revier”, “Hier” (het MB “Hier” kan met de naam
van de hond verbonden zijn)
Uitvoering:
De
PW bevindt zich voor de hond niet zichtbaar in het laatste
schuilhokje. De HG neemt met zijn vrij volgende hond ter
hoogte van het eerste schuilhokje plaats, zodanig dat zes
zijslagen mogelijk zijn. Op aanwijzing van de KM begint de
afd. C. Op een kort MB “revier” en een gebaar met de
rechter- of de linkerarm, dat mag herhaald worden, moet de
hond zich snel van de HG verwijderen en snel doelmatig naar en
rond het aangewezen schuilhokje lopen. Als de hond rond het
schuilhokje heeft gelopen, roept de HG met een MB “Hier”
(eventueel gecombineerd met de naam van de hond) de hond in
zijn richting en stuurt hem met een nieuw MB “Revier” uit
beweging naar het volgende schuilhok. De HG beweegt zich in
normale pas over de denkbeeldige middenlijn van het terrein,
die hij tijdens het revieren niet mag verlaten. De hond moet
zich steeds voor de HG bevinden. Wanneer de hond het
schuilhokje met de PW heeft bereikt, moet de HG blijven
stilstaan. MB en
gebaren zijn op dat ogenblik niet meer toegelaten.
Beoordeling
Treuzelend
en niet vlot uitvoeren, ondoelmatig revieren, leiden tot
puntenverlies.
2.
Aanblaffen en bewaken
10
punten
MB
“Voet”, “Zit”
Uitvoering:
De
hond moet de PW aandachtig bewaken en moet aanhoudend
aanblaffen. De hond mag de PW niet aanraken of bijten. Na een
aanblafperiode van ongeveer 20 seconden begeeft de HG zich op
aanwijzing van de KM tot op 5 passen van het schuilhokje. Op
aanwijzing van de KM roept de HG zijn hond in basispositie.
Beoordeling:
Fouten
in het aanhoudend aanblaffen en intensief bewaken vóór het
MB, reactie op de KM of de aankomende HG leiden tot
puntenaftrek. Voor aanhoudend blaffen worden 5 punten
toegekend. Indien de hond niet aanhoudend blaft, worden 2
punten afgetrokken. Indien een hond niet blaft gedurende de
bewaking, worden 5 punten afgetrokken. Bij licht aanraken van
de PW worden tot 2 punten en bij inbijten tot 9 punten
afgetrokken. Verlaat de hond de PW voordat de KM de aanwijzing
aan de HG gegeven heeft om de middenlijn te verlaten, kan de
hond opnieuw naar de PW gestuurd worden. Blijft de hond hierna
bij de PW dan kan afd C worden voortgezet. Aanblaffen en
bewaken worden dan wel met onvoldoende beoordeeld. Laat de
hond zich niet meer naar het verstek toe sturen of verlaat hij
de PW opnieuw, dan is de afd C af te breken. Komt de hond de
HG bij het naderen van het verstek tegemoet of komt de hond
voor het MB zelfstandig naar de HG, dan volgt een beoordeling
met onvoldoende.
3.
Vluchtverhindering van de PW
10 punten
MB
“Af”, “Liggen”, “Los”
Uitvoering:
Op
aanwijzing van de KM beveelt de HG de PW om uit het
schuilhokje te komen. De PW begeeft zich in normale pas naar
een gemarkeerd punt.
Op
aanwijzing van de KM begeeft de HG zich met vrij volgende hond
naar een gemarkeerd punt voor de vluchtpoging. De HG laat zijn
in bewaking liggende hond achter en begeeft zich zodanig terug
naar het schuilhokje dat hij de hond, de PW en de KM in zicht
houdt. De afstand tussen de hond en de PW bedraagt 5 passen.
Op aanwijzing van de KM onderneemt de PW een vluchtpoging. De
hond moet zonder aarzelen en zelfstandig de vluchtpoging
verhinderen door krachtig en energiek in te bijten. Op
aanwijzing van de KM staat de PW stil. Na het instellen van de
PW moet de hond onmiddellijk lossen. De HG kan binnen een
redelijke tijd, zelfstandig, een MB geven. Lost de hond niet
op het eerste geoorloofde MB, dan kan hij op aanwijzing van de
KM twee extra MB geven. Laat de hond na het eerste en de twee
bijkomende bevelen niet los, dan volgt de diskwalificatie.
