VZW K9 LENDELEDE  -  HONDENSPORT -  VVDH KG 27 LENDELEDE

 

 

  

Vragen & Antwoorden


Koninklijke Kynologische Unie St.-Hubertus

340. Internationaal Gebruikshondenprogramma

G.H.P.

 

Afkortingen:

F.C.I.    Internationale Kynologische Federatie

G.H.P.   Reglement voor het Internationaal Gebruikshondenprogramma

NKO      Nationale Kynologische Organisatie

OKT      Opleidingskenteken

KM        Keurmeester

WL       Wedstrijdleider

PW       Pakwerker

HG        Geleider

SL        Spoorlegger

MB        Mondeling bevel

DZB      Driftverhoudingen, Zelfverzekerdheid, Belastbaarheid

 

 

Geldigheid

Dit reglement werd door de kommissie van de F.C.I. uitgewerkt en door de F.C.I. op 09.03.2002 in Baunatal goedgekeurd en aanvaard. Dit reglement treedt in werking op 01.01.2003 en vervangt alle vorige reglementen.

Dit reglement werd in de Duitse taal door de Kommissie uitgewerkt. In geval van geschil, in het bijzonder n.a.v. vertaalde versies van het reglement, is de Duitse tekst bepalend.

Dit reglement geldt voor alle leden van de F.C.I. Alle wedstrijden en tornooien zijn aan dit reglement onderworpen.

 

Algemeen 

Wedstrijden en proeven moeten twee doelstellingen nastreven.

Enerzijds zal door zijn deelname aan de proeven vastgesteld worden of de hond de eigenschappen bezit die nodig zijn voor nutsgebruik. Anderzijds zal de betrokken hond door het slagen in de proeven aantonen dat zijn kwaliteiten als gebruikshond van generatie op generatie worden doorgegeven en zelfs verbeterd worden. Daarenboven zorgen de proeven voor het behoud en de bevordering van de gezondheid en het uithoudingsvermogen. De deelname aan de proeven zal de fokgeschiktheid van de hond bewijzen.

 

De NKO wordt aanbevolen het G.H.P. te bevorderen. In het bijzonder zullen Internationale wedstrijden naar het G.H.P. georganiseerd worden. De organisatie van alle proeven en wedstrijden en ook de deelname aan deze proeven en wedstrijden, wordt beheerst door de beginselen van sportiviteit. De reglementen zijn voor iedereen bindend. De af te leggen proeven zijn voor alle deelnemers dezelfde. Alle wedstrijden en proeven hebben een openbaar karakter en zullen aan alle leden bekend gemaakt worden.

De proeven en wedstrijden moeten alle volledige disciplines van het programma bevatten of kunnen afzonderlijke volledige disciplines behelzen (vb. ABC, A, BC). Het slagen in de proef die afgeld wordt binnen een volledige wedstrijd (ABC) geldt als OKT. Dit kenteken moet door alle leden van het F.C.I. erkend.

 

Wedstrijd seizoen.

Mits de weersomstandigheden dit toelaten, kunnen proeven volgens het G.H.P.-1 tot en met G.H.P.-3 reglement en ook SpH proeven, het gehele jaar georganiseerd worden. Wanneer de gezondheid van mens en dier gevaar lopen, kunnen de proeven afgelast worden. De bevoegdheid om deze beslissing te nemen behoort toe aan de KM. Het wedstrijdseizoen kan door de KNO beperkt worden.

 

 

Wedstrijd organisatie.

De WL is verantwoordelijk voor de volledige organisatie van de wedstrijd. Hij draagt zorg voor alle voorbereidingen voor de wedstrijd en ziet toe op hun uitvoering. Hij is verantwoordelijk voor het goede verloop van de proeven en dient de gehele duur van de proef ter beschikking te staan van de KM. Hij dient er voor te zorgen dat tenminste vier weken voor de proef de toelating hiertoe verkregen is. Hij zorgt voor geschikte terreinen voor alle onderdelen van de proef. De WL stelt vóór de aanvang van de proef alle noodzakelijke formulieren ter beschikking van de KM (keurlijsten en beoordelingsbladen). De WL dienst tenminste 3 dagen voor de proef de plaats en het uur van aanvang, de aard van de proef en het aantal honden aan de KM mede te delen. Wordt dit verzuimd dan heeft de KM het recht zich aan zijn toezegging om te keuren te onttrekken.

De WL kan in geen geval deelnemen aan de proef. De WL dient ervoor te zorgen dat vakkundige PW en medewerkers ter beschikking staan.

 

 

Keurmeesters

De proeven worden enkel gekeurd door KM die door hun NKO erkend zijn om te fungeren op internationale keuringen. De richtlijnen van de F.C.I. zijn van toepassing.

De KM worden door de organisatie zelf uitgenodigd en gekozen uit de lijst van KM van NKO (dit geldt ook voor C.A.C.I.T.). Voor wereldkampioenschappen worden de KM door de Commissie voor Gebruikshonden van de F.C.I. aangesteld. De organiserende vereniging bepaalt zelf vrij het aantal keurmeesters dat zij uitnodigt, op voorwaarde dat per dag en per KM max. 30 onderdelen mogen gekeurd worden (G.H.P. 1, 2, 3 ABC). Voor SpH-F.C.I. bedraagt het aantal 8 honden per dag en per KM. Voor bijzondere Nationale proeven kunnen uitzonderingen worden gemaakt door de NKO. Het is de KM verboden honden te beoordelen die zijn eigendom zijn of aan hem zijn toevertrouwd, ook honden van wie de eigenaar met hem in huiselijke gemeenschap onder hetzelfde dak woont. Een uitzondering kan worden gemaakt wanneer de KM door de NKO of F.C.I. voor een welbepaald evenement werd aangesteld (dit geldt niet in België, zie reglement Keurders Benoeming Commissie). De KM mag de werkende hond niet storen noch beïnvloeden. De KM is verantwoordelijk voor de correcte toepassing van de geldende reglementen. Hij kan, bij niet naleving van de reglementen de wedstrijd afbreken. In dit geval is hij verplicht een verslag te sturen aan de NKO. De beslissing van de KM is onaanvechtbaar. Elke kritiek kan uitsluiting tot gevolg hebben en bovendien tot disciplinaire maatregelen leiden. Ingeval van ernstige inbreuk op de reglementen, niet betreffende de beoordeling van het werk, kan binnen een termijn van 8 dagen een klacht ingediend worden. Deze klacht moet schriftelijk aan de WL overgemaakt worden, die ze op zijn beurt doorzendt aan de NKO. De aanvaarding van de klacht impliceert niet noodzakelijk een wijziging van de resultaten. De NKO beslist over het gevolg dat aan de klacht wordt gegeven.

 

Deelnemers.

De deelnemers moeten de afsluitingsdatum respecteren. Door hun inschrijving verplichten zij zich er toe het inschrijvingsgeld te betalen. Indien om eender welke reden, een deelnemer verhinderd is om deel te nemen, dient hij dit onmiddellijk te melden aan de organisatoren. De deelnemer dient de geldende regels voor wat betreft diergeneeskunde en dierenbescherming te respecteren. De deelnemer dient de aanwijzingen van de KM en de WL op te volgen. De deelnemer dient zijn hond op sportieve wijze voor te brengen en dient, ongeacht het falen in een onderdeel, de andere onderdelen af te werken. De wedstrijd wordt afgesloten door de prijsuitreiking en het overhandigen van de werkboeken.

De KM is bevoegd om, zelfs tegen de wil van de HG, een gekwetste hond uit de wedstrijd te nemen. Wanneer een HG zijn hond terug trekt uit de wedstrijd volgt de notitie “onvoldoende wegens opgeven”. Wanneer een HG zijn hond terug trekt wegens ziekte (attest dierenarts) of wegens kwetsuur, dan volgt de notitie “afgebroken wegens ziekte of kwetsuur”. Deze notitie wordt door de KM aangebracht in het werkboek van de hond.

De KM is bevoegd om in gevallen van onsportief gedrag of indien de HG in het bezit blijkt van voorwerpen om de hond te motiveren of nog ingeval van handelingen tegen de reglementen, mishandeling van de hond en/of inbreuken tegen de goede zeden, een HG te diskwalificeren. Verlaat de hond de HG of het terrein en komt na 3 MB niet terug, dan wordt de HG/Hond gediskwalificeerd. Er volgt geen beoordeling en er worden geen punten toegekend. Deze uitsluiting dient door de KM in het werkboek vermeld.

De HG dient tijdens het gehele verloop van de wedstrijd een lijn in zijn bezit te hebben terwijl de hond gedurende gans het verloop van de wedstrijd een halsketting (grote schakels) draagt die niet op strop mag gedragen worden en niet rond de hals van de hond mag spannen. Andere halsbanden dan de halsketting zijn niet toegelaten. De lijn kan in de zak bewaard worden of gedragen over de schouder van links boven naar rechts onder. MB worden op normaal geluidsniveau uitgesproken en bestaan slechts uit één enkel woord. Zij mogen in iedere taal geuit worden maar moeten tijdens het gehele verloop van de wedstrijd dezelfde zijn. Indien meerdere HG dezelfde klasse uitvoeren moet de volgorde door het lot bepaald worden.

 

 

Toelatingsvoorwaarden.

 

Op de dag van de wedstrijd dient de hond de voorgeschreven leeftijd te hebben bereikt. Er mogen geen uitzonderingen gemaakt worden.

G.H.P.-1:                       18 maanden

G.H.P.-2:                      19 maanden

G.H.P.-3:                      20 maanden

SpH-F.C.I.:                   20 maanden.

Alle honden, ongeacht hun ras, grootte en afstamming, kunnen deelnemen aan internationale evenementen. Voor Nationale evenementen gelden de Nationale regels. Alle rassen die voorkomen op de lijst van gebruikshonden van de F.C.I. kunnen deelnemen aan de wedstrijden en proeven volgens het G.H.P. (nationaal). Aan de speurwedstrijden (SpH volgens F.C.I.) kan deelgenomen worden door alle honden met een door F.C.I. erkende stamboom.

Een HG kan per dag slechts aan één wedstrijd deelnemen, hij kan aan een gewone wedstrijd deelnemen met twee honden. Voor deelname aan C.A.C.-wedstrijden is slechts één hond per deelnemer toegestaan, vermits in het andere geval de loting niet objectief kan verlopen. (Nationaal) Een hond kan slechts aan één wedstrijd per dag deelnemen. Het is de NKO toegestaan een minimum aantal deelnemers per wedstrijd op te leggen. Elke klasse kan naar believen overgedaan worden. Na het behalen van een klasse kan de hond, met in acht name van de leeftijdsgrenzen, in een hogere klasse aantreden. De verplichte volgorde is: Klas 1 2 3. De hond moet steeds in de hoogst behaalde klasse worden ingeschreven.

Loopse teven zijn tot de wedstrijd toegelaten op voorwaarde dat zij in afdeling A volgens loting en tijdplan werken en in de overige afdelingen als laatste hond, aan het einde van de wedstrijd, aantreden. Drachtige teven en zogende teven zijn niet tot de wedstrijd toegelaten. Zieke en besmettelijke dieren zijn eveneens van de wedstrijd uitgesloten.

 

 

Onbevangenheidproef.

Voor aanvang van het eerste onderdeel van de wedstrijd moet de KM elke hond onderwerpen aan deze onbevangenheidproef. Belangrijk onderdeel van deze proef is de controle van de identiteit (tatoeage, microchip, enz.). Honden die de proef niet doorstaan dienen te worden uitgesloten van de wedstrijd. De eigenaar van een hond die geïdentificeerd wordt d.m.v. een microchip moet er voor zorgen dat een leesapparaat ter beschikking is. Bovendien oordeelt de KM het wezen van de hond gedurende het gehele verloop van de wedstrijd. Bij het vaststellen van wezenzwakte is de KM verplicht de betrokken hond onmiddellijk uit de wedstrijd te sluiten. In dat geval volgt er geen beoordeling in de betrokken afdeling. De uitsluiting dient met redenen omkleed in het werkboek te worden ingeschreven en bovendien zal de KM een verslag betreffende de uitgesloten hond opmaken en overmaken aan de Sectie 1C (NKO).

 

 

Uitvoering van de onbevangenheidproef.

de proef dient onder normale omstandigheden op een voor de hond neutrale plaats te gebeuren

alle deelnemende honden worden aan de proef onderworpen

de hond moet voorgesteld worden aan een normale, ontspannen doorhangende leiband

de KM mag geen invloed uitoefenen op de hond. Het is de KM niet toegestaan de hond aan te raken.

 

Beoordeling.

positieve houding van de hond: neutraal, zelfzeker, opmerkzaam, temperamentvol, spontaan

nog toe te laten grensgevallen: de hond is licht onzeker, licht onstabiel, licht onder druk. Deze honden zijn nog toe te laten tot de wedstrijd maar dienen opmerkzaam geobserveerd te worden.

Negatieve houding: onzeker, bang, schuw, schotschuw, bijterig, agressief

 

 

 

Puntentabel

De beoordeling wordt gegeven in kwalificaties en punten. De kwalificaties en punten moeten de kwaliteit van de uitvoering der oefeningen uitdrukken.

 

 

Punten aantal

Uitmuntend

Zeer Goed

Goed

Voldoende

Onvoldoende

5 punten

5

4.5

4.0

3.5

3.0 – 0

10 punten

10

9.5 – 9.0

8.5 – 8.0

7.5 – 7.0

6.5 – 0

15 punten

15.0 – 14.5

14.0 – 13.5

13.0 – 12.0

11.5 – 10.5

10.0 – 0

20 punten

20.0 – 19.5

19.0 – 18.0

17.5 – 16.0

15.5 – 14.0

13.5 – 0

30 punten

30.0 – 29.0

28.5 – 27.0

26.5 – 24.0

23.5 – 21.0

20.5 – 0

35 punten

35.0 – 33.0

32.5 – 31.5

30.5 – 28.0

27.5 – 24.5

24.0 – 0

70 punten

70.0 – 66.5

66.0 – 63.0

62.5 – 56.0

55.5 – 49.0

48.5 – 0

80 punten

80.0 – 76.0

75.5 – 72.0

71.5 – 64.0

63.5 – 56.0

55.5 – 0

100 punten

100 – 96.0

95.5 – 90.0

89.5 – 80.0

79.5 – 70.0

69.5 – 0

 

 

Procent berekening:

 

Uitmuntend

= minstens 96 %

Of min 4 %

Zeer Goed

= 95 tot 90 %

Of min 5 tot 10 %

Goed

= 89 tot 80 %

Of min 11 tot 20 %

Voldoende

= 79 tot 70 %

Of min 21 tot 30 %

Onvoldoende

= minder dan 70 %

Of min 31 tot 100 %

 

Bij de beoordeling van een afdeling zal er enkel met hele punten gewerkt worden. Bij de afzonderlijke oefeningen kan met halve punten worden gewerkt. Indien bij het optellen van de punten blijkt dat de som op een half punt eindigt, dan zal de KM naar onder of boven moeten afronden.

Bij gelijkheid van punten primeert het aantal punten in afd. C. Zijn ook deze punten gelijk, dan zijn de punten van afd. B bepalend. Indien er nog steeds geen uitsluitsel bekomen werd is er een ex-aequo. Een proef geldt als geslaagd als de hond in elke afdeling van de proef minstens 70 % van de punten behaald heeft.

Diskwalificatie.

Bij diskwalificatie volgt geen beoordeling en worden geen punten toegekend aan A, B, C.

Resultaten:

 

Max. aantal punten

Uitmuntend

Zeer Goed

Goed

Voldoende

Onvoldoende

100 punten

100 - 96

95 - 90

89 - 80

79 - 70

69 - 0

300 punten

300 - 286

285 - 270

269 - 240

239 - 210

209 – 0

200 punten (SpH)

200 - 192

191 - 180

179 - 160

159 - 140

139 - 0

 

 

Kampioenstitel

Titel Internationaal Kampioen Werk.

De titel van “Internationaal Kampioen Werk” C.A.C.I.T., wordt toegekend door de F.C.I., na aanvraag door de HG aan de NKO. Hiervoor dient men tenminste 2 C.A.C.I.T. of reserve C.A.C.I.T. te behalen in twee verschillende landen en onder twee verschillende KM. Daarenboven moet tussen het eerste en het tweede C.A.C.I.T. een periode van minstens één kaar en één dag verstreken zijn. De voordracht voor het C.A.C.I.T. en/of Reserve C.A.C.I.T. gebeurt op proeven die daartoe door het F.C.I. erkend werden. Alle NKO moeten een uitnodiging voor de C.A.C.I.T.-wedstrijd ontvangen. Er dienen tenminste 2 KM te fungeren, waarvan 1 een andere nationaliteit heeft dan de organiserende vereniging. Voor het C.A.C.I.T. en Reserve C.A.C.I.T. komen enkel de honden in aanmerking die voorkomen op de F.C.I.-lijst der niet-jagende gebruikshonden en die op een door F.C.I. erkende tentoonstelling minstens de vermelding “Zeer Goed” bekwamen en op de wedstrijd de vermelding “Uitmuntend” of “Zeer Goed”. Het toekennen van het C.A.C.I.T. volgt niet automatisch uit de rangschikking van de wedstrijdresultaten maar gebeurt op voordracht van de KM.

De titel van “Nationaal Kampioen Werk” wordt door de NKO geregeld. De Titel van “Nationaal Kampioen Werk” wordt door de NKO toegekend op aanvraag van de HG die aantoont dat zijn hond twee keren het C.A.C. verkreeg en op een nationale tentoonstelling minimaal de vermelding “Zeer Goed” bekwam, met een tussentijd van tenminste 1 jaar en 1 dag. De toekenning van het C.A.C. en Reserve C.A.C. kan enkel gebeuren op proeven die daartoe door de NKO in het bijzonder erkend werden. De toekenning volgt op voordracht door de KM. Het C.A.C. en/of het Reserve C.A.C. kan slechts toegekend worden indien de hond de vermelding “Uitmuntend” behaalde. Bovendien gelden de Nationale regels voor wat betreft de Kampioenschappen (info K.M.S.H.).

 

Werkboek

Het werkboek is voor iedere deelnemende hond verplicht. De uitreiking van dit werkboek gebeurt door de voor de HG bevoegde NKO en moet in het register ingeschreven zijn. Het werkboek moet door de KM gecontroleerd worden. Het dient voor de aanvang van de wedstrijd op het secretariaat afgegeven te worden en moet door de KM ondertekend worden. De verantwoordelijkheid betreffende het werkboek treft de NKO.

 

Verantwoordelijkheid

De eigenaar van de hond is aansprakelijk voor alle lichamelijke en materiële schade die berokkend wordt door zijn hond en moet voor deze risico’s een passende verzekeringspolis afsluiten. Voor mogelijke ongevallen tijdens de wedstrijd blijft de eigenaar verantwoordelijk voor zichzelf en zijn hond. De aanwijzingen van de KM en de WL worden vrijwillig uitgevoerd en op eigen risico. Het bewijs van de verplichte inentingen dient voor het begin der wedstrijd voorgelegd te worden aan de KM.

 

Wedstrijdtoezicht

De NKO kunnen controles doorvoeren op de wedstrijden. Een door de NKO aangestelde, vakkundige persoon kan toezicht uitoefenen op de toepassing van de reglementen tijdens de wedstrijd.

  

Pakwerker: Richtlijnen.