Tijdens het geven van het MB “Los”, moet de HG rustig op
zijn plaats blijven zonder de hond te beïnvloeden. Na het
lossen moet de hond de PW dicht en opmerkzaam bewaken.
Beoordeling:
Inbreuken
tegen de belangrijke beoordelingscriteria leiden tot
puntenaftrek. Deze zijn: snel en energiek reageren op de
vluchtpoging, wat tot het lossen gevolgd wordt door een
krachtige volle en rustige beet, het opmerkzaam dicht bewaken
van de PW. Blijft de hond liggen of heeft de hond de vlucht
niet binnen 20 passen verijdeld door in te bijten, dan wordt
afd. C afgebroken.
Is
de hond tijdens de bewakingsfase licht onopmerkzaam of raakt
hij de bijtmouw aan, dan wordt dit gesanctioneerd met het
verlies van een kwalificatie. Bewaakt de hond zeer
onopmerkzaam of belast hij de PW in grote mate, dan wordt
gesanctioneerd met het verlies van twee kwalificaties.
Bewaakt
de hond de PW niet, maar blijft hij wel in diens nabijheid,
dan wordt dit gesanctioneerd met het verlies van drie
kwalificaties. Verlaat de hond de PW of geeft de HG een MB
waardoor de hond bij de PW blijft, dan wordt afd. C
afgebroken.
4.
Verdediging van de hond bij de overval in de bewakingsfase
20
punten
MB
“Los”, “Voet”
Uitvoering:
Na
een bewakingsfase van ca 5 sec onderneemt de PW op aanwijzing
van de KM een overval op de hond. De hond moet zich verdedigen
door krachtig en energiek in te bijten. Hij mag enkel in de
bijtarm bijten. Heeft de hond ingebeten, bekomt hij 2
stokslagen. Er zijn enkel stokslagen toegestaan op de schoft
en de rug. Op aanwijzing van de KM staat de PW stil. Na het
instellen moet de hond onmiddellijk lossen. De HG kan een MB
voor het lossen, binnen een redelijke tijd, zelfstandig geven.
Laat de hond na het eerste toegestane MB niet los, dan wacht
de HG op aanwijzing van de KM om 2 bijkomende “Los” te
geven. Indien de hond na deze 2 bijkomende MB niet loslaat,
volgt diskwalificatie. Gedurende het geven van MB blijft de HG
rustig op zijn plaats zonder de hond in enige mate te beïnvloeden.
Na het lossen moet de hond de PW dicht en opmerkzaam bewaken.
Op aanwijzing van de KM gaat de HG in normale pas rechtstreeks
naar zijn hond. Hij neemt de basispositie aan met het MB
“Voet”. De PW wordt niet ontwapend.
Beoordeling:
Inbreuken
tegen de belangrijke beoordelingscriteria leiden tot
puntenaftrek: snel en krachtig inbijten, volle en rustige beet
tot het lossen, na het lossen opmerkzaam en dicht bewaken van
de PW. Is de hond tijdens de bewakingsfase licht onopmerkzaam
of raakt hij de bijtmouw aan, dan wordt dit gesanctioneerd met
het verlies van een kwalificatie. Bewaakt de hond zeer
onopmerkzaam of belast hij de PW in grote mate, dan wordt dit
gesanctioneerd met het verlies van twee kwalificaties.
Bewaakt
de hond de PW niet, maar blijft hij wel in diens nabijheid,
dan wordt dit gesanctioneerd met het verlies van drie
kwalificaties. Verlaat de hond de PW of geeft de HG een MB
waardoor de hond bij de PW blijft, dan wordt afd. C
afgebroken.
5.
Rugtransport
5 punten
a.
MB “Volg”
b.
Uitvoering:
Aansluitend
op oefening 4 volgt er een rugtransport van de PW over een
afstand ongeveer 30 passen. De KM beslist over het verloop van
het transport. De HG beveelt de PW om voorwaarts te gaan en
volgt hem met zijn vrij volgende hond op een afstand van 5
passen. De aandacht van de hond moet gericht zijn op de PW. De
afstand van 5 passen moet gedurende het gehele transport
gerespecteerd worden.
c.