 

Richtlijnen voor het inzetten van Pakwerkers bij afdeling C

De richtlijnen en reglementen betreffende het Pakwerk zijn tijdens de proeven na te leven.

De PW is gedurende afdeling C de assistent van de KM

voor de persoonlijke bescherming en om verzekeringstechnische redenen moet de PW tijdens trainingen, proeven en wedstrijden beschermende kledij dragen (vest, broek, bijtarm, enz.)

het schoeisel van de PW moet aangepast zijn aan de omstandigheden

voor aanvang van afdeling C krijgt de PW richtlijnen van de KM en moet deze eerbiedigen

bij de ontwapening dient de PW te werken op aanwijzing van de HG. Hij moet de HG in de mogelijkheid laten om de hond, voor het begin van het zij- en rugtransport, de basispositie te doen innemen.

bij wedstrijden kan in klas 1 en 2 met één PW gewerkt worden. Voor klas 3 zijn steeds twee PW verplicht. Voor alle honden dienen dezelfde PW te werken (Nationaal)

 

Basisregels voor de houding van PW bij proeven en wedstrijden

 

Algemeen.

In het kader van een proef zal de africhting en voor zover mogelijk de kwaliteit van de voorgestelde hond (vb. aanwezigheid van noodzakelijke driften, belastbaarheid, zelfverzekerdheid en arbeidsbereidheid) door de KM beoordeeld worden. De KM kan slechts objectief beoordelen wat hij tijdens de proef hoorbaar en zichtbaar vaststelt. Dit aspect en vooral het sportieve karakter van de proef vereist een gelijk beeld van het werk voor alle honden. Het wordt niet aan de willekeur van de PW overgelaten op welke manier de afd. C uitgevoerd wordt. Veeleer heeft de PW een aantal regels in acht te nemen. De KM dient gedurende de uitvoering van de diverse onderdelen van de proeven, de belangrijkste eigenschappen van de hond te beoordelen.

Deze zijn: Belastbaarheid, Zelfverzekerdheid, Driften, Arbeidsbereidheid en de kwaliteit van de beet. Vermits de kwaliteit van de beet beoordeeld moet worden, moet de hond van de MW de mogelijkheid krijgen om een goede beet te plaatsen. Vermits de Belastbaarheid beoordeeld wordt, spreekt het voor zich dat de PW een wezenlijke dreiging moet uitoefenen. Belangrijk is dat de inzet van de PW dezelfde is voor alle honden zodat de KM in de gelegenheid is het werk van de honden correct te beoordelen.

 

Aanblaffen en bewaken (klas 1-3)

De PW staat, voor de hond onzichtbaar, met ontspannen bijtarm, bewegingsloos en zonder dreigende lichaamshouding, in het hem aangewezen verstek. Gedurende de bewaking en het aanblaffen houdt de PW oogcontact met de hond. Elke hulp door de PW is verboden. De softstok wordt langs het been gehouden en naar onder gericht. Aanstoten of inbijten van de hond mag door de PW niet met afweerbewegingen beantwoord worden.

 

Vluchtverhindering (klas 1-3)

De PW verlaat op bevel van de HG in normale pas het verstek en stelt zich op de door de KM vooraf aangewezen plaats op (gemarkeerde plaats). De positie van de PW moet de HG in staat stellen om zijn hond op een afstand van 5 passen en zijdelings van de PW af te leggen (zijde van de bijtarm). De vluchtrichting moet voor de HG herkenbaar zijn.

De PW onderneemt op aanwijzing van de KM in snelle en krachtige looppas een vluchtpoging in rechte lijn. De vlucht moet beheerst uitgevoerd worden. De bijtarm wordt niet overdreven bewogen en de hond moet een optimale aanbijtmogelijkheid krijgen. De PW mag zich tijdens de vlucht niet in de richting van de hond draaien. Echter kan hij de hond in zijn blikveld houden. Het wegtrekken van de bijtarm is niet toegestaan. Heeft de hond toegebeten, dan loopt de PW in rechte lijn verder en trekt gedurende het lopen de bijtarm dicht tegen het lichaam.

De lengte van de vluchtpoging wordt door de KM opgelegd. Op aanwijzing van de KM stelt de PW in. Wanneer de vluchtpoging met de vereiste dynamiek wordt uitgevoerd, kan de KM de oefening optimaal beoordelen. Elke vorm van hulp van de PW, zoals vb. het overdreven aanbieden van de bijtarm, het lokken of op de broek slaan met de softstok bij aanvang of tijdens de vluchtpoging, het spanningloos houden van de bijtarm na het aanbijten, het afzwakken van de dynamiek van de vlucht na de aanbeet, het zelfstandig instellen zonder de aanwijzing van de KM af te wachten, enz. is verboden.

Opstelling: zie punt 8.

 

Verdediging van de hond bij de overval in de bewakingsfase (klas 1-3)

Na een bewakingsfase onderneemt de PW op aanwijzing van de KM een overval op de hond. Hierbij wordt de softstok met dreigende bewegingen ingezet zonder de hond te raken. Op hetzelfde ogenblik en zonder dat de bijtarm zijdelings beweegt, wordt frontaal op de hond ingegaan. De bijtarm wordt hierbij tegen het lichaam gehouden. Heeft de hond toegebeten, dan dient de PW de hond zijdelings op te drijven. De PW moet alle honden in dezelfde richting drijven. Daarbij dient de KM zich zodanig op te stellen dat het hem mogelijk is om bij alle honden de aanbeet, de houding tijdens de belasting, de kwaliteit van de beet en de bewaking optimaal te beoordelen. Drijven in de richting van de HG is niet toegelaten. De slagen met de softstok zijn bij alle honden op de schouders of de rug te geven. De stokslagen dienen bij alle honden dezelfde intensiviteit te hebben. De 1ste slag komt na ca 4-5 stappen, de 2de slag opnieuw na 4-5 stappen. Na de 2de slag dient de PW verder op te drijven met dreiging maar zonder stokslagen.

De KM beslist over de duur van de belastingfase. De PW zet op aanwijzing van de KM de belasting stop. Indien de overval met de vereiste dynamiek wordt uitgevoerd, dan heeft de KM de optimale mogelijkheid om het werk van de hond correct naar waarde te beoordelen. Elke vorm van hulp zoals het aanbieden van de bijtarm, lokken of op de broek kletsen voor aanvang van de overval, spanningloos gehouden bijtarm na het inbijten en tijdens de belastingfase, wijzigen van de intensiviteit van de dreiging tijdens de belastingsfase en de stokslagen, zelfstandig instellen zonder voorafgaande aanwijzing van de KM bij blijken van te geringe belastbaarheid van de hond, is verboden.

Opstelling: zie punt 8.

 

Rugtransport

Op gevel van de HG wordt in normale pas een rugtransport van ca. 30 passen uitgevoerd. De KM beslist over het verloop van het transport. De PW zal tijdens het transport geen bruuske bewegingen uitvoeren. De softstok en de bijtarm worden dermate gedragen dat zij voor de hond geen uitdaging vormen, in het bijzonder de softstok die voor de hond onzichtbaar gehouden wordt. De PW houdt voor alle honden dezelfde pas aan.

 

Overval op de hond van uit het rugtransport (klas 2-3)

De overval uit het rugtransport gebeurt uit beweging en op aanwijzing van de KM. De overval wordt door de PW met een dynamische en overtuigende, linkse of rechtse keerwending in de richting van de hond ingezet. De softstok wordt ter hoogte van de bijtarm, dreigend ingezet. De bijtarm is frontaal in looprichting en tegen het lichaam van de PW te houden. Overdreven bewegingen van de bijtarm zijn te vermijden. Heeft de hond toegebeten, dan dient de PW de hond zijdelings op te drijven. De PW moet alle honden in dezelfde richting drijven. Daarbij dient de KM zich zodanig op te stellen dat het hem mogelijk is om bij alle honden de aanbeet, de houding tijdens de belasting, de kwaliteit van de beet en de bewaking optimaal te beoordelen. Drijven in de richting van de HG is niet toegelaten.

De KM beslist over de duur van de belastingfase. De PW zet op aanwijzing van de KM de belasting stop. Indien de overval met de vereiste dynamiek wordt uitgevoerd, dan heeft de KM de optimale mogelijkheid om het werk van de hond correct naar waarde te beoordelen. Elke vorm van hulp zoals het aanbieden van de bijtarm, lokken of op de broek kletsen voor aanvang van de overval, spanningloos gehouden bijtarm na het inbijten en tijdens de belastingfase, wijzigen van de intensiteit van de dreiging tijdens de belastingfase en de stokslagen, zelfstandig instellen zonder voorafgaande aanwijzing van de KM bij blijken van te geringe belastbaarheid van de hond, is verboden.

Opstelling: zie punt 8.

 

Aanval van de hond uit beweging (klas 1-3)

De PW verlaat op aanwijzing van de KM het hem aangewezen verstek en loopt in gewone pas (klas 1) in looppas (klas 2-3) naar de middellijn van het terrein.

(klas 1) hij gaat uit normale pas over in looppas en valt onder het uiten van bedreigingen met de stem en dreigende bewegingen met de softstok de HG en de hond frontaal aan.

(klas 2-3) zonder zijn looppas te onderbreken valt hij onder het uiten van bedreigingen met de stem en dreigende bewegingen met de softstok de HG en de hond frontaal aan.

De hond dient, zonder halt te houden, met soepele arm te worden opgevangen. Bij het opvangen van de hond moet, indien nodig, een beweging met het lichaam gemaakt worden, zodanig dat de snelheid van de hond opgevangen wordt zonder hem te blokkeren. In geen geval mag de PW de hond ontwijken. Heeft de hond toegebeten, dan begint de PW met het opdrijven van de hond. Hierbij moet het overlopen van de hond vermeden worden. De PW moet alle honden in dezelfde richting opdrijven. Daarbij dient de KM zich zodanig op te stellen dat het hem mogelijk is om bij alle honden de aanbeet, de houding tijdens de belasting, de kwaliteit van de beet en de bewaking optimaal te beoordelen. Drijven in de richting van de HG is niet toegelaten. De KM beslist over de duur van de belastingfase. De PW zet op aanwijzing van de KM de belasting stop. Indien de overval met de vereiste dynamiek wordt uitgevoerd, dan heeft de KM de optimale mogelijkheid om het werk van de hond correct naar waarde te beoordelen. Elke vorm van hulp zoals het aanbieden van de bijtarm, lokken of op de broek kletsen voor aanvang van de overval, spanningloos gehouden bijtarm na het inbijten en tijdens de belastingfase, wijzigen van de intensiteit van de dreiging tijdens de belastingfase en de stokslagen, zelfstandig instellen zonder voorafgaande aanwijzing van e KM bij blijken van te geringe belastbaarheid van de hond is verboden.

Opstelling: zie  punt 8

 

Opstelling van de PW (geldig voor alle oefeningen)

De houding van de PW dient tijdens alle verdedigingsoefeningen zodanig te zijn dat de KM de kwaliteit van het bijten, het lossen en het bewaken van de hond optimaal beoordelen kan. (nooit met de rug naar de KM in stellen, oogcontact houden met de KM).

Na het afsluiten van een verdedigingsoefening dient de PW zodanig in te stellen dat de bijtarm niet geblokkeerd wordt. De bijtarm wordt niet hoog, gehoekt gehouden maar blijft in de positie die hij tijdens de afgesloten oefening had. De softstok wordt, voor de hond onzichtbaar, zijdelings tegen het lichaam gehouden. Voor het lossen wordt door de PW geen enkele vorm van hulp gegeven. Na het lossen wordt door de PW oogcontact gehouden met de hond. Om de hond in het gezichtsveld te behouden kan de PW tijdens de bewakingfase zonder bruuske bewegingen de hem omcirkelende hond volgen.

 

Onzekerheid en versagen van de hond.

Een hond die bij een verdedigingsoefening niet toebijt of in een belastingfase de beet lost, dient door de PW verder te worden bedreigt tot de KM de oefening afbreekt. De PW zal in dergelijk geval op geen enkele manier hulp verlenen aan de hond. Honen die niet lossen, zullen in geen geval door de PW met softstok beïnvloed worden (tot lossen gebracht).

Honden die tijdens de bewakingfasen neigen tot het verlaten van de PW, zullen door hem niet beïnvloed worden om te blijven of terug te keren. De PW heeft zich tijdens alle onderdelen van de verdedigingsoefeningen neutraal te gedragen. Stoot of bijt de hond tijdens de bewakingsfasen de PW aan, dan zijn afweerbewegingen door de PW te vermijden.

 

 

 

 

DZB-Beoordeling

De DZB-beoordeling moet het wezen van de hond weergeven in functie van zijn fokgeschiktheid. DZB-beoordeling heeft geen invloed op het resultaat van de wedstrijd noch op de volgorde in de uitslag. Om een DZB -beoordeling te kunnen krijgen moet de hond de afd. C volledig afgewerkt hebben.

De hiernavolgende eigenschappen worden beoordeeld met het predikaat (A), uitgesproken (ausgeprägt), (VH) voorhanden (vorhanden) of (NG) in onvoldoende mate voorhanden (nicht genügend).

D. Driften (vereiste) aanwezig bij de hond, Z. Zelfverzekerdheid, B. Belastbaarheid.

DZB, uitgesproken wordt toegekend aan de hond voor:

Een grote arbeidsbereidheid, klare uitgesproken aanwezigheid van noodzakelijke driften, doelmatig uitvoeren van de oefeningen, zelfzeker optreden, opvallende opmerkzaamheid en buitengewone belastbaarheid. 

DZB, voorhanden, wordt toegekend aan de hond voor:

Niet uitgesproken arbeidsbereidheid, beperkte aanwezigheid van noodzakelijke driften, slechts beperkte zelfzekerheid, opmerkzaamheid en belastbaarheid.

DZB, onvoldoende voorhanden, wordt toegekend aan de hond voor:

Te weinig arbeidsbereidheid, te weinig noodzakelijke driften aanwezig, gebrek aan zelfzekerheid en onvoldoende belastbaarheid.

Bijzondere maatregelen.

De NKO zijn bevoegd om regels die eigen zijn aan hun grondgebied aan te passen of weg te laten, vb. toelatingsvoorwaarden, diergeneeskundige voorwaarden, verplichtingen ten aanzien van de dierenbescherming, verplichtingen t.a.v. plaatselijke nationale regelgeving.

 De MB kunnen in de moedertaal gegeven worden.

 

 

Wereldkampioenschap.

Voor het organiseren van het WK gelden de lastenkohieren van de F.C.I. De heruitgave en aanpassingen zijn de bevoegdheid van de gebruikshondencommissie.

 

 

G.H.P.-I

 

Onderverdeeld in:                     Afdeling A:                               100 punten

                                               Afdeling B:                                100 punten

                                               Afdeling C:                               100 punten

                                               Totaal:                                     300 punten

  

G.H.P.-I Afdeling A

 

Spoor gelegd door de HG, minstens 300 passen, 3 rechte benen, 2 hoeken (ca 90°), 2 aan de geleider toebehorende voorwerpen. Het spoor is minstens 20 min oud. Uitwerkingstijd 15 min.

 

Uitwerken van het spoor:           80 punten

Voorwerpen:                            20 punten

Totaal:                                  100 punten

 

Algemeenheden:

De KM of de WL bepalen aan de hand van het ter beschikking zijnde terrein het verloop van de sporen. De sporen dienen verschillend van vorm te zijn. De hoeken en de voorwerpen mogen op de verschillende sporen niet op dezelfde plaats gesitueerd of neergelegd worden. De aanzet van het spoor dient door een speurpaaltje aangeduid te worden. Dit speurpaaltje dient steeds links van het vertrekpunt van het spoor in de grond geplant te worden.

De volgorde van werken wordt steeds bepaald door het lot.

De HG (spoorlegger) dient voor het leggen van het spoor de voorwerpen te tonen aan de KM. De (eigen) voorwerpen zijn 30 min voor aanvang in het bezit van de HG (spoorlegger). De HG (spoorlegger) staat korte tijd stil op het beginpunt van het spoor en gaat vervolgens in normale pas in de aangewezen richting. Het eerste voorwerp wordt gelegd na tenminste 100 passen na het vertrekpunt en dit op het eerste of tweede been. De voorwerpen moeten neergelegd worden zonder halt te houden. Na het leggen van het laatste voorwerp moet de HG (spoorlegger nog meerdere passen in dezelfde richting verdergaan. De op een spoor gebruikte voorwerpen moeten van verschillende samenstelling zijn (leder, textiel, hout). De afmetingen van de voorwerpen zijn: 10 cm lang, 2 à 3 cm breed en 0.5 tot 1 cm dik. Hun kleur mag niet wezenlijk verschillen van de bodem. Tijdens het leggen van het spoor is de hond uit het zicht van de HG.

De KM, WL en begeleidende personen mogen tijdens het werken van de hond niet vertoeven op die plaatsen waar de hond, volgens het reglement, het recht heeft om te zoeken.

 

Mondeling bevel: “Zoek”

Het MB “zoek” is toegelaten bij het begin van het spoor en bij het aanzetten na het eerste voorwerp.

 

Uitvoering:

De HG bereidt zijn hond voor op het speuren. De hond kan vrij zoeken of aan de leiband van 10 m. De 10 m lange leiband kan over de rug, zijdelings, tussen de voorpoten of/of tussen de achterpoten gedragen worden. De leiband kan ook aan de, niet op strop ingestelde, halsketting bevestigd worden. Bovendien is het toegestaan de volgende speurtuigen te dragen: speurharnas of butcher, zonder bijkomende riemen.

Na te zijn opgeroepen meldt de HG zich met zijn hond in basispositie bij de KM en geeft aan of zijn hond verwijst of apporteert. Gedurende de aanzet en tijdens het speuren is elke vorm van dwang verboden. Op teken van de KM dient de HG zijn hond langzaam en rustig naar het vertrekpunt te brengen en aan te zetten. De hond dient bij het begin van het spoor lucht te nemen.

De hond moet vervolgens met diepe neus en intensief in een gelijkmatig tempo het spoor volgen. De HG volgt zijn hond op 10 m afstand. Ook bij vrij zoeken moet deze afstand van 10 m gerespecteerd worden. De speurlijn mag, wanneer zij door de HG niet losgelaten wordt, doorhangen. De hond moet de hoeken zeker uitwerken. Na de hoeken moet de hond in gelijkmatig tempo verder werken. Zodra de hond een voorwerp gevonden heeft, moet hij het, zonder beïnvloeding door de HG, onmiddellijk opnemen of overtuigend verwijzen. Indien de hond het voorwerp opneemt, kan hij dit doen in staande of zittende houding of het apporteren naar de HG (de manier van apporteren moet niet steeds dezelfde zijn).

Verdergaan met het voorwerp of liggend opnemen is foutief. Het verwijzen kan liggend, staand of zittend gebeuren (mag ook wisselend). Nadat de hond het voorwerp verwezen heeft, laat de HG de lijn vallen en begeeft zich naar zijn hond. Door het omhoog steken van het voorwerp toont de HG dat het voorwerp gevonden werd. De HG neemt de lijn weer op, de hond wordt terug aangezet en zet het speuren verder. Na beëindigen van het spoor toont de HG aan de KM de gevonden voorwerpen.

 

Beoordeling.