Beoordeling
Inbreuken
tegen de belangrijke beoordelingscriteria leiden tot
puntenaftrek: de aandacht van de hond moet gericht zijn op de
PW, perfect volgen, aanhouden van de afstand van 5 passen
achter de PW.
6.
Overval op de hond van uit het rugtransport
15
punten
a.
MB “Los”, “Voet”
b.
Uitvoering:
Op
aanwijzing van de KM volgt tijdens het rugtransport, zonder
dat halt gehouden wordt, een overval op de hond. Zonder
tussenkomst van de HG moet de hond zich zonder aarzelen
verdedigen door energiek en krachtig in te bijten. De hond mag
uitsluitend in de bijtarm bijten. Op het ogenblik dat de hond
inbijt blijft de HG ter plaatse stilstaan. Na het instellen
van de PW moet de hond onmiddellijk lossen. De HG kan na
verloop van een redelijke tijd zelfstandig een MB “Los”
geven. Laat de hond na het eerste toegestane MB niet los, dan
wacht de HG op aanwijzing van de KM om 2 bijkomende MB
“Los” te geven. Indien de hond na deze 2 bijkomende MB
niet loslaat, volgt diskwalificatie. Gedurende het geven van
MB blijft de HG rustig op zijn plaats zonder de hond te beïnvloeden.
Na het lossen moet de hond de PW dicht en opmerkzaam bewaken.
Op aanwijzing van de KM gaat de HG in normale pas rechtstreeks
naar zijn hond. Hij neemt de basispositie aan met het MB
“Voet”. De PW wordt ontwapend. Er volgt een zijtransport
van de PW naar de KM over een afstand van 20 passen. Een MB
voor volg is toegestaan. De hond moet aan de rechterzijde van
de PW lopen, zodanig dat de hond tussen de PW en de HG loopt.
De hond mag tijdens dit zijtransport de PW niet belasten noch
aanbijten. Voor de KM wordt halt gehouden, de HG geeft de
softstok aan de KM en meldt dat het eerste deel van afd C beëindigd
is.
c.
Beoordeling:
Inbreuken
tegen de belangrijke beoordelingscriteria leiden tot
puntenaftrek: snel en krachtig aanbijten, volle en rustige
beet tot het lossen, na het lossen opmerkzaam en dicht bewaken
van de PW. Is de hond tijdens de bewakingsfase licht
onopmerkzaam of raakt hij de bijtmouw aan, dan wordt dit
gesanctioneerd met het verlies van een kwalificatie. Bewaakt
de hond zeer onopmerkzaam of belast hij de PW in grote mate,
dan wordt dit gesanctioneerd met het verlies van twee
kwalificaties.
Bewaakt
de hond de PW niet maar blijft hij wel in diens nabijheid, dan
wordt dit gesanctioneerd met het verlies van drie
kwalificaties. Verlaat de hond de PW of geeft de HG een MB
waardoor de hond bij de PW blijft, dan wordt afd C afgebroken.
7.
Aanval van de hond uit de beweging
10
punten
a.
MB “Zitten”, “Vast”, “Los”, basispositie
aannemen, “Voet”
b.
Uitvoering:
Er
wordt aan de HG met zijn hond een gemarkeerd punt aangewezen
op de middenlijn van het terrein. De hond kan aan de halsband
vastgehouden worden, maar mag niet aangemoedigd worden. Op
aanwijzing van de KM treedt de met een softstok uitgeruste PW
uit een schuilhokje en loopt naar de middenlijn. Zonder zijn
looppas te onderbreken loopt hij in de richting van de HG en
zijn hond en valt hem onder het slaken van dreigende geluiden
en het uitvoeren van heftige dreigende gebaren frontaal aan.
Zodra de PW de HG met zijn hond tot op 60 passen genaderd is,
geeft de HG op aanwijzing van de KM zijn hond vrij. Na het MB
“Vast” moet de hond door energiek en krachtig in te bijten
de aanval afweren.