Het tempo tijdens het zoeken is geen criterium bij de beoordeling, zolang het uitwerken van het spoor gelijkmatig, intensief en overtuigend gebeurt. Zich overtuigen zonder het spoor te verlaten is niet foutief. Treuzelen, hoge neus, zwalpen, ronddraaien op de hoeken, voortdurend aanmoedigen, foutief opnemen of verwijzen van voorwerpen, zijn als foutief te beoordelen en leiden tot puntenaftrek. Indien de HG het spoor met meer dan één lijnlengte verlaat wordt het speuren afgebroken. Indien de hond het spoor verlaat en tegengehouden wordt door de HG, dan zal de HG door de KM opgedragen worden om de hond te volgen. Wordt dit bevel van de KM niet opgevolgd, dan wordt het speuren afgebroken. Is binnen de tijd van 15 minuten na de aanzet het einde van het spoor niet bereikt, wordt het speuren afgebroken. De arbeid tot op het ogenblik van afbreken wordt dan beoordeeld. Opnemen én verwijzen van de voorwerpen is foutief.

De verdeling van de punten voor het speurwerk op de verschillende benen moet gebeuren op basis van de lengte en moeilijkheidsgraad. Het beoordelen van het speurwerk op de verschillende benen gebeurt door kwalificaties en punten. Zoekt de hond niet of blijft hij lang verwijlen op eenzelfde plek zonder te zoeken, dan kan het speuren worden afgebroken, zelfs indien de hond zich nog op het spoor bevindt.

 

 

G.H.P.-I Afdeling B

 

Oefening 1:       Vrijvolgen:                                20 punten

Oefening 2:       Zit uit beweging:                       10 punten

Oefening 3:       Afleggen met voor roepen:         10 punten

Oefening 4:       Apporteren over de grond          10 punten

Oefening 5:       Brengen over de haag:              15 punten

Oefening 6:       Brengen over de schuine wand:  15 punten

Oefening 7:       Vooruit zenden met afliggen:      10 punten

Oefening 8:       Afliggen met afleiding:               10 punten

Totaal:                                                         100 punten

 

Algemeenheden:

(Nationaal in België) De HG meldt zich aan met aangelijnde hond.

De KM geeft het signaal voor de aanvang van een oefening. Alle verdere delen zoals keerwendingen, hoeken, verandering van pas, enz…. worden zonder aanwijzingen uitgevoerd.

De MB worden gegeven op normale toon en bestaan uit één enkel woord. Zij kunnen in elke taal gegeven worden maar moeten gedurende de oefeningen steeds dezelfde zijn.

Voert een hond na een derde MB een oefening of een deel van een oefening niet uit, dan wordt de oefening zonder beoordeling afgebroken. Bij het oproepen van de hond kan het MB “hier” vervangen worden door de naam van de hond. Indien beide gebruikt worden, geldt dit als een bijkomend MB.

In de basispositie zit de hond kort en recht naast het linkerbeen van de HG, zodanig dat zijn schouder ter hoogte van de knie van de HG is. Elke oefening begint en eindigt met deze basispositie.

Het aannemen van de basispositie is voor een oefening slechts éénmaal toegestaan. Een kort loven is na iedere oefening en uitsluitend in basispositie toegelaten. Daarna kan de HG een nieuwe basispositie aannemen. Tussen het loven van de hond en het begin van een nieuwe oefening moeten minstens drie seconden verstrijken.

Uit de basispositie volgt de zogenaamde ontwikkeling van de oefening. De HG dient minstens 10 en hoogstens 15 passen te gaan alvorens het MB te geven. Tussen de delen van de oefening, zoals oproepen en voorzitten, het aan de voet komen en vervolgens het beëindigen van de oefening, moeten duidelijke pauzes gelegen zijn (ca 3 sec). Bij het ophalen van zijn hond kan de HG zijn hond langs voren naderen of achterom komen. Tussen de oefeningen moet de hond op correcte wijze vrij volgen. Ook bij het ophalen van de apporteerblokken moet de hond meegevoerd worden. Aanzetten tot spelen is niet toegelaten.

De keerwending is door de HG naar links uit te voeren. De hond kan bij de keerwending achter de HG naar rechts doordraaien of bij het naar links draaien terugtreden. De uitvoering moet tijdens gans de proef echter steeds dezelfde zijn. Na een oefening “zit-voor” kan de hond aan de voet komen door rechts rond geleider te draaien of door rechtstreeks links naast de H.B. de gaan zitten.

Het vaste springtoestel heeft een hoogte van 100 cm en een breedte van 150 cm. De schuine wand bestaat uit twee bovenaan met elkaar verbonden delen van 150 cm breed en 191 cm hoog. Op de bodem staan deze beide delen zover uit elkaar dat de verticale hoogte van de wand 180 cm bedraagt. Het gehele vlak van de schuine wand moet voorzien zijn van een antislipbekleding. In de bovenste helft van de wand zijn aan beide zijden 3 laten aan te brengen (24/48 mm). Alle honden dienen dezelfde hindernis te gebruiken.

Bij het apporteren zijn enkel apporteerblokken toegelaten (650 gram). Deze blokken dienen door de organisator ter beschikking te worden gesteld en zijn verplicht te gebruiken. Voor het apporteren mogen de blokken de hond niet vooraf in de bek gegeven worden.

Verlaat de hond zijn HG en komt na 3 MB niet terug, dan wordt de combinatie HG/hond gediskwalificeerd. Indien de HG een oefening vergeet, zal de KM hem hierop wijzen en de oefening laten uitvoeren zonder puntenaftrek.

 

Vrij volgen                                                                                                          20 punten

Een MB voor het volgen: “Volg”

Het MB is toegestaan bij het vertrek en bij elke verandering van pas.

 

Uitvoering.

De HG gaat met zijn hond naar de KM en stelt zich voor. De hond moet aan de voet zitten. Vanuit basispositie moet de hond op MB “volg” van de HG opmerkzaam, vreugdig en correct volgen, met het schouderblad ter hoogte van de linkerknie van de HG. Bij het halt houden moet hij zonder bevel van de HG snel en correct zitten. Bij het begin van de oefening gaat de HG met zijn hond in rechte lijn 50 passen, maakt een keerwending en na 10 à 15 passen uitgevoerd in gewone pas, moet de HG de volgoefening achtereenvolgens eerst in looppas en dan in langzame pas uitvoeren (telkens tenminste 10 passen). De overgang van looppas naar langzame pas gebeurt onmiddellijk zonder overgang in gewone pas. De uitvoering van de verschillende passen moet duidelijk te onderscheiden zijn. In normale pas zijn vervolgens, tenminste een rechtse hoek, een linkse hoek en een keerwending uit te voeren. In normale pas wordt minstens één halt uitgevoerd. Tijdens het eerste rechte stuk vrij volgen worden twee schoten afgevuurd (kaliber 6 mm) met een tussentijd van 5 seconden. De schoten worden gelost op tenminste 15 passen afstand van de hond. De hond moet zich onverschillig tonen. Aan het einde van de oefening gaat de HG op aanwijzing van de KM door een bewegende groep van tenminste vier personen. De HG dient met zijn hond tenminste rond één persoon linksom en een andere persoon rechtsom te gaan en tenminste éénmaal halt te houden in de groep. Het is de KM toegestaan om deze oefening te laten herhalen. De HG met zijn hond verlaat de groep en neemt de basispositie in.

 

Beoordeling.

Hinderen, voordringen, zijwaarts afwijken, achterblijven, mondelinge bijbevelen, lichaamshulp, onopmerkzaamheid van de hond, te veel druk, hebben puntenaftrek tot gevolg.

 

Zit uit de beweging.                                                                                             10 punten

MB voor: “Volg” en “Zit”.

 

Uitvoering:

Vanuit de basispositie gaat de HG met zijn vrij volgende hond in normale pas in rechte lijn. Na 10 à 15 passen moet de hond op het MB “zit” onmiddellijk, snel en in de wandelrichting gaan zitten, zonder dat de HG zijn pas wijzigt, onderbreekt of omkijkt. Na nogmaals 30 passen blijft de HG staan en draait zich onmiddellijk naar zijn rustig zittende hond. Op aanwijzing van de KM gaat de HG  naar zijn hond en stelt zich aan zijn rechterzijde op.

 

a.       Beoordeling.

Fouten in de ontwikkeling (gedeelte vrij volgen), langzaam zitten, onrustig, onopmerkzaam zitten, leiden tot puntenaftrek. Als de hond gaat liggen of blijft rechtstaan zijn hiervoor 5 punten af te trekken.

 

2.      Afleggen met oproepen.

a.      MB voor: “Volg”, “Af” of “Liggen”, “Hier”, “Voet”.

 

b.      Uitvoering:

Vanuit de basispositie gaat de HG met zijn vrij volgende hond in rechte lijn.  Na 10 à 15 passen moet de hond het mg “Af” of “ Liggen” onmiddellijk, snel en in de wandelrichting gaan liggen, zonder dat de HG zijn pas wijzigt, onderbreekt of omkijkt. Na nogmaals 30 passen blijft de HG staan en draait zich onmiddellijk naar zijn rustig liggende hond. Op aanwijzing van de KM geeft de HG het MB “Hier” of naam van de hond. De hond moet snel, vreugdig en correct komen en recht midden voor de HG gaan zitten. Op het MB “Voet” dient de hond zich snel en correct naast het linker been van de HG neer te zetten.

 

c.       Beoordeling:

Fouten in de ontwikkeling (gedeelte vrij volgen), spreidstand van de HG, langzaam gaan liggen, langzaam terugkomen bij oproepen, langzamer worden bij het voorkomen, houding corrigeren van de HG, foutief voorzitten of foutief aan de voet komen, leiden tot puntenaftrek. Als de hond na het MB gaat zitten of recht blijft staan, zijn hiervoor 5 punten af te trekken.

 

3.      Apporteren over de grond                                                                                    10 punten

a.      MB “Breng”, “Los”, “Voet”.

 

b.      Uitvoering:

Vanuit de basispositie werpt de HG een apporteerblok (gewicht 650 gram) ongeveer 10 passen ver. Het MB “Breng” mag pas gegeven worden op het ogenblik dat het apporteerblok stel ligt. De rustig naast de HG zittende hond moet op het MB “Breng” snel en correct naar het voorwerp toelopen, het onmiddellijk opnemen en snel en correct brengen. De hond moet snel, dicht en recht voor zijn HG gaan zitten en het apporteerblok rustig in de bek houden (ca 3 sec) tot de HG met het MB “Los” hem het apporteerblok afneemt. Het apporteerblok moet na het afnemen met naar onder uitgestrekte arm naast de rechterzijde van het lichaam worden gehouden. Op het MB “Voet” dient de hond zich snel en correct naast de linkerzijde van de HG neer te zetten. De HG mag gedurende het gehele verloop van deze oefeningen zijn basispositie niet verlaten.

 

c.       Beoordeling:

Fouten in de basispositie, spreidstand door de HG, langzaam naar het voorwerp toelopen, fouten bij het opnemen, langzaam terugkomen, laten vallen van het voorwerp, spelen of knabbelen met en op het voorwerp, fouten bij het voorzitten en aan de voet komen, leiden tot puntenaftrek. Wanneer de HG zijn basispositie verlaat is de oefening met onvoldoende te beoordelen. Brengt de hond het apporteerblok niet, dan worden 0 punten toegekend.

 

 

4.      Apporteren over de hindernis van 100 cm                                                            15 punten

a.      MB  “Hoog”, “Breng”, “Los”, “Voet”

 

b.      Uitvoering:

De HG neemt met zijn hond op tenminste 5 passen van het springtoestel de basispositie aan. Vanuit de basispositie werpt de HG het apporteerblok (gewicht 650 gram) over de 100 cm hoge hindernis. Het MB “Hoog” zal pas dan gegeven worden op het ogenblik dat het apporteerblok volledig stil ligt. De rustig, vrij aan de voet zittende hond moet op het MB “Hoog” en “Beng” (het MB “Breng” moet tijdens de sprong gegeven worden) over de hindernis springen, snel en correct naar het apporteerblok toelopen, het onmiddellijk opnemen en vervolgens onmiddellijk de terugsprong uitvoeren. De hond moet zich snel, dicht en recht voor zijn HG zetten en het apporteerblok rustig in de bek houden (ca 3 sec) tot de HG met het MB “Los” het apporteerblok afneemt. Het apporteerblok moet na het afnemen met naar onder uitgestrekte arm naast de rechterzijde van het lichaam worden gehouden. Op het MB “Voet” dient de hond zich snel en correct naast de linkerzijde van de HG neer te zetten. De HG mag gedurende het gehele verloop van deze oefening zijn basispositie niet verlaten.

 

c.       Beoordeling.

Fouten in de basispositie, spreidstand door de HG, langzaam springen en naar het blok toelopen, fouten bij het opnemen, langzaam terugspringen, laten vallen, spelen of knabbelen, fouten bij voorzitten en aan de voet komen leiden tot puntenaftrek. Voor het raken van de hindernis worden per sprong voor het raken 1 punt en voor het zich afzetten 2 punten afgetrokken.

Verdeling der punten:

Heensprong

Brengen

Terugsprong

5 punten

5 punten

5 punten

Een gedeelte van de punten wordt toegekend bij de volgende situaties (2 onderdelen uitgevoerd):

Springen en brengen zonder fouten:                                                                  15 punten

Heen- of terugsprong niet uitgevoerd, apport foutloos gebracht:               10 punten

Heen- en terugsprong foutloos, apport niet gebracht:                                          10 punten

Ligt het apporteerblok te ver uit de richting of voor de hond slecht zichtbaar, dan kan de HG vragen aan de KM om het opnieuw te mogen werpen. Dit kan op aanwijzing van de KM. Bij het ophalen van het apporteerblok moet de hond rustig blijven zitten. Dit alles zonder puntenaftrek. Indien de HG hulp geeft aan de hond, evenwel zonder wijziging in de basispositie, volgt puntenaftrek. Indien de HG zijn basispositie heeft verlaten, dan wordt de oefening met onvoldoende gewaardeerd.

 

5.      Apporteren over een schuine wand (180 cm hoog)                                             15 punten

a.      MB “Hoog”, “Breng”, “Los”, “Voet”

 

b.      Uitvoering:

De HG neemt met zijn hond op tenminste 5 passen van de schuine wand de basispositie aan. Vanuit de basispositie werpt de HG het apporteerblok (gewicht 650 gram) over de 180 cm hoge hindernis (nationaal in België: 160 cm). De rustig aan de voet zittende hond moet op het MB “Hoog” en “Breng” (het MB “Breng” moet tijdens het klauteren gegeven worden) over de hindernis heen klauteren, snel en correct naar het apporteerblok toelopen, het onmiddellijk opnemen en vervolgens onmiddellijk de terugsprong uitvoeren. De hond moet zich snel dicht en recht voor zijn HG zetten en het apporteerblok rustig in de bek houden (ca 3 sec) tot de HG met het MB “Los” het apporteerblok afneemt. Het apporteerblok moet na het afnemen met naar onder uitgestrekte arm naast de rechterzijde van het lichaam worden gehouden. Op het MB “Voet” dient de hond zich snel en correct naast de linkerzijde van de HG neer te zetten. De HG mag gedurende het gehele verloop van deze oefening zijn basispositie niet verlaten.

 

c.       Beoordeling.

Fouten in de basispositie, spreidstand door de HG, langzaal springen en naar het blok toelopen, fouten bij het opnemen, langzaam terugspringen, laten vallen, spelen of knabbelen, fouten bij voorzitten en aan de voet komen, leiden tot puntenaftrek.

Verdeling der punten:

Heensprong

Brengen

Terugsprong

5 punten

5 punten

5 punten

Een gedeelte van de punten wordt toegekend bij de volgende situaties (2 onderdelen uitgevoerd):

Klauteren en brengen zonder fouten:                                                                 15 punten

Heen of terug klauteren niet uitgevoerd, apport foutloos gebracht:                       10 punten

Heen en terug klauteren foutloos, apport niet gebracht:                                      10 punten

Ligt het apporteerblok te ver uit de richting af voor de hond slecht zichtbaar, dan kan de HG vragen aan de KM om het opnieuw te mogen werpen. Dit kan op aanwijzing van de KM. Bij het ophalen van het apporteerblok moet de hond rustig blijven zitten. Dit alles zonder puntenaftrek.

Indien de HG hulp geeft aan de hond, evenwel zonder wijziging in de basisposities, volgt puntenaftrek. Indien de HG zijn basispositie heeft verlaten, dan wordt de oefening met onvoldoende gewaardeerd.

 

7. Vooruitzenden met afliggen.                                                                                    10 punten

a.      MB “Vooruit”, “Af” of “Liggen”, “Zit”.

b.      Uitvoering:

Vanuit de basispositie gaat de HG met zijn vrij volgende hond in rechte lijn in de hem aangewezen richting. Na 10 à 15 passen geeft de HG één enkel MB “Vooruit”, heft gelijktijdig de arm en blijft staan. Hierop moet de hond snel en in rechte lijn tenminste 30 passen in de aangewezen richting lopen. Op aanwijzing van de KM geeft de HG het bevel “Af” of “Lig”, waarop de hond onmiddellijk moet gaan liggen. De HG houdt de arm geheven tot de hond neerligt.

Op aanwijzing van de KM begeeft de HG zich naar zijn hond en plaatst zich rechts naast hem. Na ca 3 sec moet de hond, op aanwijzing van de KM en op MB van de HG snel en correct gaan zitten.

 

c.       Beoordeling:

Fouten in de ontwikkeling (vrij volgen), meelopen door de HG, te langzaam vooruitlopen, sterke zijwaartse afwijking, te korte afstand afgelegd, treuzelend of vroegtijdig neerleggen van de hond, onrustig liggen, te vroeg rechtstaan bij het ophalen, leiden tot puntenaftrek.

 

6.      Afliggen onder afleiding                                                                                         10 punten

a.      MB “Af” of “Liggen”, “Zit”

b.      Uitvoering:

Bij aanvang van de afdeling B van een andere hond legt de HG zijn hond met het MB “Af” of “Lig” op een door de KM aangewezen plaats af. De hond blijft achter zonder lijn of enig ander voorwerp.

De HG verwijdert zich zonder omkijken tenminste 30 passen van de hond en blijft staan, in het zicht van de hond, met de rug naar hem toe. De hond moet zonder beïnvloeding door de HG rustig blijven liggen terwijl de andere hond de oefeningen 1 tot en met oefening 6 afwerkt. Op aanwijzing van de KM gaat de HG naar zijn hond en plaatst zich aan zijn rechterzijde. Na ca 3 sec, op aanwijzing van de KM en een MB van de HG moet de hond snel en correct gaan zitten.

 

c.       Beoordeling:

Onrustig gedrag van de HG net als elke andere vorm van verborgen hulp, onrustig liggen van de hond, het te vroeg opstaan van de hond bij het ophalen leiden tot puntenaftrek. Gaat de hond gedurende de oefening staan of zitten, dan volgt er een gedeeltelijk toekennen van de punten. Verwijdert de hond zich meer dan drie meter van zijn plaats alvorens de andere hond de oefening 3 volledig heeft afgewerkt, dan worden 0 punten toegekend. Verlaat de hond de plaats na beëindiging van oefening 3, dan volgt een gedeeltelijke toekenning van punten. Komt de hond de HG tegemoet bij het ophalen, dan zijn er tot 3 punten af te trekken.                                                      

 

 

G.H.P.-I Afdeling C

 

Oefening 1:                   Revieren:                                                           5 punten

Oefening 2:                   Aanblaffen en bewaken:                        10 punten

Oefening 3:                   Vluchtverhindering van de pakwerker:                20 punten

Oefening 4:                   Verdediging van de hond in de bewakingsfase:    35 punten

Oefening 5:                   Aanval van de hond vanuit de beweging: 30 punten

Totaal:                                                                                            100 punten

 

 

Algemene Bepalingen:

Op een geschikt terrein zijn op de langste zijden 6 schuilhokjes geplaatst, 3 aan iedere zijde. De voor de HG, KM en PW nodige markeringen moeten goed zichtbaar zijn.