De
HG mag in geen geval zijn plaats verlaten. Op aanwijzing van
de KM blijft de PW stilstaan. De hond moet onmiddellijk
loslaten. De HG mag binnen een redelijke tijd zelfstandig een
MB geven om de hond te doen lossen.
Laat
de hond na het eerste toegestane MB niet los, dan wacht de HG
op aanwijzing van de KM om 2 bijkomende MB “Los” te geven.
Indien de hond na deze 2 bijkomende MB niet loslaat, volgt
diskwalificatie.
Gedurende
het geven van MB blijft de HG rustig op zijn plaats zonder de
hond in enige mate te beïnvloeden. Na het lossen moet de hond
de PW dicht en opmerkzaam bewaken.
c.
Beoordeling
Inbreuken
tegen de belangrijke beoordelingscriteria leiden tot
puntenaftrek: snel en krachtig inbijten, volle en rustige beet
tot het lossen, na het lossen opmerkzaam en dicht bewaken van
de PW.
Is
de hond tijdens de bewakingsfase licht onopmerkzaam of raakt
hij de bijtmouw aan, dan wordt dit gesanctioneerd met het
verlies van een kwalificatie. Bewaakt de hond zeer
onopmerkzaam of belast hij de PW in grote mate, dan wordt dit
gesanctioneerd met het verlies van twee kwalificaties.
Bewaakt
de hond de PW niet, maar blijft hij wel in diens nabijheid,
dan wordt dit gesanctioneerd met het verlies van drie
kwalificaties. Verlaat de hond de PW of geeft de HG een MB
waardoor de hond bij de PW blijft, dan wordt afd. C
afgebroken.
Verdediging
van de hond bij de overval in de bewakingsfase
20
punten
MB
“Los” en “Voet”
Uitvoering:
Na
een bewakingsfase van ca 5 sec onderneemt de PW op aanwijzing
van de KM een overval op de hond. De hond moet zich verdedigen
door krachtig en energiek in te bijten. Hij mag enkel in de
bijtarm bijten. Heeft de hond ingebeten bekomt hij 2
stokslagen. Er zijn enkel stokslagen toegestaan op de schoft
en de rug. Op aanwijzing van de KM staat de PW stil. Na het
instellen moet de hond onmiddellijk lossen. De HG kan een MB
voor het lossen, binnen een redelijke tijd, zelfstandig geven.
Laat de hond na het eerste toegestane MB niet los, dan wacht
de HG op aanwijzing van de KM om 2 bijkomende “Los” te
geven. Indien de hond na deze 2 bijkomende MB niet loslaat,
volgt diskwalificatie. Gedurende het geven van MB blijft de HG
rustig op zijn plaats zonder de hond in enige mate te beïnvloeden.
Na het lossen moet de hond de PW dicht en opmerkzaam bewaken.
Op aanwijzing van de KM gaat de HG in normale pas rechtstreeks
naar zijn hond. Hij neemt de basispositie aan met het MB
“Voet”. De PW wordt ontwapend door de softstok af te
nemen. Er volgt een zijtransport van de PW naar de KM over een
afstand ongeveer 20 passen. Een MB “Volg” is toegestaan.
De hond moet aan de rechterzijde van de PW lopen, zodanig dat
de hond tussen de PW en de HG loopt. De hond mag tijdens dit
zijtransport de PW niet belasten noch aanbijten. Voor de KM
wordt halt gehouden, de HG geeft de softstok aan de KM en
meldt dat afd C beëindigd is. Op teken van de KM verlaat de
PW het terrein. Voordat de KM de beoordeling bekend maakt moet
de hond aangelijnd volgen.
d.
Beoordeling:
Inbreuken
tegen de belangrijke beoordelingscriteria leiden tot
puntenaftrek: snel en krachtig inbijten, volle en rustige beet
tot het lossen, na het lossen opmerkzaam en dicht bewaken van
de PW.
Is
de hond tijdens de bewakingsfase licht onopmerkzaam of raakt
hij de bijtmouw aan, dan wordt dit gesanctioneerd met het
verlies van een kwalificatie. Bewaakt de hond zeer
onopmerkzaam of belast hij de PW in grote mate, dan wordt dit
gesanctioneerd met het verlies van twee kwalificaties.
Bewaakt
de hond de PW niet, maar blijft hij wel in diens nabijheid,
dan wordt dit gesanctioneerd met het verlies van drie
kwalificaties. Verlaat de hond de PW of geeft de HG een MB
waardoor de hond bij de PW blijft, dan wordt afd. C
afgebroken.
Speurhonden
Proef G.H.P.-SpH
Twee
vreemde sporen als volgt:
Ongeveer
1800 passen, 8 benen, 7 hoeken, 7 voorwerpen (+ 1
identificatie voorwerp), circa 180 min oud, een
verleidingsspoor, uitwerktijd 45 min.
Uitwerking
van het Spoor: 80 + 80
160 punten
Voorwerpen
(6x3, 1x2): 20 + 20
40
punten
Totaal:
200 punten
Algemeenheden:
De
KM of de WL bepalen aan de hand van het ter beschikking zijnde
terrein het verloop van de sporen. De beide sporen moeten voor
elke deelnemer gelegd worden op twee opeenvolgende dagen, op
verschillende plaatsen en door verschillende spoorleggers. De
sporen dienen verschillend van vorm te zijn. Het is niet
toegelaten dat de hoeken en voorwerpen op dezelfde afstand of
tussenruimte gesitueerd of neergelegd worden. De volgorde van
werken wordt steeds door het lot bepaald.
De
SL moet voor het leggen van de spoor de VW tonen aan de WL. De
SL dient 30 minuten voor het leggen van het spoor in het bezit
te zijn van de VW.
Het
vertrek is een denkbeeldig vlak van 20 x 20 (400 m2).
De basislijn wordt met twee stokken aangegeven. De SL betreedt
het vlak langs het midden van één van beide zijlijnen en
legt er het identificatievoorwerp neer dat het eigenlijke
vertrek van het spoor aanduidt.
Het identificatie VW is van aard en grootte gelijk aan
de andere 7 voorwerpen. Na een kort stilstaan gaat de SL in
normale pas in de hem aangewezen richting, waarbij hij over de
zijde kruist die tegenover de basislijn ligt. De benen van het
spoor zullen aan het terrein aangepast zijn. Eén been moet de
vorm hebben van een halve cirkel en minstens 3 speurlijnen
lang zijn (30 meter). De halve cirkel begin en eindigt met een
rechte hoek. De 7 hoeken moeten in normale pas gelegd worden
en aan het terrein aangepast zijn. Tenminste 2 hoeken zijn
scherp, tussen 30° en 60°. De VW moeten van verschillende
samenstelling zijn (leder, hout, textiel). Zij kunnen
onregelmatig op alle benen gelegd worden. Het laatste VW ligt
aan het einde van het spoor. De VW moeten op het spoor gelegd
worden zonder halt te houden. Na het leggen van het laatste VW
moet de SL nog enkele passen recht door gaan. De voorwerpen
zijn maximaal 10 cm lang, 2-3 cm breed en 0.5-1 cm hoog. Hun
kleur mag niet wezenlijk verschillen van het terrein. Zij
moeten een nummer dragen dat gelijk is aan het nummer op het
speurpaaltje. Tijdens het leggen van het spoor moet de HG en
de hond buiten het zicht zijn. Een ½ uur voor de aanvang van
de speuroefening moet een tweede SL een verleidingsspoor
leggen. Dit verleidingsspoor moet twee benen doorkruisen en
dat nooit onder een hoek die kleiner is dan 60°. Het
verleidingsspoor mag het eerste en/of het laatste been niet
doorkruisen. Het mag niet 2 x hetzelfde been doorkruisen. De
KM, WL en begeleidende personen zullen tijdens het werken van
de hond niet vertoeven op die plaatsen waar de hond volgens
het reglement het recht heeft om te zoeken.
a.
Mondeling bevel: “Zoek.
Het
MB “Zoek” is toegestaan bij het begin van het spoor en bij
het aanzetten na de voorwerpen. Ook tijdens het speuren,
uitgezonderd op de hoeken en bij het naderen van de
voorwerpen, is het toegestaan de hond aan te moedigen en het
MB “Zoek” te herhalen.
b.
Uitvoering.