De PW moet uitgerust zijn met een volledige pakwerkerskledij, bijtarm en soft stok. De bijtarm moet overtrokken zijn in natuurkleurige jute. Wanneer dit voor de PW noodzakelijk is om de hond in het gezichtsveld te houden, moet hij niet onbeweeglijk stilstaan. Hij mag echter geen driegende houding aannemen en geen afweerbewegingen maken. Hij beschermt zijn lichaam met de bijtarm. Het MB voor lossen is bij elke verdedigingsoefening slecht éénmaal toegestaan. De manier waarop de HG de PW ontwapent door de stok of te nemen, wordt aan de HG over gelaten.

Bij wedstrijden in klas I en II volstaat het dat met één PW gewerkt wordt. Voor klas III zijn steeds twee PW verplicht. (Nationaal) Voor alle honden dienen dezelfde PW te werken. Met alle honden moet op de zelfde manier gewerkt worden.

 

Beoordeling voor het lossen:

Slecht lossen

Eerste BB met onmiddellijk lossen

Eerste BB met slecht lossen

Tweede bbh

Verdere inwerkingen

0.5 – 3

-3

3.5 – 6.0

6.5 – 9

Diskwalificatie

 

Verlaat de hond de HG of het terrein en komt na 3 MB niet terug, dan wordt de HG/Hond gediskwalificeerd. Er volgt geen beoordeling en er worden geen punten toegekend.

Honden die niet in de hand van de HG liggen, die slechts na inwerking van de HG lossen en/of die op een andere plaats dan de bijtarm bijten, moeten gediskwalificeerd worden. Er volgt geen DZB-beoordeling.

Honden die bij verdedigingsoefeningen versagen of zich laten verjagen kunnen in geen geval slagen. In deze gevallen wordt de uitvoering van afdeling C afgebroken en er volgt geen beoordeling van het pakwerk. Er volgt wel een DZB-beoordeling (Drift, Zelfverzekerdheid, Belastbaarheid).

 

1. Revieren                                                                                                                     5 punten

MB “Revier”, “Hier” (het MB “Hier” kan met de naam van de hond verbonden zijn)

 

Uitvoering:

De PW bevindt zich voor de hond niet zichtbaar in het laatste schuilhokje. De HG neemt met zijn vrij volgende hond ter hoogte van het vijfde schuilhok plaats, zodanig dat twee zijslagen mogelijk zijn. Op aanwijzing van de KM begint de afd. C. Op een kort MB “revier” en een gebaar met de rechter- of de linkerarm, dat mag herhaald worden, moet de hond zich snel van de HG verwijderen en snel doelmatig naar en rond het vijfde schuilhokje lopen. Als de hond rond het schuilhokje heeft gelopen roept de HG met een MB “Hier” (eventueel gecombineerd met de naam van de hond) de hond in zijn richting en stuurt hem met een nieuw MB “Revier” uit beweging naar het schuilhok met de PW. De HG beweegt zich in normale pas over de denkbeeldige middenlijn van het terrein, die hij tijdens het revieren niet mag verlaten. De hond moet zich steeds voor de HG bevinden. Wanneer de hond het schuilhokje heeft bereikt, moet de HG blijven stilstaan. MB en gebaren zijn op dat ogenblik niet meer toegelaten.

 

Beoordeling:

Treuzelend en niet vlot uitvoeren, ondoelmatig revieren, leiden tot puntenverlies.

 

2. Aanblaffen en bewaken                                                                                                10 punten

 

MB “Voet”, “Zit”

 

Uitvoering:

De hond moet de PW aandachtig bewaken en moet aanhoudend aanblaffen. De hond mag de PW niet aanraken of bijten. Na een aanblafperiode van ongeveer 20 seconden begeeft de HG zich op aanwijzing van de KM tot op 5 passen van het schuilhokje. Op aanwijzing van de KM roept de HG zijn hond in basispositie. (Nationaal in België: na het revieren mag de hond met de ketting gehouden worden in plaats van uit te roepen op 5 passen).

 

Beoordeling:

Fouten in het aanhoudend aanblaffen en intensief bewaken vóór het MB, reactie op de KM of de aankomende HG leiden tot puntenaftrek. Voor aanhoudend blaffen worden 5 punten toegekend. Indien de hond niet aanhoudend blaft, worden 2 punten afgetrokken. Indien een hond niet blaft gedurende de bewaking, worden 5 punten afgetrokken. Bij licht aanraken van de PW worden tot 2 punten en bij inbijten tot 9 punten afgetrokken. Verlaat de hond de PW voordat de KM de aanwijzing aan de HG gegeven heeft om de middenlijn te verlaten, kan de hond opnieuw naar de PW gestuurd worden. Blijft de hond hierna bij de PW dan kan afd C worden voortgezet. Aanblaffen en bewaken worden dan wel met onvoldoende beoordeeld. Laat de hond zich niet meer naar het verstek toe sturen of verlaat hij de PW opnieuw, dan is de afd C af te breken. Komt de hond de HG bij het naderen van het verstek tegemoet of komt de hond voor het MB zelfstandig naar de HG, dan volgt een beoordeling met onvoldoende.

 

3. Vluchtverhindering van de PW                                                                                   20 punten

MB “Af”, “Liggen”, “Los”

Uitvoering:

Op aanwijzing van de KM beveelt de HG de PW om uit het schuilhokje te komen. De PW begeeft zich in normale pas naar een gemarkeerd punt.

Op aanwijzing van de KM begeeft de HG zich met vrij volgende hond naar een gemarkeerd punt voor de vluchtpoging. De HG laat zijn in bewaking liggende hond achter en begeeft zich zodanig terug naar het schuilhokje dat hij de hond, de PW en de KM in zicht houdt. De afstand tussen de hond en de PW bedraagt 5 passen. Op aanwijzing van de KM onderneemt de PW een vluchtpoging. De hond moet zonder aarzelen en zelfstandig de vluchtpoging verhinderen door krachtig en energiek in te bijten. Op aanwijzing van de KM staat de PW stil. Na het instellen van de PW moet de hond onmiddellijk lossen. De HG kan binnen een redelijke tijd, zelfstandig, een MB geven. Lost de hond niet op het eerste geoorloofde MB, dan kan hij op aanwijzing van de KM twee extra MB geven. Laat de hond na het eerste en de twee bijkomende bevelen niet los, dan volgt de diskwalificatie. Tijdens het geven van het MB “Los”, moet de HG rustig op zijn plaats blijven zonder de hond te beïnvloeden. Na het lossen moet de hond de PW dicht en opmerkzaam bewaken.

 

C. Beoordeling:

Inbreuken tegen de belangrijke beoordelingscriteria leiden tot puntenaftrek. Deze zijn: snel en energiek reageren op de vluchtpoging, wat tot het lossen gevolgd wordt door een krachtige volle en rustige beet, het opmerkzaam dicht bewaken van de PW. Blijft de hond liggen of heeft de hond de vlucht niet binnen 20 passen verijdeld door in te bijten, dan wordt afd. C afgebroken.

Is de hond tijdens de bewakingsfase licht onopmerkzaam of raakt hij de bijtmouw aan, dan wordt dit gesanctioneerd met het verlies van een kwalificatie. Bewaakt de hond zeer onopmerkzaam of belast hij de PW in grote mate, dan wordt gesanctioneerd met het verlies van twee kwalificaties.

Bewaakt de hond de PW niet, maar blijft hij wel in diens nabijheid, dan wordt dit gesanctioneerd met het verlies van drie kwalificaties. Verlaat de hond de PW of geeft de HG een MB waardoor de hond bij de PW blijft, dan wordt afd. C afgebroken.

 

 

4. Verdediging van de hond bij de overval in de bewakingsfase                                35 punten

MB “Los”, “Voet”

 

Uitvoering:

Na een bewakingsfase van ca 5 sec onderneemt de PW op aanwijzing van de KM een overval op de hond. De hond moet zich verdedigen door krachtig en energiek in te bijten. Hij mag enkel in de bijtarm bijten. Heeft de hond ingebeten, bekomt hij 2 stokslagen. Er zijn enkel stokslagen toegestaan op de schoft en de rug. Op aanwijzing van de KM staat de PW stil. Na het instellen moet de hond onmiddellijk lossen. De HG kan een MB voor het lossen, binnen een redelijke tijd, zelfstandig geven. Laat de hond na het eerste toegestane MB niet los, dan wacht de HG op aanwijzing van de KM om 2 bijkomende “Los” te geven. Indien de hond na deze 2 bijkomende MB niet loslaat, volgt diskwalificatie. Gedurende het geven van MB blijft de HG rustig op zijn plaats zonder de hond in enige mate te beïnvloeden. Na het lossen moet de hond de PW dicht en opmerkzaam bewaken. Op aanwijzing van de KM gaat de HG in normale pas rechtstreeks naar zijn hond. Hij neemt de basispositie aan met het MB “Voet”. De PW wordt niet ontwapend.

 

C. Beoordeling:

Inbreuken tegen de belangrijke beoordelingscriteria leiden tot puntenaftrek: snel en krachtig inbijten, volle en rustige beet tot het lossen, na het lossen opmerkzaam en dicht bewaken van de PW. Is de hond tijdens de bewakingsfase licht onopmerkzaam of raakt hij de bijtmouw aan, dan wordt dit gesanctioneerd met het verlies van een kwalificatie. Bewaakt de hond zeer onopmerkzaam of belast hij de PW in grote mate, dan wordt dit gesanctioneerd met het verlies van twee kwalificaties.

Bewaakt de hond de PW niet, maar blijft hij wel in diens nabijheid, dan wordt dit gesanctioneerd met het verlies van drie kwalificaties. Verlaat de hond de PW of geeft de HG een MB waardoor de hond bij de PW blijft, dan wordt afd. C afgebroken.

 

 

5. Aanval van de hond uit de beweging                                                                      30 punten

 

a.      MB “Zitten”, “Vast”, “Los”, basispositie aannemen, “Voet”

 

b. Uitvoering:

Er wordt aan de HG met zijn hond een gemarkeerd punt aangewezen op de middenlijn van het terrein. De hond kan aan de halsband vastgehouden worden, maar mag niet aangemoedigd worden. Op aanwijzing van de KM treedt de met een softstok uitgeruste PW uit een schuilhokje en gaat in normale pas naar de middenlijn. Dan loopt de PW naar de HG met zijn hond toe en valt hem onder het slaken van dreigende geluiden en het uitvoeren van heftige dreigende gebaren frontaal aan. Zodra de PW de HG met zijn hond tot op 40 à 30 passen genaderd is, geeft de HG op aanwijzing van de KM zijn hond vrij. Na het MB “Vast” moet de hond door energiek en krachtig in te bijten de aanval afweren.

De HG mag in geen geval zijn plaats verlaten. Op aanwijzing van de KM blijft de PW stilstaan. De hond moet onmiddellijk loslaten. De HG mag binnen een redelijke tijd zelfstandig een MB geven om de hond te doen lossen.

Laat de hond na het eerste toegestane MB niet los, dan wacht de HG op aanwijzing van de KM om 2 bijkomende MB “Los” te geven. Indien de hond na deze 2 bijkomende MB niet loslaat, volgt diskwalificatie.

Gedurende het geven van MB blijft de HG rustig op zijn plaats zonder de hond in enige mate te beïnvloeden. Na het lossen moet de hond de PW dicht en opmerkzaam bewaken. Op aanwijzing van de KM gaat de HG in normale pas rechtstreeks naar zijn hond. Hij neemt de basispositie aan met het MB “Voet”. De PW wordt ontwapend door de sofstok af te nemen.

 

a.      Beoordeling

Inbreuken tegen de belangrijke beoordelingscriteria leiden tot puntenaftrek: snel en krachtig inbijten, volle en rustige beet tot het lossen, na het lossen opmerkzaam en dicht bewaken van de PW. Is de hond tijdens de bewakingsfase licht onopmerkzaam of raakt hij de bijtmouw aan, dan wordt dit gesanctioneerd met het verlies van een kwalificatie. Bewaakt de hond zeer onopmerkzaam of belast hij de PW in grote mate, dan wordt dit gesanctioneerd met het verlies van twee kwalificaties.

Bewaakt de hond de PW niet, maar blijft hij wel in diens nabijheid, dan wordt dit gesanctioneerd met het verlies van drie kwalificaties. Verlaat de hond de PW of geeft de HG een MB waardoor de hond bij de PW blijft, dan wordt afd. C afgebroken.

  

 

G.H.P.-II

 

Onderverdeeld in:                     Afdeling A:                               100 punten

                                               Afdeling B:                                100 punten

                                               Afdeling C:                               100 punten

                                               Totaal:                                     300 punten

  

G.H.P.-II Afdeling A

 

Vreemd spoor, minstens 400 passen, 3 benen, 2 hoeken (ca 90°), 2 voorwerpen, tenminste 30 min oud. Uitwerkingstijd 15 min.

 

Uitwerken van het spoor:                       80 punten

Voorwerpen:                                        20 punten

Totaal:                                              100 punten

 

 

Algemeenheden.

De KM of de WL bepalen aan de hand van het ter beschikking zijnde terrein het verloop van de sporen. De sporen dienen verschillend van vorm te zijn. De hoeken en de voorwerpen mogen op de verschillende sporen niet op dezelfde plaats gesitueerd of neergelegd worden. De aanzet van het spoor dient door een speurpaaltje aangeduid te worden. Dit speurpaaltje dient steeds links van het vertrekpunt van het spoor in de grond geplant te worden.

De volgorde van werken wordt steeds bepaald door het lot.

De SL dient voor het leggen van het spoor de voorwerpen te tonen aan de KM. De voorwerpen zijn 30 min voor aanvang in het bezit van de SL. De SL staat korte tijd stil op het beginpunt van het spoor en gaat vervolgens in normale pas in de aangewezen richting. Het eerste voorwerp wordt gelegd na tenminste 100 passen na het vertrekpunt en dit op het eerste of tweede been. De voorwerpen moeten neergelegd worden zonder halt te houden. Na het leggen van het laatste voorwerp moet de SL nog meerdere passen in dezelfde richting verdergaan. De op een spoor gebruikte voorwerpen moeten van verschillende samenstelling zijn (leder, textiel, hout). De afmetingen van de voorwerpen zijn maximaal 10 cm lang, 2 à 3 cm breed en 0.5 tot 1 cm dik. Hun kleur mag niet wezenlijk verschillen van de bodem. Alle voorwerpen moeten voorzien zijn van een nummer dat gelijk is aan het nummer op het speurpaaltje.

De KM, WL en begeleidende personen mogen tijdens het werken van de hond niet vertoeven op die plaatsen waar de hond, volgens het reglement, het recht heeft om te zoeken.

 

 

Mondeling bevel: “Zoek”

Het MB “zoek” is toegelaten bij het begin van het spoor en bij het aanzetten na het eerste voorwerp.

 

Uitvoering:

De HG bereidt zijn hond voor op het speuren. De hond kan vrij zoeken of aan de leiband van 10 m. De 10 m lange leiband kan over de rug, zijdelings, tussen de voorpoten of/of tussen de achterpoten gedragen worden. De leiband kan ook aan de, niet op strop ingestelde, halsketting bevestigd worden. Bovendien is het toegestaan de volgende speurtuigen te dragen: speurharnas of butcher, zonder bijkomende riemen.

Na te zijn opgeroepen meldt de HG zich met zijn hond in basispositie bij de KM en geeft aan of zijn hond verwijst of apporteert. Gedurende de aanzet en tijdens het speuren is elke vorm van dwang verboden. Op teken van de KM dient de HG zijn hond langzaam en rustig naar het vertrekpunt te brengen en aan te zetten. De hond dient bij het begin van het spoor lucht te nemen.

De hond moet vervolgens met diepe neus en intensief in een gelijkmatig tempo het spoor volgen. De HG volgt zijn hond op 10 m afstand. Ook bij vrij zoeken moet deze afstand van 10 m gerespecteerd worden. De speurlijn mag, wanneer zij door de HG niet losgelaten wordt, doorhangen. De hond moet de hoeken zeker uitwerken. Na de hoeken moet de hond in gelijkmatig tempo verder werken. Zodra de hond een voorwerp gevonden heeft, moet hij het, zonder beïnvloeding door de HG, onmiddellijk opnemen of overtuigend verwijzen. Indien de hond het voorwerp opneemt, kan hij dit doen in staande of zittende houding of het apporteren naar de HG (de manier van apporteren moet niet steeds dezelfde zijn).

Verdergaan met het voorwerp of liggend opnemen is foutief. Het verwijzen kan liggend, staand of zittend gebeuren (mag ook wisselend). Nadat de hond het voorwerp verwezen heeft, laat de HG de lijn vallen en begeeft zich naar zijn hond. Door het omhoog steken van het voorwerp toont de HG dat het voorwerp gevonden werd. De HG neemt de lijn weer op, de hond wordt terug aangezet en zet het speuren verder. Na beëindigen van het spoor toont de HG aan de KM de gevonden voorwerpen.

 

Beoordeling.

Het tempo tijdens het zoeken is geen criterium bij de beoordeling, zolang het uitwerken van het spoor gelijkmatig, intensief en overtuigend gebeurt. Zich overtuigen zonder het spoor te verlaten is niet foutief.

Treuzelen, hoge neus, zwalpen, ronddraaien op de hoeken, voortdurend aanmoedigen, foutief opnemen of verwijzen van voorwerpen, zijn als foutief te beoordelen en leiden tot puntenaftrek. Indien de HG het spoor met meer dan één lijnlengte verlaat wordt het speuren afgebroken. Indien de hond het spoor verlaat en tegengehouden wordt door de HG, dan zal de HG door de KM opgedragen worden om de hond te volgen. Wordt dit bevel van de KM niet opgevolgd, dan wordt het speuren afgebroken. Is binnen de tijd van 15 minuten na de aanzet het einde van het spoor niet bereikt, wordt het speuren afgebroken. De arbeid tot op het ogenblik van afbreken wordt dan beoordeeld. Opnemen én verwijzen van de voorwerpen is foutief.

De verdeling van de punten voor het speurwerk op de verschillende benen moet gebeuren op basis van de lengte en moeilijkheidsgraad. Het beoordelen van het speurwerk op de verschillende benen gebeurt door kwalificaties en punten. Zoekt de hond niet of blijft hij lang verwijlen op eenzelfde plek zonder te zoeken, dan kan het speuren worden afgebroken, zelfs indien de hond zich nog op het spoor bevindt.