De
HG bereidt zijn hond voor op het speuren. De hond kan vrij
zoeken of aan de leiband van 10 m. De 10 m lange leiband kan
over de rug, zijdelings, tussen de voorpoten of/of tussen de
achterpoten gedragen worden. De leiband kan ook aan de, niet
op strop ingestelde, halsketting bevestigd worden. Bovendien
is het toegestaan de volgende speurtuigen te dragen:
speurharnas of butcher, zonder bijkomende riemen.
Na
te zijn opgeroepen meldt de HG zich met zijn hond in
basispositie bij de KM en geeft aan of zijn hond verwijst of
apporteert. De KM geeft de richting aan langs waar de hond het
vertrekvlak dient te betreden. Gedurende de aanzet en tijdens
het speuren is elke vorm van dwang verboden. Op teken van de
KM dient de HG zijn hond langzaam en rustig naar het
vertrekvlak (basislijn) te brengen en aan te zetten. De HG
zelf mat het vlak pas aan het einde van de 10 m lange lijn
betreden. De tijd tot het vinden van het identificatie VW is
beperkt tot 3 minuten. De hond moet vanaf het identificatie VW
met diepe neus en intensief in een gelijkmatig tempo het spoor
volgen. De HG volgt zijn hond op 10 m afstand. Ook bij vrij
zoeken moet deze afstand van 10 m gerespecteerd worden. De
speurlijn mag, wanneer zij door de HG niet losgelaten wordt,
doorhangen. De hond moet de hoeken zeker uitwerken. Na de
hoeken moet de hond in gelijkmatig tempo verder werken. Zodra
de hond een voorwerp gevonden heeft, moet hij het, zonder beïnvloeding
door de HG, onmiddellijk opnemen of overtuigend verwijzen.
Indien de hond het voorwerp opneemt, kan hij dit doen in
staande of zittende houding of het apporteren naar de HG (de
manier van apporteren moet niet steeds dezelfde zijn).
Verdergaan
met het voorwerp of liggend opnemen is foutief. Het verwijzen
kan liggend, staand of zittend gebeuren (mag ook wisselend).
Nadat de hond het voorwerp verwezen heeft, laat de HG de lijn
vallen en begeeft zich naar zijn hond. Door het omhoog steken
van het voorwerp toont de HG dat het voorwerp gevonden werd.
De HG neemt de lijn weer op, de hond wordt terug aangezet en
zet het speuren verder. Na beëindigen van het spoor toont de
HG aan de KM de gevonden voorwerpen.
Het
toedienen van voedsel aan de hond is tijdens het speuren
verboden. Het is de HG toegestaan na ruggespraak met de KM
de arbeid kort te onderbreken, indien hij van oordeel
is dat de gezondheid van zichzelf of van zijn verzorging
vereist. Bv: bij grote hitte. De aldus genomen pauze maakt
onverminderd deel uit van de toegestane uitwerkingstijd (45
min). Het is de HG toegestaan om in deze pauze of bij de
voorwerpen de ogen, neus en mond van de hond te verzorgen. Een
natte doek kan voor dit doel worden meegenomen. De
hulpmiddelen dienen vooraf aan de KM te worden voorgelegd.
Andere hulpmiddelen zijn niet toegelaten.
c.
Beoordeling
Om
te slagen moet het speurwerk op beide sporen met vermelding
(70) gewaardeerd worden. Het zoeken en vinden van het
identificatie VW wordt bij de beoordeling niet in aanmerking
genomen. De beoordeling begint bij aanvang van het spoor. Het
tempo is geen criterium voor de beoordeling van het werk
indien het spoor intensief, gelijkmatig en overtuigend
uitgewerkt wordt. Zich vergewissen zonder het spoor te
verlaten is niet foutief.
Opnieuw
aanzetten, aarzelen, speuren met hoge neus, behoefte doen,
ronddraaien op de hoeken, voortdurend aanmoedigen door de HG,
foutief opnemen of foutief verwijzen van de VW, vals
verwijzen, leiden tot puntenaftrek.
Indien de HG met meer dan één speurlijnlengte het
spoor verlaat, wordt het speuren afgebroken.