 

 

G.H.P.-II Afdeling B

 

Oefening 1:       Vrij volgen:                               10 punten

Oefening 2:       Zit uit beweging:                       10 punten

Oefening 3:       Afleggen met voor roepen:         10 punten

Oefening 4:       Staan blijven in normale pas:     10 punten

Oefening 5:       Apporteren over de grond          10 punten

Oefening 6:       Brengen over de haag:              15 punten

Oefening 6:       Brengen over de schuine wand:  15 punten

Oefening 7:       Vooruit zenden met afliggen:      10 punten

Oefening 8:       Afliggen met afleiding:               10 punten

Totaal:                                                         100 punten

 

Algemeenheden:

De KM geeft het signaal voor de aanvang van een oefening. Alle verdere delen zoals keerwendingen, hoeken, verandering van pas, enz…. worden zonder aanwijzingen uitgevoerd.

De MB worden gegeven op normale toon en bestaan uit één enkel woord. Zij kunnen in elke taal gegeven worden maar moeten gedurende de oefeningen steeds dezelfde zijn.

Voert een hond na een derde MB een oefening of een deel van een oefening niet uit, dan wordt de oefening zonder beoordeling afgebroken. Bij het oproepen van de hond kan het MB “hier” vervangen worden door de naam van de hond. Indien beide gebruikt worden, geldt dit als een bijkomend MB.

In de basispositie zit de hond kort en recht naast het linkerbeen van de HG, zodanig dat zijn schouder ter hoogte van de knie van de HG is. Elke oefening begint en eindigt met deze basispositie.

Het aannemen van de basispositie is voor een oefening slechts éénmaal toegestaan. Een kort loven is na iedere oefening en uitsluitend in basispositie toegelaten. Daarna kan de HG een nieuwe basispositie aannemen. Tussen het loven van de hond en het begin van een nieuwe oefening moeten minstens drie seconden verstrijken.

Uit de basispositie volgt de zogenaamde ontwikkeling van de oefening. De HG dient minstens 10 en hoogstens 15 passen te gaan alvorens het MB te geven. Tussen de delen van de oefening, zoals oproepen en voorzitten, het aan de voet komen en vervolgens het beëindigen van de oefening, moeten duidelijke pauzes gelegen zijn (ca 3 sec). Bij het ophalen van zijn hond kan de HG zijn hond langs voren naderen of achterom komen. Tussen de oefeningen moet de hond op correcte wijze vrij volgen. Ook bij het ophalen van de apporteerblokken moet de hond meegevoerd worden. Aanzetten tot spelen is niet toegelaten.

De keerwending is door de HG naar links uit te voeren. De hond kan bij de keerwending achter de HG naar rechts doordraaien of bij het naar links draaien terugtreden. De uitvoering moet tijdens gans de proef echter steeds dezelfde zijn. Na een oefening “zit-voor” kan de hond aan de voet komen door rechts rond geleider te draaien of door rechtstreeks links naast de H.B. de gaan zitten.

Het vaste springtoestel heeft een hoogte van 100 cm en een breedte van 150 cm. De schuine wand bestaat uit twee bovenaan met elkaar verbonden delen van 150 cm breed en 191 cm hoog. Op de bodem staan deze beide delen zover uit elkaar dat de verticale hoogte van de wand 180 cm bedraagt. Het gehele vlak van de schuine wand moet voorzien zijn van een antislipbekleding. In de bovenste helft van de wand zijn aan beide zijden 3 laten aan te brengen (24/48 mm). Alle honden dienen dezelfde hindernis te gebruiken.

Bij het apporteren zijn enkel apporteerblokken toegelaten (1000 gram voor het apport over de grond en 650 gram voor het apport over de schutting en over de schuine wand). Deze blokken dienen door de organisator ter beschikking te worden gesteld en zijn verplicht te gebruiken. Voor het apporteren mogen de blokken de hond niet vooraf in de bek gegeven worden.

Verlaat de hond zijn HG en komt na 3 MB niet terug, dan wordt de combinatie HG/hond gediskwalificeerd. Indien de HG een oefening vergeet, zal de KM hem hierop wijzen en de oefening laten uitvoeren zonder puntenaftrek.

  

1. Vrij volgen                                                                                                                  10 punten

Een MB voor het volgen: “Volg”

Het MB is toegestaan bij het vertrek en bij elke verandering van pas.

 

Uitvoering.

De HG gaat met zijn hond naar de KM en stelt zich voor. De hond moet aan de voet zitten. Vanuit basispositie moet de hond op MB “volg” van de HG opmerkzaam, vreugdig en correct volgen, met het schouderblad ter hoogte van de linkerknie van de HG. Bij het halt houden moet hij zonder bevel van de HG snel en correct zitten. Bij het begin van de oefening gaat de HG met zijn hond in rechte lijn 50 passen, maakt een keerwending en na 10 à 15 passen uitgevoerd in gewone pas, moet de HG de volgoefening achtereenvolgens eerst in looppas en dan in langzame pas uitvoeren (telkens tenminste 10 passen). De overgang van looppas naar langzame pas gebeurt onmiddellijk zonder overgang in gewone pas. De uitvoering van de verschillende passen moet duidelijk te onderscheiden zijn. In normale pas zijn vervolgens, tenminste een rechtse hoek, een linkse hoek en een keerwending uit te voeren. In normale pas wordt minstens één halt uitgevoerd. Tijdens het eerste rechte stuk vrij volgen worden twee schoten afgevuurd (kaliber 6 mm) met een tussentijd van 5 seconden. De schoten worden gelost op tenminste 15 passen afstand van de hond. De hond moet zich onverschillig tonen. Aan het einde van de oefening gaat de HG op aanwijzing van de KM door een bewegende groep van tenminste vier personen. De HG dient met zijn hond tenminste rond één persoon linksom en een andere persoon rechtsom te gaan en tenminste éénmaal halt te houden in de groep. Het is de KM toegestaan om deze oefening te laten herhalen. De HG met zijn hond verlaat de groep en neemt de basispositie in.

 

Beoordeling.

Hinderen, voordringen, zijwaarts afwijken, achterblijven, mondelinge bijbevelen, lichaamshulp, onopmerkzaamheid van de hond, te veel druk, hebben puntenaftrek tot gevolg.

  

2.  Zit uit de beweging.                                                                                       10 punten

MB voor: “Volg” en “Zit”.

 

Uitvoering:

Vanuit de basispositie gaat de HG met zijn vrij volgende hond in normale pas in rechte lijn. Na 10 à 15 passen moet de hond op het MB “zit” onmiddellijk, snel en in de wandelrichting gaan zitten, zonder dat de HG zijn pas wijzigt, onderbreekt of omkijkt. Na nogmaals 30 passen blijft de HG staan en draait zich onmiddellijk naar zijn rustig zittende hond. Op aanwijzing van de KM gaat de HG  naar zijn hond en stelt zich aan zijn rechterzijde op.

 

a.       Beoordeling.

Fouten in de ontwikkeling (gedeelte vrij volgen), langzaam zitten, onrustig, onopmerkzaam zitten, leiden tot puntenaftrek. Als de hond gaat liggen of blijft rechtstaan zijn hiervoor 5 punten af te trekken.

 

3.  Afleggen met oproepen.

a.      MB voor: “Volg”, “Af” of “Liggen”, “Hier”, “Voet”.

 

b.      Uitvoering:

Vanuit de basispositie gaat de HG met zijn vrij volgende hond in rechte lijn.  Na 10 à 15 passen moet de hond het mg “Af” of “ Liggen” onmiddellijk, snel en in de wandelrichting gaan liggen, zonder dat de HG zijn pas wijzigt, onderbreekt of omkijkt. Na nogmaals 30 passen blijft de HG staan en draait zich onmiddellijk naar zijn rustig liggende hond. Op aanwijzing van de KM geeft de HG het MB “Hier” of naam van de hond. De hond moet snel, vreugdig en correct komen en recht midden voor de HG gaan zitten. Op het MB “Voet” dient de hond zich snel en correct naast het linker been van de HG neer te zetten.

 

c.       Beoordeling:

Fouten in de ontwikkeling (gedeelte vrij volgen), spreidstand van de HG, langzaam gaan liggen, langzaam terugkomen bij oproepen, langzamer worden bij het voorkomen, houding corrigeren van de HG, foutief voorzitten of foutief aan de voet komen, leiden tot puntenaftrek. Als de hond na het MB gaat zitten of recht blijft staan, zijn hiervoor 5 punten af te trekken.

 

4. Staan blijven uit gewone pas                                                                                   10 punten

a.      MB “Volg”, “Sta”, “Zit”

 

b.      Uitvoering.

Vanuit de basispositie gaat de HG met zijn vrij volgende hond in normale pas in rechte lijn. Na 10 à 15 passen moet de hond op het MB “Sta” onmiddellijk en in de wandelrichting blijven staan, zonder dat de HG zijn pas wijzigt, onderbreekt of omkijkt. Na nogmaals 30 passen blijft de HG staan en draait zich onmiddellijk om naar zijn rustig staande hond. Op aanwijzing van de KM gaat de HG naar zijn hond en stelt zich op aan zijn rechterzijde. Na ongeveer 3 sec moet de hond op MB dat door de H.B. wordt gegeven na aanwijzing van de KM, snel en correct zitten.

 

c.       Beoordeling.

Fouten in de ontwikkeling, omkijken bij het MB, onrustig blijven staan, nakomen, onrustig worden bij het ophalen door de HG, langzaam gaan zitten bij het afsluiten, leiden tot puntenaftrek. Zit de hond of gaat hij liggen, worden hiervoor 5 punten afgetrokken.

 

 

5. Apporteren over de grond                                                                                      10 punten

a.      MB “Breng”, “Los”, “Voet”.

 

b.      Uitvoering:

Vanuit de basispositie werpt de HG een apporteerblok (gewicht 1000 gram) ongeveer 10 passen ver. Het MB “Breng” mag pas gegeven worden op het ogenblik dat het apporteerblok stel ligt. De rustig naast de HG zittende hond moet op het MB “Breng” snel en correct naar het voorwerp toelopen, het onmiddellijk opnemen en snel en correct brengen. De hond moet snel, dicht en recht voor zijn HG gaan zitten en het apporteerblok rustig in de bek houden (ca 3 sec) tot de HG met het MB “Los” hem het apporteerblok afneemt. Het apporteerblok moet na het afnemen met naar onder uitgestrekte arm naast de rechterzijde van het lichaam worden gehouden. Op het MB “Voet” dient de hond zich snel en correct naast de linkerzijde van de HG neer te zetten. De HG mag gedurende het gehele verloop van deze oefeningen zijn basispositie niet verlaten.

 

c.       Beoordeling:

Fouten in de basispositie, spreidstand door de HG, langzaam naar het voorwerp toelopen, fouten bij het opnemen, langzaam terugkomen, laten vallen van het voorwerp, spelen of knabbelen met en op het voorwerp, fouten bij het voorzitten en aan de voet komen, leiden tot puntenaftrek. Wanneer de HG zijn basispositie verlaat is de oefening met onvoldoende te beoordelen. Brengt de hond het apporteerblok niet, dan worden 0 punten toegekend.

 

 

6.  Apporteren over de hindernis van 100 cm                                                             15 punten

a.      MB  “Hoog”, “Breng”, “Los”, “Voet”

 

b.      Uitvoering:

De HG neemt met zijn hond op tenminste 5 passen van het springtoestel de basispositie aan. Vanuit de basispositie werpt de HG het apporteerblok (gewicht 650 gram) over de 100 cm hoge hindernis. Het MB “Hoog” zal pas dan gegeven worden op het ogenblik dat het apporteerblok volledig stil ligt. De rustig, vrij aan de voet zittende hond moet op het MB “Hoog” en “Beng” (het MB “Breng” moet tijdens de sprong gegeven worden) over de hindernis springen, snel en correct naar het apporteerblok toelopen, het onmiddellijk opnemen en vervolgens onmiddellijk de terugsprong uitvoeren. De hond moet zich snel, dicht en recht voor zijn HG zetten en het apporteerblok rustig in de bek houden (ca 3 sec) tot de HG met het MB “Los” het apporteerblok afneemt. Het apporteerblok moet na het afnemen met naar onder uitgestrekte arm naast de rechterzijde van het lichaam worden gehouden. Op het MB “Voet” dient de hond zich snel en correct naast de linkerzijde van de HG neer te zetten. De HG mag gedurende het gehele verloop van deze oefening zijn basispositie niet verlaten.

 

c.       Beoordeling.

Fouten in de basispositie, spreidstand door de HG, langzaam springen en naar het blok toelopen, fouten bij het opnemen, langzaam terugspringen, laten vallen, spelen of knabbelen, fouten bij voorzitten en aan de voet komen leiden tot puntenaftrek. Voor het raken van de hindernis worden per sprong voor het raken 1 punt en voor het zich afzetten 2 punten afgetrokken.

Verdeling der punten:

Heensprong

Brengen

Terugsprong

5 punten

5 punten

5 punten

Een gedeelte van de punten wordt toegekend bij de volgende situaties (2 onderdelen uitgevoerd):

Springen en brengen zonder fouten:                                                                  15 punten

Heen- of terugsprong niet uitgevoerd, apport foutloos gebracht:               10 punten

Heen- en terugsprong foutloos, apport niet gebracht:                                          10 punten

Ligt het apporteerblok te ver uit de richting of voor de hond slecht zichtbaar, dan kan de HG vragen aan de KM om het opnieuw te mogen werpen. Dit kan op aanwijzing van de KM. Bij het ophalen van het apporteerblok moet de hond rustig blijven zitten. Dit alles zonder puntenaftrek. Indien de HG hulp geeft aan de hond, evenwel zonder wijziging in de basispositie, volgt puntenaftrek. Indien de HG zijn basispositie heeft verlaten, dan wordt de oefening met onvoldoende gewaardeerd.

 

 

7.  Apporteren over een schuine wand (180 cm hoog)                                              15 punten

 

a.      MB “Hoog”, “Breng”, “Los”, “Voet”

 

b.      Uitvoering:

De HG neemt met zijn hond op tenminste 5 passen van de schuine wand de basispositie aan. Vanuit de basispositie werpt de HG het apporteerblok (gewicht 650 gram) over de 180 cm hoge hindernis. De rustig aan de voet zittende hond moet op het MB “Hoog” en “Breng” (het MB “Breng” moet tijdens het klauteren gegeven worden) over de hindernis heen klauteren, snel en correct naar het apporteerblok toelopen, het onmiddellijk opnemen en vervolgens onmiddellijk de terugsprong uitvoeren. De hond moet zich snel dicht en recht voor zijn HG zetten en het apporteerblok rustig in de bek houden (ca 3 sec) tot de HG met het MB “Los” het apporteerblok afneemt. Het apporteerblok moet na het afnemen met naar onder uitgestrekte arm naast de rechterzijde van het lichaam worden gehouden. Op het MB “Voet” dient de hond zich snel en correct naast de linkerzijde van de HG neer te zetten. De HG mag gedurende het gehele verloop van deze oefening zijn basispositie niet verlaten.

 

c.       Beoordeling.

Fouten in de basispositie, spreidstand door de HG, langzaal springen en naar het blok toelopen, fouten bij het opnemen, langzaam terugspringen, laten vallen, spelen of knabbelen, fouten bij voorzitten en aan de voet komen, leiden tot puntenaftrek.

Verdeling der punten:

Heensprong

Brengen

Terugsprong

5 punten

5 punten

5 punten

Een gedeelte van de punten wordt toegekend bij de volgende situaties (2 onderdelen uitgevoerd):

Klauteren en brengen zonder fouten:                                                                 15 punten

Heen of terug klauteren niet uitgevoerd, apport foutloos gebracht:                       10 punten

Heen en terug klauteren foutloos, apport niet gebracht:                                      10 punten

Ligt het apporteerblok te ver uit de richting af voor de hond slecht zichtbaar, dan kan de HG vragen aan de KM om het opnieuw te mogen werpen. Dit kan op aanwijzing van de KM. Bij het ophalen van het apporteerblok moet de hond rustig blijven zitten. Dit alles zonder puntenaftrek.

Indien de HG hulp geeft aan de hond, evenwel zonder wijziging in de basisposities, volgt puntenaftrek. Indien de HG zijn basispositie heeft verlaten, dan wordt de oefening met onvoldoende gewaardeerd.

 

8. Vooruitzenden met afliggen.                                                                                    10 punten

a.      MB “Vooruit”, “Af” of “Liggen”, “Zit”.

b.      Uitvoering:

Vanuit de basispositie gaat de HG met zijn vrij volgende hond in rechte lijn in de hem aangewezen richting. Na 10 à 15 passen geeft de HG één enkel MB “Vooruit”, heft gelijktijdig de arm en blijft staan. Hierop moet de hond snel en in rechte lijn tenminste 30 passen in de aangewezen richting lopen. Op aanwijzing van de KM geeft de HG het bevel “Af” of “Lig”, waarop de hond onmiddellijk moet gaan liggen. De HG houdt de arm geheven tot de hond neerligt.

Op aanwijzing van de KM begeeft de HG zich naar zijn hond en plaatst zich rechts naast hem. Na ca 3 sec moet de hond, op aanwijzing van de KM en op MB van de HG snel en correct gaan zitten.

 

c.       Beoordeling:

Fouten in de ontwikkeling (vrij volgen), meelopen door de HG, te langzaam vooruitlopen, sterke zijwaartse afwijking, te korte afstand afgelegd, treuzelend of vroegtijdig neerleggen van de hond, onrustig liggen, te vroeg rechtstaan bij het ophalen, leiden tot puntenaftrek.

 

 

9.  Afliggen onder afleiding                                                                                          10 punten

a.      MB “Af” of “Liggen”, “Zit”

b.      Uitvoering:

Bij aanvang van de afdeling B van een andere hond legt de HG zijn hond met het MB “Af” of “Lig” op een door de KM aangewezen plaats af. De hond blijft achter zonder lijn of enig ander voorwerp.

De HG verwijdert zich zonder omkijken tenminste 30 passen van de hond en blijft staan, in het zicht van de hond, met de rug naar hem toe. De hond moet zonder beïnvloeding door de HG rustig blijven liggen terwijl de andere hond de oefeningen 1 tot en met oefening 7 afwerkt. Op aanwijzing van de KM gaat de HG naar zijn hond en plaatst zich aan zijn rechterzijde. Na ca 3 sec, op aanwijzing van de KM en een MB van de HG moet de hond snel en correct gaan zitten.

 

c.       Beoordeling:

Onrustig gedrag van de HG net als elke andere vorm van verborgen hulp, onrustig liggen van de hond, het te vroeg opstaan van de hond bij het ophalen leiden tot puntenaftrek. Gaat de hond gedurende de oefening staan of zitten, dan volgt er een gedeeltelijk toekennen van de punten. Verwijdert de hond zich meer dan drie meter van zijn plaats alvorens de andere hond de oefening 4 volledig heeft afgewerkt, dan worden 0 punten toegekend. Verlaat de hond de plaats na beëindiging van oefening 4, dan volgt een gedeeltelijke toekenning van punten. Komt de hond de HG tegemoet bij het ophalen, dan zijn er tot 3 punten af te trekken.   

 

 

G.H.P.-II Afdeling C

 

Oefening 1:                   Revieren:                                                           5 punten

Oefening 2:                   Aanblaffen en bewaken:                        10 punten

Oefening 3:                   Vluchtverhindering van de pakwerker:                10 punten

Oefening 4:                   Verdediging van de hond in de bewakingsfase:    20 punten

Oefening 5:                   Rugtransport:                                                     5 punten

Oefening 6:                   Overval op de hond van uit rugtransport: 30 punten

Oefening 7:                   Aanval van de hond vanuit de beweging: 20 punten

Totaal:                                                                                            100 punten

 

 

Algemene Bepalingen:

Op een geschikt terrein zijn op de langste zijden 6 schuilhokjes geplaatst, 3 aan iedere zijde. De voor de HG, KM en PW nodige markeringen moeten goed zichtbaar zijn.

De PW moet uitgerust zijn met een volledige pakwerkerskledij, bijtarm en soft stok. De bijtarm moet overtrokken zijn in natuurkleurige jute. Wanneer dit voor de PW noodzakelijk is om de hond in het gezichtsveld te houden, moet hij niet onbeweeglijk stilstaan. Hij mag echter geen driegende houding aannemen en geen afweerbewegingen maken. Hij beschermt zijn lichaam met de bijtarm. Het MB voor lossen is bij elke verdedigingsoefening slecht éénmaal toegestaan. De manier waarop de HG de PW ontwapent door de stok of te nemen, wordt aan de HG over gelaten.

Bij wedstrijden in klas I en II volstaat het dat met één PW gewerkt wordt. Voor klas III zijn steeds twee PW verplicht. (Nationaal) Voor alle honden dienen dezelfde PW te werken. Met alle honden moet op de zelfde manier gewerkt worden.

 

Beoordeling voor het lossen:

Slecht lossen

Eerste BB met onmiddellijk lossen

Eerste BB met slecht lossen

Tweede bbh

Verdere inwerkingen

0.5 – 3

-3

3.5 – 6.0

6.5 – 9

Diskwalificatie

 

Verlaat de hond de HG of het terrein en komt na 3 MB niet terug, dan wordt de HG/Hond gediskwalificeerd. Er volgt geen beoordeling en er worden geen punten toegekend.

Honden die niet in de hand van de HG liggen, die slechts na inwerking van de HG lossen en/of die op een andere plaats dan de bijtarm bijten, moeten gediskwalificeerd worden. Er volgt geen DZB-beoordeling.

Honden die bij verdedigingsoefeningen versagen of zich laten verjagen kunnen in geen geval slagen. In deze gevallen wordt de uitvoering van afdeling C afgebroken en er volgt geen beoordeling van het pakwerk. Er volgt wel een DZB-beoordeling (Drift, Zelfverzekerdheid, Belastbaarheid).

 

1. Revieren                                                                                                                     5 punten

MB “Revier”, “Hier” (het MB “Hier” kan met de naam van de hond verbonden zijn)

 

Uitvoering:

De PW bevindt zich voor de hond niet zichtbaar in het laatste schuilhokje. De HG neemt met zijn vrij volgende hond tussen het tweede en het derde schuilhokje plaats, zodanig dat vier zijslagen mogelijk zijn. Op aanwijzing van de KM begint de afd. C. Op een kort MB “revier” en een gebaar met de rechter- of de linkerarm, dat mag herhaald worden, moet de hond zich snel van de HG verwijderen en snel doelmatig naar en rond het aangewezen schuilhokje lopen. Als de hond rond het schuilhokje heeft gelopen, roept de HG met een MB “Hier” (eventueel gecombineerd met de naam van de hond) de hond in zijn richting en stuurt hem met een nieuw MB “Revier” uit beweging naar het volgende schuilhok. De HG beweegt zich in normale pas over de denkbeeldige middenlijn van het terrein, die hij tijdens het revieren niet mag verlaten. De hond moet zich steeds voor de HG bevinden. Wanneer de hond het schuilhokje met de PW heeft bereikt, moet de HG blijven stilstaan. MB  en gebaren zijn op dat ogenblik niet meer toegelaten.

 

            c.     Beoordeling

Treuzelend en niet vlot uitvoeren, ondoelmatig revieren, leiden tot puntenverlies.

 

2. Aanblaffen en bewaken                                                                                                10 punten

 

MB “Voet”, “Zit”

 

Uitvoering:

De hond moet de PW aandachtig bewaken en moet aanhoudend aanblaffen. De hond mag de PW niet aanraken of bijten. Na een aanblafperiode van ongeveer 20 seconden begeeft de HG zich op aanwijzing van de KM tot op 5 passen van het schuilhokje. Op aanwijzing van de KM roept de HG zijn hond in basispositie.

 

Beoordeling:

Fouten in het aanhoudend aanblaffen en intensief bewaken vóór het MB, reactie op de KM of de aankomende HG leiden tot puntenaftrek. Voor aanhoudend blaffen worden 5 punten toegekend. Indien de hond niet aanhoudend blaft, worden 2 punten afgetrokken. Indien een hond niet blaft gedurende de bewaking, worden 5 punten afgetrokken. Bij licht aanraken van de PW worden tot 2 punten en bij inbijten tot 9 punten afgetrokken. Verlaat de hond de PW voordat de KM de aanwijzing aan de HG gegeven heeft om de middenlijn te verlaten, kan de hond opnieuw naar de PW gestuurd worden. Blijft de hond hierna bij de PW dan kan afd C worden voortgezet. Aanblaffen en bewaken worden dan wel met onvoldoende beoordeeld. Laat de hond zich niet meer naar het verstek toe sturen of verlaat hij de PW opnieuw, dan is de afd C af te breken. Komt de hond de HG bij het naderen van het verstek tegemoet of komt de hond voor het MB zelfstandig naar de HG, dan volgt een beoordeling met onvoldoende.

 

3. Vluchtverhindering van de PW                                                                                   10 punten

MB “Af”, “Liggen”, “Los”

 

Uitvoering:

Op aanwijzing van de KM beveelt de HG de PW om uit het schuilhokje te komen. De PW begeeft zich in normale pas naar een gemarkeerd punt.

Op aanwijzing van de KM begeeft de HG zich met vrij volgende hond naar een gemarkeerd punt voor de vluchtpoging. De HG laat zijn in bewaking liggende hond achter en begeeft zich zodanig terug naar het schuilhokje dat hij de hond, de PW en de KM in zicht houdt. De afstand tussen de hond en de PW bedraagt 5 passen. Op aanwijzing van de KM onderneemt de PW een vluchtpoging. De hond moet zonder aarzelen en zelfstandig de vluchtpoging verhinderen door krachtig en energiek in te bijten. Op aanwijzing van de KM staat de PW stil. Na het instellen van de PW moet de hond onmiddellijk lossen. De HG kan binnen een redelijke tijd, zelfstandig, een MB geven. Lost de hond niet op het eerste geoorloofde MB, dan kan hij op aanwijzing van de KM twee extra MB geven. Laat de hond na het eerste en de twee bijkomende bevelen niet los, dan volgt de diskwalificatie. Tijdens het geven van het MB “Los”, moet de HG rustig op zijn plaats blijven zonder de hond te beïnvloeden. Na het lossen moet de hond de PW dicht en opmerkzaam bewaken.

 

C.    Beoordeling:

Inbreuken tegen de belangrijke beoordelingscriteria leiden tot puntenaftrek. Deze zijn: snel en energiek reageren op de vluchtpoging, wat tot het lossen gevolgd wordt door een krachtige volle en rustige beet, het opmerkzaam dicht bewaken van de PW. Blijft de hond liggen of heeft de hond de vlucht niet binnen 20 passen verijdeld door in te bijten, dan wordt afd. C afgebroken.

Is de hond tijdens de bewakingsfase licht onopmerkzaam of raakt hij de bijtmouw aan, dan wordt dit gesanctioneerd met het verlies van een kwalificatie. Bewaakt de hond zeer onopmerkzaam of belast hij de PW in grote mate, dan wordt gesanctioneerd met het verlies van twee kwalificaties.

Bewaakt de hond de PW niet, maar blijft hij wel in diens nabijheid, dan wordt dit gesanctioneerd met het verlies van drie kwalificaties. Verlaat de hond de PW of geeft de HG een MB waardoor de hond bij de PW blijft, dan wordt afd. C afgebroken.

 

 

4. Verdediging van de hond bij de overval in de bewakingsfase                                20 punten

MB “Los”, “Voet”

 

Uitvoering:

Na een bewakingsfase van ca 5 sec onderneemt de PW op aanwijzing van de KM een overval op de hond. De hond moet zich verdedigen door krachtig en energiek in te bijten. Hij mag enkel in de bijtarm bijten. Heeft de hond ingebeten, bekomt hij 2 stokslagen. Er zijn enkel stokslagen toegestaan op de schoft en de rug. Op aanwijzing van de KM staat de PW stil. Na het instellen moet de hond onmiddellijk lossen. De HG kan een MB voor het lossen, binnen een redelijke tijd, zelfstandig geven. Laat de hond na het eerste toegestane MB niet los, dan wacht de HG op aanwijzing van de KM om 2 bijkomende “Los” te geven. Indien de hond na deze 2 bijkomende MB niet loslaat, volgt diskwalificatie. Gedurende het geven van MB blijft de HG rustig op zijn plaats zonder de hond in enige mate te beïnvloeden. Na het lossen moet de hond de PW dicht en opmerkzaam bewaken. Op aanwijzing van de KM gaat de HG in normale pas rechtstreeks naar zijn hond. Hij neemt de basispositie aan met het MB “Voet”. De PW wordt niet ontwapend.

 

C. Beoordeling:

Inbreuken tegen de belangrijke beoordelingscriteria leiden tot puntenaftrek: snel en krachtig inbijten, volle en rustige beet tot het lossen, na het lossen opmerkzaam en dicht bewaken van de PW. Is de hond tijdens de bewakingsfase licht onopmerkzaam of raakt hij de bijtmouw aan, dan wordt dit gesanctioneerd met het verlies van een kwalificatie. Bewaakt de hond zeer onopmerkzaam of belast hij de PW in grote mate, dan wordt dit gesanctioneerd met het verlies van twee kwalificaties.

Bewaakt de hond de PW niet, maar blijft hij wel in diens nabijheid, dan wordt dit gesanctioneerd met het verlies van drie kwalificaties. Verlaat de hond de PW of geeft de HG een MB waardoor de hond bij de PW blijft, dan wordt afd. C afgebroken.

 

 

5.   Rugtransport                                                                                                           5 punten

a.      MB “Volg”

b.      Uitvoering:

Aansluitend op oefening 4 volgt er een rugtransport van de PW over een afstand ongeveer 30 passen. De KM beslist over het verloop van het transport. De HG beveelt de PW om voorwaarts te gaan en volgt hem met zijn vrij volgende hond op een afstand van 5 passen. De aandacht van de hond moet gericht zijn op de PW. De afstand van 5 passen moet gedurende het gehele transport gerespecteerd worden.

 

c.       Beoordeling

Inbreuken tegen de belangrijke beoordelingscriteria leiden tot puntenaftrek: de aandacht van de hond moet gericht zijn op de PW, perfect volgen, aanhouden van de afstand van 5 passen achter de PW.

 

 

6.   Overval op de hond van uit het rugtransport                                                       30 punten

a.      MB “Los”, “Voet”

b.      Uitvoering:

Op aanwijzing van de KM volgt tijdens het rugtransport, zonder dat halt gehouden wordt, een overval op de hond. Zonder tussenkomst van de HG moet de hond zich zonder aarzelen verdedigen door energiek en krachtig in te bijten. De hond mag uitsluitend in de bijtarm bijten. Op het ogenblik dat de hond inbijt blijft de HG ter plaatse stilstaan. Na het instellen van de PW moet de hond onmiddellijk lossen. De HG kan na verloop van een redelijke tijd zelfstandig een MB “Los” geven. Laat de hond na het eerste toegestane MB niet los, dan wacht de HG op aanwijzing van de KM om 2 bijkomende MB “Los” te geven. Indien de hond na deze 2 bijkomende MB niet loslaat, volgt diskwalificatie. Gedurende het geven van MB blijft de HG rustig op zijn plaats zonder de hond te beïnvloeden. Na het lossen moet de hond de PW dicht en opmerkzaam bewaken. Op aanwijzing van de KM gaat de HG in normale pas rechtstreeks naar zijn hond. Hij neemt de basispositie aan met het MB “Voet”. De PW wordt ontwapend. Er volgt een zijtransport van de PW naar de KM over een afstand van 20 passen. Een MB voor volg is toegestaan. De hond moet aan de rechterzijde van de PW lopen, zodanig dat de hond tussen de PW en de HG loopt. De hond mag tijdens dit zijtransport de PW niet belasten noch aanbijten. Voor de KM wordt halt gehouden, de HG geeft de softstok aan de KM en meldt dat het eerste deel van afd C beëindigd is.

c.       Beoordeling:

Inbreuken tegen de belangrijke beoordelingscriteria leiden tot puntenaftrek: snel en krachtig aanbijten, volle en rustige beet tot het lossen, na het lossen opmerkzaam en dicht bewaken van de PW. Is de hond tijdens de bewakingsfase licht onopmerkzaam of raakt hij de bijtmouw aan, dan wordt dit gesanctioneerd met het verlies van een kwalificatie. Bewaakt de hond zeer onopmerkzaam of belast hij de PW in grote mate, dan wordt dit gesanctioneerd met het verlies van twee kwalificaties.

Bewaakt de hond de PW niet maar blijft hij wel in diens nabijheid, dan wordt dit gesanctioneerd met het verlies van drie kwalificaties. Verlaat de hond de PW of geeft de HG een MB waardoor de hond bij de PW blijft, dan wordt afd C afgebroken.

 

 

 

7.   Aanval van de hond uit de beweging                                                                    20 punten

 

a.      MB “Zitten”, “Vast”, “Los”, basispositie aannemen, “Voet”

 

b.      Uitvoering:

Er wordt aan de HG met zijn hond een gemarkeerd punt aangewezen op de middenlijn van het terrein. De hond kan aan de halsband vastgehouden worden, maar mag niet aangemoedigd worden. Op aanwijzing van de KM treedt de met een softstok uitgeruste PW uit een schuilhokje en loopt naar de middenlijn. Zonder zijn looppas te onderbreken loopt hij in de richting van de HG en zijn hond en valt hem onder het slaken van dreigende geluiden en het uitvoeren van heftige dreigende gebaren frontaal aan. Zodra de PW de HG met zijn hond tot op 50 à 40 passen genaderd is, geeft de HG op aanwijzing van de KM zijn hond vrij. Na het MB “Vast” moet de hond door energiek en krachtig in te bijten de aanval afweren.

De HG mag in geen geval zijn plaats verlaten. Op aanwijzing van de KM blijft de PW stilstaan. De hond moet onmiddellijk loslaten. De HG mag binnen een redelijke tijd zelfstandig een MB geven om de hond te doen lossen.

Laat de hond na het eerste toegestane MB niet los, dan wacht de HG op aanwijzing van de KM om 2 bijkomende MB “Los” te geven. Indien de hond na deze 2 bijkomende MB niet loslaat, volgt diskwalificatie.

Gedurende het geven van MB blijft de HG rustig op zijn plaats zonder de hond in enige mate te beïnvloeden. Na het lossen moet de hond de PW dicht en opmerkzaam bewaken. Op aanwijzing van de KM gaat de HG in normale pas rechtstreeks naar zijn hond.  De PW wordt ontwapend door de sofstok af te nemen.

Er volgt een zijtransport van de PW naar de KM over een afstand ongeveer 20 passen. Een MB “Volg” is toegestaan. De hond moet aan de rechterzijde van de PW lopen, zodanig dat de hond tussen de PW en de HG loopt. De hond mag tijdens dit zijtransport de PW niet belasten noch aanbijten. Er wordt halt gehouden voor de KM, de HG geeft de softstok aan de KM en meldt dat afd C beëindigd is. Op teken van de KM verlaat de PW het terrein. Voor de KM de beoordeling bekend maakt moet de hond aangelijnd worden.

 

c.       Beoordeling

Inbreuken tegen de belangrijke beoordelingscriteria leiden tot puntenaftrek: snel en krachtig inbijten, volle en rustige beet tot het lossen, na het lossen opmerkzaam en dicht bewaken van de PW.

Is de hond tijdens de bewakingsfase licht onopmerkzaam of raakt hij de bijtmouw aan, dan wordt dit gesanctioneerd met het verlies van een kwalificatie. Bewaakt de hond zeer onopmerkzaam of belast hij de PW in grote mate, dan wordt dit gesanctioneerd met het verlies van twee kwalificaties.

Bewaakt de hond de PW niet, maar blijft hij wel in diens nabijheid, dan wordt dit gesanctioneerd met het verlies van drie kwalificaties. Verlaat de hond de PW of geeft de HG een MB waardoor de hond bij de PW blijft, dan wordt afd. C afgebroken.

 

 

 

G.H.P.-III

 

Onderverdeeld in:                     Afdeling A:                               100 punten

                                               Afdeling B:                                100 punten

                                               Afdeling C:                               100 punten

                                               Totaal:                                     300 punten

 

 

G.H.P.-III Afdeling A

 

Vreemd spoor, minstens 600 passen, 5 benen, 4 hoeken (ca 90°), 3 voorwerpen, tenminste 60 min oud. Uitwerkingstijd 20 min.

 

Uitwerken van het spoor:                       80 punten

Voorwerpen 7+7+6)                              20 punten

Totaal:                                              100 punten

 

 

Algemeenheden.

De KM of de WL bepalen aan de hand van het ter beschikking zijnde terrein het verloop van de sporen. De sporen dienen verschillend van vorm te zijn. De hoeken en de voorwerpen mogen op de verschillende sporen niet op dezelfde plaats gesitueerd of neergelegd worden. De aanzet van het spoor dient door een speurpaaltje aangeduid te worden. Dit speurpaaltje dient steeds links van het vertrekpunt van het spoor in de grond geplant te worden.

De volgorde van werken wordt steeds bepaald door het lot.

De SL dient voor het leggen van het spoor de voorwerpen te tonen aan de KM. De voorwerpen zijn 30 min voor aanvang in het bezit van de SL. De SL staat korte tijd stil op het beginpunt van het spoor en gaat vervolgens in normale pas in de aangewezen richting. Het eerste voorwerp wordt gelegd op het eerste been en dit na tenminste 100 passen na het vertrekpunt. Het tweede voorwerp wordt neergelegd op het tweede of het derde been. Het derde voorwerp wordt neergelegd aan het einde van het spoor. De voorwerpen moeten neergelegd worden zonder halt te houden. Na het leggen van het laatste voorwerp moet de SL nog meerdere passen in dezelfde richting verdergaan. De op een spoor gebruikte voorwerpen moeten van verschillende samenstelling zijn (leder, textiel, hout). De afmetingen van de voorwerpen zijn maximaal 10 cm lang, 2 à 3 cm breed en 0.5 tot 1 cm dik. Hun kleur mag niet wezenlijk verschillen van de bodem. Alle voorwerpen moeten voorzien zijn van een nummer dat gelijk is aan het nummer op het speurpaaltje. De hond en HG bevinden zich gedurende het leggen van het spoor uit het zicht.

De KM, WL en begeleidende personen mogen tijdens het werken van de hond niet vertoeven op die plaatsen waar de hond, volgens het reglement, het recht heeft om te zoeken.

 

 

Mondeling bevel: “Zoek”

Het MB “zoek” is toegelaten bij het begin van het spoor en bij het aanzetten na het eerste voorwerp.

 

Uitvoering:

De HG bereidt zijn hond voor op het speuren. De hond kan vrij zoeken of aan de leiband van 10 m. De 10 m lange leiband kan over de rug, zijdelings, tussen de voorpoten of/of tussen de achterpoten gedragen worden. De leiband kan ook aan de, niet op strop ingestelde, halsketting bevestigd worden. Bovendien is het toegestaan de volgende speurtuigen te dragen: speurharnas of butcher, zonder bijkomende riemen.