Indien
de hond het spoor verlaat en tegengehouden wordt door de HG,
dan zal de HG door de KM opgedragen worden om de hond te
volgen. Wordt dit bevel van de KM niet opgevolgd, dan wordt
het speuren afgebroken. Is binnen de tijd van 15 minuten na de
aanzet het einde van het spoor niet bereikt, wordt het speuren
afgebroken. Uitzondering hierop wordt gemaakt wanneer de hond
reeds aan het laatste been begonnen is. De tot op het ogenblik
van afbreken getoonde arbeid wordt beoordeeld.
Opnemen
en verwijzen van de VW is foutief. De overlopen voorwerpen
moeten niet aan de HG getoond worden.
De
verdeling van de punten voor het speurwerk op de verschillende
benen moet gebeuren op basis van de lengte en
moeilijkheidsgraad. De beoordeling van het speurwerk op de
verschillende benen gebeurt door kwalificaties en punten.
Zoekt de hond niet, blijft hij lang verwijlen op eenzelfde
plek zonder te zoeken, dan kan ook hier het speuren worden
afgebroken, zelfs indien de hond zich nog op het spoor
bevindt.
Enkele
voorbeelden van sporen SpH-F.C.I.
Uithoudingsvermogenproef
U.V.
Reglement
op de U.V.-proef
A.
Algemeen.
1.
Doel
De
uithoudingsvermogenproef moet het bewijs leveren dat de hond
in staat is een lichamelijke inspanning te leveren van een
zeker niveau zonder daarna overdreven
vermoeidheidsverschijnselen te vertonen. Bij de hond zal deze
inspanning uit een loopprestatie bestaan, aangepast aan zijn
lichaamsbouw, en waarvan geweten is dat zij buitengewone eisen
stelt aan het volledige lichaam en in het bijzonder het hart,
de longen en het bewegingsapparaat, maar ook aan zijn andere
kenmerken, zoals zijn temperament, kracht en
uithoudingsvermogen. Door de test zonder overdreven moeite af
te leggen, toont het dier dat het lichamelijk goed gezond is
en beschikt over de door ons gewenste kwaliteiten. Beide zijn
nodig wil het dier geschikt zijn voor de fok.
2.
Inschrijving
De
inschrijving van de hond moet schriftelijk gebeuren en
uiterlijk tien dagen voor de proef toekomen bij de
wedstrijdleider. Niet tijdige inschrijvingen worden geweigerd.
De organiserende vereniging verbindt er zich toe om de proef
gedurende de zomermaanden enkel te laten afleggen gedurende de
meest koele uren van de ochtend en avond. De temperatuur mag
gedurende de proef in beginsel maximaal 22 C° bedragen.
De
inschrijving moet bevatten:
-
De exacte naam van de hond zoals deze blijkt uit het
stamboek
-
Het nummer van de stamboom of van het register en
tatoeage of chip n°
-
Geslacht en datum van de geboorte
-
De namen en adressen van fokker, geleider en eigenaar.
Niemand
kan verplicht worden om deel te nemen aan een U.V.-proef. De
organiserende vereniging kan in geen geval aansprakelijk
gesteld worden voor verwondingen of aandoeningen, die door de
HG of de hond worden opgelopen gedurende de proef.
3.
Toelatingsvoorwaarden
De
deelnemende honden moeten ingeschreven zijn in een door de
F.C.I. erkend stamboek of register. Om tot de U.V.-proef te
worden toegelaten moet de hond tenminste 16 maanden oud zijn
en maximaal zes jaar oud zijn. Per KM mogen per dag max. 20
honden deelnemen. Indien dit aantal overschreden wordt, moet
een tweede keurmeester fungeren. De honden moeten in perfecte
gezondheid verkeren en goed geoefend zijn. Zieke of niet
voldoende krachtige honden en ook loopse, drachtige of zogende
teven worden niet toegelaten. Na door middel van hun naam
opgeroepen te zijn, melden de deelnemers zich met de hond aan
de voet, in sportieve houding bij de KM aan. Zij overleggen
het geboortecertificaat, de stamboom of de kaart die de
inschrijving in het register aantoont. Bij alle honden met
stamboom of inschrijving in het register moet vooraf aan de
proef een controle van de tatoeage gebeuren.