Na te zijn opgeroepen meldt de HG zich met zijn hond in basispositie bij de KM en geeft aan of zijn hond verwijst of apporteert. Gedurende de aanzet en tijdens het speuren is elke vorm van dwang verboden. Op teken van de KM dient de HG zijn hond langzaam en rustig naar het vertrekpunt te brengen en aan te zetten. De hond dient bij het begin van het spoor lucht te nemen.

De hond moet vervolgens met diepe neus en intensief in een gelijkmatig tempo het spoor volgen. De HG volgt zijn hond op 10 m afstand. Ook bij vrij zoeken moet deze afstand van 10 m gerespecteerd worden. De speurlijn mag, wanneer zij door de HG niet losgelaten wordt, doorhangen. De hond moet de hoeken zeker uitwerken. Na de hoeken moet de hond in gelijkmatig tempo verder werken. Zodra de hond een voorwerp gevonden heeft, moet hij het, zonder beïnvloeding door de HG, onmiddellijk opnemen of overtuigend verwijzen. Indien de hond het voorwerp opneemt, kan hij dit doen in staande of zittende houding of het apporteren naar de HG (de manier van apporteren moet niet steeds dezelfde zijn).

Verdergaan met het voorwerp of liggend opnemen is foutief. Het verwijzen kan liggend, staand of zittend gebeuren (mag ook wisselend). Nadat de hond het voorwerp verwezen heeft, laat de HG de lijn vallen en begeeft zich naar zijn hond. Door het omhoog steken van het voorwerp toont de HG dat het voorwerp gevonden werd. De HG neemt de lijn weer op, de hond wordt terug aangezet en zet het speuren verder. Na beëindigen van het spoor toont de HG aan de KM de gevonden voorwerpen.

 

Beoordeling.

Het tempo tijdens het zoeken is geen criterium bij de beoordeling, zolang het uitwerken van het spoor gelijkmatig, intensief en overtuigend gebeurt. Zich overtuigen zonder het spoor te verlaten is niet foutief.

Treuzelen, hoge neus, zwalpen, ronddraaien op de hoeken, voortdurend aanmoedigen, foutief opnemen of verwijzen van voorwerpen, zijn als foutief te beoordelen en leiden tot puntenaftrek. Indien de HG het spoor met meer dan één lijnlengte verlaat wordt het speuren afgebroken. Indien de hond het spoor verlaat en tegengehouden wordt door de HG, dan zal de HG door de KM opgedragen worden om de hond te volgen. Wordt dit bevel van de KM niet opgevolgd, dan wordt het speuren afgebroken. Is binnen de tijd van 15 minuten na de aanzet het einde van het spoor niet bereikt, wordt het speuren afgebroken. De arbeid tot op het ogenblik van afbreken wordt dan beoordeeld. Opnemen én verwijzen van de voorwerpen is foutief. Voor niet verwezen of opgenomen voorwerpen worden geen punten toegekend.

De verdeling van de punten voor het speurwerk op de verschillende benen moet gebeuren op basis van de lengte en moeilijkheidsgraad. Het beoordelen van het speurwerk op de verschillende benen gebeurt door kwalificaties en punten. Zoekt de hond niet of blijft hij lang verwijlen op eenzelfde plek zonder te zoeken, dan kan het speuren worden afgebroken, zelfs indien de hond zich nog op het spoor bevindt. 

 

G.H.P.-III Afdeling B

 

Oefening 1:       Vrij volgen:                               10 punten

Oefening 2:       Zit uit beweging:                       10 punten

Oefening 3:       Afleggen met voor roepen:         10 punten

Oefening 4:       Staan blijven in looppas:            10 punten

Oefening 5:       Apporteren over de grond          10 punten

Oefening 6:       Brengen over de haag:              15 punten

Oefening 6:       Brengen over de schuine wand:  15 punten

Oefening 7:       Vooruit zenden met afliggen:      10 punten

Oefening 8:       Afliggen met afleiding:               10 punten

Totaal:                                                         100 punten

 

Algemeenheden:

De KM geeft het signaal voor de aanvang van een oefening. Alle verdere delen zoals keerwendingen, hoeken, verandering van pas, enz…. worden zonder aanwijzingen uitgevoerd.

De MB worden gegeven op normale toon en bestaan uit één enkel woord. Zij kunnen in elke taal gegeven worden maar moeten gedurende de oefeningen steeds dezelfde zijn.

Voert een hond na een derde MB een oefening of een deel van een oefening niet uit, dan wordt de oefening zonder beoordeling afgebroken. Bij het oproepen van de hond kan het MB “hier” vervangen worden door de naam van de hond. Indien beide gebruikt worden, geldt dit als een bijkomend MB.

In de basispositie zit de hond kort en recht naast het linkerbeen van de HG, zodanig dat zijn schouder ter hoogte van de knie van de HG is. Elke oefening begint en eindigt met deze basispositie.

Het aannemen van de basispositie is voor een oefening slechts éénmaal toegestaan. Een kort loven is na iedere oefening en uitsluitend in basispositie toegelaten. Daarna kan de HG een nieuwe basispositie aannemen. Tussen het loven van de hond en het begin van een nieuwe oefening moeten minstens drie seconden verstrijken.

Uit de basispositie volgt de zogenaamde ontwikkeling van de oefening. De HG dient minstens 10 en hoogstens 15 passen te gaan alvorens het MB te geven. Tussen de delen van de oefening, zoals oproepen en voorzitten, het aan de voet komen en vervolgens het beëindigen van de oefening, moeten duidelijke pauzes gelegen zijn (ca 3 sec). Bij het ophalen van zijn hond kan de HG zijn hond langs voren naderen of achterom komen. Tussen de oefeningen moet de hond op correcte wijze vrij volgen. Ook bij het ophalen van de apporteerblokken moet de hond meegevoerd worden. Aanzetten tot spelen is niet toegelaten.

De keerwending is door de HG naar links uit te voeren. De hond kan bij de keerwending achter de HG naar rechts doordraaien of bij het naar links draaien terugtreden. De uitvoering moet tijdens gans de proef echter steeds dezelfde zijn. Na een oefening “zit-voor” kan de hond aan de voet komen door rechts rond geleider te draaien of door rechtstreeks links naast de H.B. de gaan zitten.

Het vaste springtoestel heeft een hoogte van 100 cm en een breedte van 150 cm. De schuine wand bestaat uit twee bovenaan met elkaar verbonden delen van 150 cm breed en 191 cm hoog. Op de bodem staan deze beide delen zover uit elkaar dat de verticale hoogte van de wand 180 cm bedraagt. Het gehele vlak van de schuine wand moet voorzien zijn van een antislipbekleding. In de bovenste helft van de wand zijn aan beide zijden 3 laten aan te brengen (24/48 mm). Alle honden dienen dezelfde hindernis te gebruiken.

Bij het apporteren zijn enkel apporteerblokken toegelaten (2000 gram voor het apport over de grond en 650 gram voor het apport over de schutting en over de schuine wand). Deze blokken dienen door de organisator ter beschikking te worden gesteld en zijn verplicht te gebruiken. Voor het apporteren mogen de blokken de hond niet vooraf in de bek gegeven worden.

Verlaat de hond zijn HG en komt na 3 MB niet terug, dan wordt de combinatie HG/hond gediskwalificeerd. Indien de HG een oefening vergeet, zal de KM hem hierop wijzen en de oefening laten uitvoeren zonder puntenaftrek.

 

 

 

1. Vrij volgen                                                                                                                  10 punten

Een MB voor het volgen: “Volg”

Het MB is toegestaan bij het vertrek en bij elke verandering van pas.

 

Uitvoering.

De HG gaat met zijn hond naar de KM en stelt zich voor. De hond moet aan de voet zitten. Vanuit basispositie moet de hond op MB “volg” van de HG opmerkzaam, vreugdig en correct volgen, met het schouderblad ter hoogte van de linkerknie van de HG. Bij het halt houden moet hij zonder bevel van de HG snel en correct zitten. Bij het begin van de oefening gaat de HG met zijn hond in rechte lijn 50 passen, maakt een keerwending en na 10 à 15 passen uitgevoerd in gewone pas, moet de HG de volgoefening achtereenvolgens eerst in looppas en dan in langzame pas uitvoeren (telkens tenminste 10 passen). De overgang van looppas naar langzame pas gebeurt onmiddellijk zonder overgang in gewone pas. De uitvoering van de verschillende passen moet duidelijk te onderscheiden zijn. In normale pas zijn vervolgens, tenminste een rechtse hoek, een linkse hoek en een keerwending uit te voeren. In normale pas wordt minstens één halt uitgevoerd. Tijdens het eerste rechte stuk vrij volgen worden twee schoten afgevuurd (kaliber 6 mm) met een tussentijd van 5 seconden. De schoten worden gelost op tenminste 15 passen afstand van de hond. De hond moet zich onverschillig tonen. Aan het einde van de oefening gaat de HG op aanwijzing van de KM door een bewegende groep van tenminste vier personen. De HG dient met zijn hond tenminste rond één persoon linksom en een andere persoon rechtsom te gaan en tenminste éénmaal halt te houden in de groep. Het is de KM toegestaan om deze oefening te laten herhalen. De HG met zijn hond verlaat de groep en neemt de basispositie in.

 

Beoordeling.

Hinderen, voordringen, zijwaarts afwijken, achterblijven, mondelinge bijbevelen, lichaamshulp, onopmerkzaamheid van de hond, te veel druk, hebben puntenaftrek tot gevolg.

  

 

2.  Zit uit de beweging.                                                                                       10 punten

MB voor: “Volg” en “Zit”.

 

Uitvoering:

Vanuit de basispositie gaat de HG met zijn vrij volgende hond in normale pas in rechte lijn. Na 10 à 15 passen moet de hond op het MB “zit” onmiddellijk, snel en in de wandelrichting gaan zitten, zonder dat de HG zijn pas wijzigt, onderbreekt of omkijkt. Na nogmaals 30 passen blijft de HG staan en draait zich onmiddellijk naar zijn rustig zittende hond. Op aanwijzing van de KM gaat de HG  naar zijn hond en stelt zich aan zijn rechterzijde op.

 

a.       Beoordeling.

Fouten in de ontwikkeling (gedeelte vrij volgen), langzaam zitten, onrustig, onopmerkzaam zitten, leiden tot puntenaftrek. Als de hond gaat liggen of blijft rechtstaan zijn hiervoor 5 punten af te trekken.

 

3.  Afleggen met oproepen.

a.      MB voor: “Volg”, “Af” of “Liggen”, “Hier”, “Voet”.

 

b.      Uitvoering:

Vanuit de basispositie gaat de HG met zijn vrij volgende hond, in normale pas, in rechte lijn.  Na 10 à 15 passen gaat de HG over in looppas. Na 10 à 15 passen looppas moet de hond op het MB  “Af” of “ Liggen” onmiddellijk, snel en in de wandelrichting gaan liggen, zonder dat de HG zijn pas wijzigt, onderbreekt of omkijkt. Na nogmaals 30 passen blijft de HG staan en draait zich onmiddellijk naar zijn rustig liggende hond. Op aanwijzing van de KM geeft de HG het MB “Hier” of naam van de hond. De hond moet snel, vreugdig en correct komen en recht midden voor de HG gaan zitten. Op het MB “Voet” dient de hond zich snel en correct naast het linker been van de HG neer te zetten.

 

c.       Beoordeling:

Fouten in de ontwikkeling (gedeelte vrij volgen), spreidstand van de HG, langzaam gaan liggen, langzaam terugkomen bij oproepen, langzamer worden bij het voorkomen, houding corrigeren van de HG, foutief voorzitten of foutief aan de voet komen, leiden tot puntenaftrek. Als de hond na het MB gaat zitten of recht blijft staan, zijn hiervoor 5 punten af te trekken.

 

4. Staan blijven uit loop pas                                                                                         10 punten

a.      MB “Volg”, “Sta”, “Zit”

 

b.      Uitvoering.

Vanuit de basispositie gaat de HG met zijn vrij volgende hond in looppas in rechte lijn. Na 10 à 15 passen moet de hond op het MB “Sta” onmiddellijk en in de wandelrichting blijven staan, zonder dat de HG zijn pas wijzigt, onderbreekt of omkijkt. Na nogmaals 30 passen blijft de HG staan en draait zich onmiddellijk om naar zijn rustig staande hond. Op aanwijzing van de KM geeft de HG het MB “Hier” of de naam van de hond. De hond moet snel, vreugdig en correct komen en dicht recht midden voor de HG gaan zitten. Op het MB “Voet” moet de hond snel en correct naast het linkerbeen van de HG gaan zitten.

 

c.       Beoordeling.

Fouten in de ontwikkeling, omkijken bij het MB, onrustig blijven staan, nakomen, onrustig worden bij het ophalen door de HG, langzaam gaan zitten bij het afsluiten, leiden tot puntenaftrek. Zit de hond of gaat hij liggen, worden hiervoor 5 punten afgetrokken.

 

 

5. Apporteren over de grond                                                                                      10 punten

a.      MB “Breng”, “Los”, “Voet”.

b.      Uitvoering:

Vanuit de basispositie werpt de HG een apporteerblok (gewicht 2000 gram) ongeveer 10 passen ver. Het MB “Breng” mag pas gegeven worden op het ogenblik dat het apporteerblok stel ligt. De rustig naast de HG zittende hond moet op het MB “Breng” snel en correct naar het voorwerp toelopen, het onmiddellijk opnemen en snel en correct brengen. De hond moet snel, dicht en recht voor zijn HG gaan zitten en het apporteerblok rustig in de bek houden (ca 3 sec) tot de HG met het MB “Los” hem het apporteerblok afneemt. Het apporteerblok moet na het afnemen met naar onder uitgestrekte arm naast de rechterzijde van het lichaam worden gehouden. Op het MB “Voet” dient de hond zich snel en correct naast de linkerzijde van de HG neer te zetten. De HG mag gedurende het gehele verloop van deze oefeningen zijn basispositie niet verlaten.

 

c.       Beoordeling:

Fouten in de basispositie, spreidstand door de HG, langzaam naar het voorwerp toelopen, fouten bij het opnemen, langzaam terugkomen, laten vallen van het voorwerp, spelen of knabbelen met en op het voorwerp, fouten bij het voorzitten en aan de voet komen, leiden tot puntenaftrek. Wanneer de HG zijn basispositie verlaat is de oefening met onvoldoende te beoordelen. Brengt de hond het apporteerblok niet, dan worden 0 punten toegekend.

 

 

6.  Apporteren over de hindernis van 100 cm                                                             15 punten

a.      MB  “Hoog”, “Breng”, “Los”, “Voet”

 

b.      Uitvoering:

De HG neemt met zijn hond op tenminste 5 passen van het springtoestel de basispositie aan. Vanuit de basispositie werpt de HG het apporteerblok (gewicht 650 gram) over de 100 cm hoge hindernis. Het MB “Hoog” zal pas dan gegeven worden op het ogenblik dat het apporteerblok volledig stil ligt. De rustig, vrij aan de voet zittende hond moet op het MB “Hoog” en “Beng” (het MB “Breng” moet tijdens de sprong gegeven worden) over de hindernis springen, snel en correct naar het apporteerblok toelopen, het onmiddellijk opnemen en vervolgens onmiddellijk de terugsprong uitvoeren. De hond moet zich snel, dicht en recht voor zijn HG zetten en het apporteerblok rustig in de bek houden (ca 3 sec) tot de HG met het MB “Los” het apporteerblok afneemt. Het apporteerblok moet na het afnemen met naar onder uitgestrekte arm naast de rechterzijde van het lichaam worden gehouden. Op het MB “Voet” dient de hond zich snel en correct naast de linkerzijde van de HG neer te zetten. De HG mag gedurende het gehele verloop van deze oefening zijn basispositie niet verlaten.

 

c.       Beoordeling.

Fouten in de basispositie, spreidstand door de HG, langzaam springen en naar het blok toelopen, fouten bij het opnemen, langzaam terugspringen, laten vallen, spelen of knabbelen, fouten bij voorzitten en aan de voet komen leiden tot puntenaftrek. Voor het raken van de hindernis worden per sprong voor het raken 1 punt en voor het zich afzetten 2 punten afgetrokken.

Verdeling der punten:

Heensprong

Brengen

Terugsprong

5 punten

5 punten

5 punten

Een gedeelte van de punten wordt toegekend bij de volgende situaties (2 onderdelen uitgevoerd):

Springen en brengen zonder fouten:                                                                  15 punten

Heen- of terugsprong niet uitgevoerd, apport foutloos gebracht:               10 punten

Heen- en terugsprong foutloos, apport niet gebracht:                                          10 punten

Ligt het apporteerblok te ver uit de richting of voor de hond slecht zichtbaar, dan kan de HG vragen aan de KM om het opnieuw te mogen werpen. Dit kan op aanwijzing van de KM. Bij het ophalen van het apporteerblok moet de hond rustig blijven zitten. Dit alles zonder puntenaftrek. Indien de HG hulp geeft aan de hond, evenwel zonder wijziging in de basispositie, volgt puntenaftrek. Indien de HG zijn basispositie heeft verlaten, dan wordt de oefening met onvoldoende gewaardeerd.

 

 

7.  Apporteren over een schuine wand (180 cm hoog)                                              15 punten

 

a.      MB “Hoog”, “Breng”, “Los”, “Voet”

 

b.      Uitvoering:

De HG neemt met zijn hond op tenminste 5 passen van de schuine wand de basispositie aan. Vanuit de basispositie werpt de HG het apporteerblok (gewicht 650 gram) over de 180 cm hoge hindernis. De rustig aan de voet zittende hond moet op het MB “Hoog” en “Breng” (het MB “Breng” moet tijdens het klauteren gegeven worden) over de hindernis heen klauteren, snel en correct naar het apporteerblok toelopen, het onmiddellijk opnemen en vervolgens onmiddellijk de terugsprong uitvoeren. De hond moet zich snel dicht en recht voor zijn HG zetten en het apporteerblok rustig in de bek houden (ca 3 sec) tot de HG met het MB “Los” het apporteerblok afneemt. Het apporteerblok moet na het afnemen met naar onder uitgestrekte arm naast de rechterzijde van het lichaam worden gehouden. Op het MB “Voet” dient de hond zich snel en correct naast de linkerzijde van de HG neer te zetten. De HG mag gedurende het gehele verloop van deze oefening zijn basispositie niet verlaten.

 

c.       Beoordeling.

Fouten in de basispositie, spreidstand door de HG, langzaal springen en naar het blok toelopen, fouten bij het opnemen, langzaam terugspringen, laten vallen, spelen of knabbelen, fouten bij voorzitten en aan de voet komen, leiden tot puntenaftrek.

Verdeling der punten:

Heensprong

Brengen

Terugsprong

5 punten

5 punten

5 punten

Een gedeelte van de punten wordt toegekend bij de volgende situaties (2 onderdelen uitgevoerd):

Klauteren en brengen zonder fouten:                                                                 15 punten

Heen of terug klauteren niet uitgevoerd, apport foutloos gebracht:                       10 punten

Heen en terug klauteren foutloos, apport niet gebracht:                                      10 punten

Ligt het apporteerblok te ver uit de richting af voor de hond slecht zichtbaar, dan kan de HG vragen aan de KM om het opnieuw te mogen werpen. Dit kan op aanwijzing van de KM. Bij het ophalen van het apporteerblok moet de hond rustig blijven zitten. Dit alles zonder puntenaftrek.