De
KM, bijgestaan door de verantwoordelijke voor fokadvies van de
organiserende vereniging, dient zich enkel te vergewissen van
de goede conditie van de honden. Honden welke een vermoeide of
lusteloze indruk geven, worden van deelname uitgesloten. De
geleider van de hond moet zich tijdens de proef sportief
gedragen. Overtredingen van de bepalingen worden met
uitsluiting bestraft. De beslissing van de KM is
onherroepelijk en beroep tegen zijn uitspraak is niet
mogelijk.
4.
Beoordeling
Punten
en kwalificaties worden niet gegeven, enkel de woorden
“geslaagd” of “afgewezen”. Bij “Geslaagd” wordt
het certificaat U.V. verleend.
5.
Terrein
De
proef moet op straten en wegen van zoveel mogelijk
verschillende aard afgenomen worden. Komen hiervoor in
aanmerking: geasfalteerde, geplaveide en ongeplaveide straten
en wegen.
6.
Het is verplicht een bereikbare dierenarts van dienst aan te
stellen voor de proef
B.
U.V.-examen.
Het
afleggen van een afstand van 20 KM in een tempo van 12 tot 15
KM/uur
1.
Loopoefening
De
hond moet aangelijnd aan de rechterzijde van de HG in draf
naast de fiets lopen. Te snel lopen moet vermeden worden. De
lijn moet voldoende lang en ontspannen gehouden worden, zodat
de hond de mogelijkheid heeft zijn tempo aan te passen. Licht
trekken aan de lijn door de hond niet foutief, wel voortdurend
weerstand bieden. Na een afstand van 8 KM dient een pauze te
worden ingelast van 15 min. Gedurende de pauze vergewist de KM
er zich van of de hond geen tekenen vertoont van vermoeidheid
of verwonding. Erg vermoeide honden of gekwetste honden worden
van de verdere proef uitgesloten. Na deze pauze wordt een
nieuwe afstand gelopen van 7 KM, waarna een rustpauze van 20
min voorzien is. Gedurende deze pauze moet aan de honden
gelegenheid gegeven worden zich vrij te bewegen. Even voor het
vertrek vergewist de KM er zich van of de honden tekenen
vertonen van vermoeidheid of kwetsuren op de voetzolen. Indien
dit het geval is, wordt hond verdere deelname uitgesloten.
Vervolgens worden de laatste 5 KM van de proef afgelegd. Na
het afleggen van de totale afstand volgt een pauze van 15 min
gedurende dewelke de hond de gelegenheid heeft om vrij rond te
lopen. De KM dient van de gelegenheid gebruik te maken om na
te kijken in hoeverre de honden vermoeidheidsverschijnselen
vertonen en/of de voetzolen van de honden kwetsuren vertonen.
De
KM en de examenleider begeleiden de honden per fiets of per
wagen. De KM noteert zijn vaststellingen over het werk van de
honden tijdens de proef. Het is aan te raden een auto ter
begeleiding te laten meerijden, om eventueel de honden die in
moeilijkheden verkeren, te verzorgen en vervoeren.
Een
hond die elk temperament of hardheid mist, buitengewoon
vermoeide honden of diegenen die het tempo van 12 – 15
KM/uur niet kunnen volhouden en aanzienlijk meer tijd nodig
hebben dan normaal, dienen te worden uitgesloten.
2.
Gehoorzaamheidsoefening
Elke
deelnemer moet een vrije of aangelijnde volgoefening
uitvoeren, volgens het G.H.P. of SchH-reglement. Er moet niet
geschoten worden. De KM beoordeelt het normale gedrag van de
hond.
Opmerkingen:
De
WL moet aan elke HG het vertrekpunt aanduiden dat dermate is
aangeduid dat alle deelnemers dezelfde afstand moeten
afleggen. Het moet vermeden worden dat de hond een te grote
afstand moet afleggen om zich naar het vertrekpunt te begeven.
De HG dienen hun hond voor aanvang van de proef voldoende tijd
te geven om zich te ontlasten.
Het
gebruik van alcohol e.d. tijdens de proef en de rustpauzes is
ten strengste verboden.
Het
is eveneens verboden de honden stimulerende middelen toe te
dienen.
|