Indien de HG hulp geeft aan de hond, evenwel zonder wijziging in de basisposities, volgt puntenaftrek. Indien de HG zijn basispositie heeft verlaten, dan wordt de oefening met onvoldoende gewaardeerd.

 

8. Vooruitzenden met afliggen.                                                                                    10 punten

a.      MB “Vooruit”, “Af” of “Liggen”, “Zit”.

b.      Uitvoering:

Vanuit de basispositie gaat de HG met zijn vrij volgende hond in rechte lijn in de hem aangewezen richting. Na 10 à 15 passen geeft de HG één enkel MB “Vooruit”, heft gelijktijdig de arm en blijft staan. Hierop moet de hond snel en in rechte lijn tenminste 30 passen in de aangewezen richting lopen. Op aanwijzing van de KM geeft de HG het bevel “Af” of “Lig”, waarop de hond onmiddellijk moet gaan liggen. De HG houdt de arm geheven tot de hond neerligt.

Op aanwijzing van de KM begeeft de HG zich naar zijn hond en plaatst zich rechts naast hem. Na ca 3 sec moet de hond, op aanwijzing van de KM en op MB van de HG snel en correct gaan zitten.

 

c.       Beoordeling:

Fouten in de ontwikkeling (vrij volgen), meelopen door de HG, te langzaam vooruitlopen, sterke zijwaartse afwijking, te korte afstand afgelegd, treuzelend of vroegtijdig neerleggen van de hond, onrustig liggen, te vroeg rechtstaan bij het ophalen, leiden tot puntenaftrek.

 

 

9.  Afliggen onder afleiding                                                                                          10 punten

a.      MB “Af” of “Liggen”, “Zit”

 

b.      Uitvoering:

Bij aanvang van de afdeling B van een andere hond legt de HG zijn hond met het MB “Af” of “Lig” op een door de KM aangewezen plaats af. De hond blijft achter zonder lijn of enig ander voorwerp.

De HG verwijdert zich zonder omkijken tenminste 30 passen van de hond en blijft staan, in het zicht van de hond, met de rug naar hem toe. De hond moet zonder beïnvloeding door de HG rustig blijven liggen terwijl de andere hond de oefeningen 1 tot en met oefening 7 afwerkt. Op aanwijzing van de KM gaat de HG naar zijn hond en plaatst zich aan zijn rechterzijde. Na ca 3 sec, op aanwijzing van de KM en een MB van de HG moet de hond snel en correct gaan zitten.

 

c.       Beoordeling:

Onrustig gedrag van de HG net als elke andere vorm van verborgen hulp, onrustig liggen van de hond, het te vroeg opstaan van de hond bij het ophalen leiden tot puntenaftrek. Gaat de hond gedurende de oefening staan of zitten, dan volgt er een gedeeltelijk toekennen van de punten. Verwijdert de hond zich meer dan drie meter van zijn plaats alvorens de andere hond de oefening 4 volledig heeft afgewerkt, dan worden 0 punten toegekend. Verlaat de hond de plaats na beëindiging van oefening 4, dan volgt een gedeeltelijke toekenning van punten. Komt de hond de HG tegemoet bij het ophalen, dan zijn er tot 3 punten af te trekken. 

 

 

G.H.P.-III Afdeling C

 

Oefening 1:                   Revieren:                                                         10 punten

Oefening 2:                   Aanblaffen en bewaken:                        10 punten

Oefening 3:                   Vluchtverhindering van de pakwerker:                10 punten

Oefening 4:                   Verdediging van de hond in de bewakingsfase:    20 punten

Oefening 5:                   Rugtransport:                                                     5 punten

Oefening 6:                   Overval op de hond van uit rugtransport: 15 punten

Oefening 7:                   Aanval van de hond vanuit de beweging: 10 punten

Oefening 8:                   Verdediging van de hond in de bewakingsfase:    20 punten

Totaal:                                                                                            100 punten

 

 

Algemene Bepalingen:

Op een geschikt terrein zijn op de langste zijden 6 schuilhokjes geplaatst, 3 aan iedere zijde. De voor de HG, KM en PW nodige markeringen moeten goed zichtbaar zijn.

De PW moet uitgerust zijn met een volledige pakwerkerskledij, bijtarm en soft stok. De bijtarm moet overtrokken zijn in natuurkleurige jute. Wanneer dit voor de PW noodzakelijk is om de hond in het gezichtsveld te houden, moet hij niet onbeweeglijk stilstaan. Hij mag echter geen driegende houding aannemen en geen afweerbewegingen maken. Hij beschermt zijn lichaam met de bijtarm. Het MB voor lossen is bij elke verdedigingsoefening slecht éénmaal toegestaan. De manier waarop de HG de PW ontwapent door de stok of te nemen, wordt aan de HG over gelaten.

Bij wedstrijden in klas I en II volstaat het dat met één PW gewerkt wordt. Voor klas III zijn steeds twee PW verplicht. (Nationaal) Voor alle honden dienen dezelfde PW te werken. Met alle honden moet op de zelfde manier gewerkt worden.

 

Beoordeling voor het lossen:

Slecht lossen

Eerste BB met onmiddellijk lossen

Eerste BB met slecht lossen

Tweede bbh

Verdere inwerkingen

0.5 – 3

-3

3.5 – 6.0

6.5 – 9

Diskwalificatie

 

Verlaat de hond de HG of het terrein en komt na 3 MB niet terug, dan wordt de HG/Hond gediskwalificeerd. Er volgt geen beoordeling en er worden geen punten toegekend.

Honden die niet in de hand van de HG liggen, die slechts na inwerking van de HG lossen en/of die op een andere plaats dan de bijtarm bijten, moeten gediskwalificeerd worden. Er volgt geen DZB-beoordeling.

Honden die bij verdedigingsoefeningen versagen of zich laten verjagen kunnen in geen geval slagen. In deze gevallen wordt de uitvoering van afdeling C afgebroken en er volgt geen beoordeling van het pakwerk. Er volgt wel een DZB-beoordeling (Drift, Zelfverzekerdheid, Belastbaarheid).

 

 

1. Revieren                                                                                                                   10 punten

MB “Revier”, “Hier” (het MB “Hier” kan met de naam van de hond verbonden zijn)

 

Uitvoering:

De PW bevindt zich voor de hond niet zichtbaar in het laatste schuilhokje. De HG neemt met zijn vrij volgende hond ter hoogte van het eerste schuilhokje plaats, zodanig dat zes zijslagen mogelijk zijn. Op aanwijzing van de KM begint de afd. C. Op een kort MB “revier” en een gebaar met de rechter- of de linkerarm, dat mag herhaald worden, moet de hond zich snel van de HG verwijderen en snel doelmatig naar en rond het aangewezen schuilhokje lopen. Als de hond rond het schuilhokje heeft gelopen, roept de HG met een MB “Hier” (eventueel gecombineerd met de naam van de hond) de hond in zijn richting en stuurt hem met een nieuw MB “Revier” uit beweging naar het volgende schuilhok. De HG beweegt zich in normale pas over de denkbeeldige middenlijn van het terrein, die hij tijdens het revieren niet mag verlaten. De hond moet zich steeds voor de HG bevinden. Wanneer de hond het schuilhokje met de PW heeft bereikt, moet de HG blijven stilstaan. MB  en gebaren zijn op dat ogenblik niet meer toegelaten.

 

Beoordeling

Treuzelend en niet vlot uitvoeren, ondoelmatig revieren, leiden tot puntenverlies.

 

2. Aanblaffen en bewaken                                                                                                10 punten

 

MB “Voet”, “Zit”

 

Uitvoering:

De hond moet de PW aandachtig bewaken en moet aanhoudend aanblaffen. De hond mag de PW niet aanraken of bijten. Na een aanblafperiode van ongeveer 20 seconden begeeft de HG zich op aanwijzing van de KM tot op 5 passen van het schuilhokje. Op aanwijzing van de KM roept de HG zijn hond in basispositie.

 

Beoordeling:

Fouten in het aanhoudend aanblaffen en intensief bewaken vóór het MB, reactie op de KM of de aankomende HG leiden tot puntenaftrek. Voor aanhoudend blaffen worden 5 punten toegekend. Indien de hond niet aanhoudend blaft, worden 2 punten afgetrokken. Indien een hond niet blaft gedurende de bewaking, worden 5 punten afgetrokken. Bij licht aanraken van de PW worden tot 2 punten en bij inbijten tot 9 punten afgetrokken. Verlaat de hond de PW voordat de KM de aanwijzing aan de HG gegeven heeft om de middenlijn te verlaten, kan de hond opnieuw naar de PW gestuurd worden. Blijft de hond hierna bij de PW dan kan afd C worden voortgezet. Aanblaffen en bewaken worden dan wel met onvoldoende beoordeeld. Laat de hond zich niet meer naar het verstek toe sturen of verlaat hij de PW opnieuw, dan is de afd C af te breken. Komt de hond de HG bij het naderen van het verstek tegemoet of komt de hond voor het MB zelfstandig naar de HG, dan volgt een beoordeling met onvoldoende.

 

3. Vluchtverhindering van de PW                                                                                    10 punten

MB “Af”, “Liggen”, “Los”

 

Uitvoering:

Op aanwijzing van de KM beveelt de HG de PW om uit het schuilhokje te komen. De PW begeeft zich in normale pas naar een gemarkeerd punt.

Op aanwijzing van de KM begeeft de HG zich met vrij volgende hond naar een gemarkeerd punt voor de vluchtpoging. De HG laat zijn in bewaking liggende hond achter en begeeft zich zodanig terug naar het schuilhokje dat hij de hond, de PW en de KM in zicht houdt. De afstand tussen de hond en de PW bedraagt 5 passen. Op aanwijzing van de KM onderneemt de PW een vluchtpoging. De hond moet zonder aarzelen en zelfstandig de vluchtpoging verhinderen door krachtig en energiek in te bijten. Op aanwijzing van de KM staat de PW stil. Na het instellen van de PW moet de hond onmiddellijk lossen. De HG kan binnen een redelijke tijd, zelfstandig, een MB geven. Lost de hond niet op het eerste geoorloofde MB, dan kan hij op aanwijzing van de KM twee extra MB geven. Laat de hond na het eerste en de twee bijkomende bevelen niet los, dan volgt de diskwalificatie. Tijdens het geven van het MB “Los”, moet de HG rustig op zijn plaats blijven zonder de hond te beïnvloeden. Na het lossen moet de hond de PW dicht en opmerkzaam bewaken.

 

Beoordeling:

Inbreuken tegen de belangrijke beoordelingscriteria leiden tot puntenaftrek. Deze zijn: snel en energiek reageren op de vluchtpoging, wat tot het lossen gevolgd wordt door een krachtige volle en rustige beet, het opmerkzaam dicht bewaken van de PW. Blijft de hond liggen of heeft de hond de vlucht niet binnen 20 passen verijdeld door in te bijten, dan wordt afd. C afgebroken.

Is de hond tijdens de bewakingsfase licht onopmerkzaam of raakt hij de bijtmouw aan, dan wordt dit gesanctioneerd met het verlies van een kwalificatie. Bewaakt de hond zeer onopmerkzaam of belast hij de PW in grote mate, dan wordt gesanctioneerd met het verlies van twee kwalificaties.

Bewaakt de hond de PW niet, maar blijft hij wel in diens nabijheid, dan wordt dit gesanctioneerd met het verlies van drie kwalificaties. Verlaat de hond de PW of geeft de HG een MB waardoor de hond bij de PW blijft, dan wordt afd. C afgebroken.

 

 

4. Verdediging van de hond bij de overval in de bewakingsfase                                20 punten

MB “Los”, “Voet”

 

Uitvoering:

Na een bewakingsfase van ca 5 sec onderneemt de PW op aanwijzing van de KM een overval op de hond. De hond moet zich verdedigen door krachtig en energiek in te bijten. Hij mag enkel in de bijtarm bijten. Heeft de hond ingebeten, bekomt hij 2 stokslagen. Er zijn enkel stokslagen toegestaan op de schoft en de rug. Op aanwijzing van de KM staat de PW stil. Na het instellen moet de hond onmiddellijk lossen. De HG kan een MB voor het lossen, binnen een redelijke tijd, zelfstandig geven. Laat de hond na het eerste toegestane MB niet los, dan wacht de HG op aanwijzing van de KM om 2 bijkomende “Los” te geven. Indien de hond na deze 2 bijkomende MB niet loslaat, volgt diskwalificatie. Gedurende het geven van MB blijft de HG rustig op zijn plaats zonder de hond in enige mate te beïnvloeden. Na het lossen moet de hond de PW dicht en opmerkzaam bewaken. Op aanwijzing van de KM gaat de HG in normale pas rechtstreeks naar zijn hond. Hij neemt de basispositie aan met het MB “Voet”. De PW wordt niet ontwapend.

 

Beoordeling:

Inbreuken tegen de belangrijke beoordelingscriteria leiden tot puntenaftrek: snel en krachtig inbijten, volle en rustige beet tot het lossen, na het lossen opmerkzaam en dicht bewaken van de PW. Is de hond tijdens de bewakingsfase licht onopmerkzaam of raakt hij de bijtmouw aan, dan wordt dit gesanctioneerd met het verlies van een kwalificatie. Bewaakt de hond zeer onopmerkzaam of belast hij de PW in grote mate, dan wordt dit gesanctioneerd met het verlies van twee kwalificaties.

Bewaakt de hond de PW niet, maar blijft hij wel in diens nabijheid, dan wordt dit gesanctioneerd met het verlies van drie kwalificaties. Verlaat de hond de PW of geeft de HG een MB waardoor de hond bij de PW blijft, dan wordt afd. C afgebroken.

 

 

 

 

5.   Rugtransport                                                                                                           5 punten

a.      MB “Volg”

b.      Uitvoering:

Aansluitend op oefening 4 volgt er een rugtransport van de PW over een afstand ongeveer 30 passen. De KM beslist over het verloop van het transport. De HG beveelt de PW om voorwaarts te gaan en volgt hem met zijn vrij volgende hond op een afstand van 5 passen. De aandacht van de hond moet gericht zijn op de PW. De afstand van 5 passen moet gedurende het gehele transport gerespecteerd worden.

 

c.       Beoordeling

Inbreuken tegen de belangrijke beoordelingscriteria leiden tot puntenaftrek: de aandacht van de hond moet gericht zijn op de PW, perfect volgen, aanhouden van de afstand van 5 passen achter de PW.

 

 

6.   Overval op de hond van uit het rugtransport                                                       15 punten

a.      MB “Los”, “Voet”

b.      Uitvoering:

Op aanwijzing van de KM volgt tijdens het rugtransport, zonder dat halt gehouden wordt, een overval op de hond. Zonder tussenkomst van de HG moet de hond zich zonder aarzelen verdedigen door energiek en krachtig in te bijten. De hond mag uitsluitend in de bijtarm bijten. Op het ogenblik dat de hond inbijt blijft de HG ter plaatse stilstaan. Na het instellen van de PW moet de hond onmiddellijk lossen. De HG kan na verloop van een redelijke tijd zelfstandig een MB “Los” geven. Laat de hond na het eerste toegestane MB niet los, dan wacht de HG op aanwijzing van de KM om 2 bijkomende MB “Los” te geven. Indien de hond na deze 2 bijkomende MB niet loslaat, volgt diskwalificatie. Gedurende het geven van MB blijft de HG rustig op zijn plaats zonder de hond te beïnvloeden. Na het lossen moet de hond de PW dicht en opmerkzaam bewaken. Op aanwijzing van de KM gaat de HG in normale pas rechtstreeks naar zijn hond. Hij neemt de basispositie aan met het MB “Voet”. De PW wordt ontwapend. Er volgt een zijtransport van de PW naar de KM over een afstand van 20 passen. Een MB voor volg is toegestaan. De hond moet aan de rechterzijde van de PW lopen, zodanig dat de hond tussen de PW en de HG loopt. De hond mag tijdens dit zijtransport de PW niet belasten noch aanbijten. Voor de KM wordt halt gehouden, de HG geeft de softstok aan de KM en meldt dat het eerste deel van afd C beëindigd is.

c.       Beoordeling:

Inbreuken tegen de belangrijke beoordelingscriteria leiden tot puntenaftrek: snel en krachtig aanbijten, volle en rustige beet tot het lossen, na het lossen opmerkzaam en dicht bewaken van de PW. Is de hond tijdens de bewakingsfase licht onopmerkzaam of raakt hij de bijtmouw aan, dan wordt dit gesanctioneerd met het verlies van een kwalificatie. Bewaakt de hond zeer onopmerkzaam of belast hij de PW in grote mate, dan wordt dit gesanctioneerd met het verlies van twee kwalificaties.

Bewaakt de hond de PW niet maar blijft hij wel in diens nabijheid, dan wordt dit gesanctioneerd met het verlies van drie kwalificaties. Verlaat de hond de PW of geeft de HG een MB waardoor de hond bij de PW blijft, dan wordt afd C afgebroken.

 

 

 

7.   Aanval van de hond uit de beweging                                                                    10 punten

 

a.      MB “Zitten”, “Vast”, “Los”, basispositie aannemen, “Voet”

 

b.      Uitvoering:

Er wordt aan de HG met zijn hond een gemarkeerd punt aangewezen op de middenlijn van het terrein. De hond kan aan de halsband vastgehouden worden, maar mag niet aangemoedigd worden. Op aanwijzing van de KM treedt de met een softstok uitgeruste PW uit een schuilhokje en loopt naar de middenlijn. Zonder zijn looppas te onderbreken loopt hij in de richting van de HG en zijn hond en valt hem onder het slaken van dreigende geluiden en het uitvoeren van heftige dreigende gebaren frontaal aan. Zodra de PW de HG met zijn hond tot op 60 passen genaderd is, geeft de HG op aanwijzing van de KM zijn hond vrij. Na het MB “Vast” moet de hond door energiek en krachtig in te bijten de aanval afweren.

De HG mag in geen geval zijn plaats verlaten. Op aanwijzing van de KM blijft de PW stilstaan. De hond moet onmiddellijk loslaten. De HG mag binnen een redelijke tijd zelfstandig een MB geven om de hond te doen lossen.

Laat de hond na het eerste toegestane MB niet los, dan wacht de HG op aanwijzing van de KM om 2 bijkomende MB “Los” te geven. Indien de hond na deze 2 bijkomende MB niet loslaat, volgt diskwalificatie.

Gedurende het geven van MB blijft de HG rustig op zijn plaats zonder de hond in enige mate te beïnvloeden. Na het lossen moet de hond de PW dicht en opmerkzaam bewaken.

 

c.       Beoordeling

Inbreuken tegen de belangrijke beoordelingscriteria leiden tot puntenaftrek: snel en krachtig inbijten, volle en rustige beet tot het lossen, na het lossen opmerkzaam en dicht bewaken van de PW.

Is de hond tijdens de bewakingsfase licht onopmerkzaam of raakt hij de bijtmouw aan, dan wordt dit gesanctioneerd met het verlies van een kwalificatie. Bewaakt de hond zeer onopmerkzaam of belast hij de PW in grote mate, dan wordt dit gesanctioneerd met het verlies van twee kwalificaties.

Bewaakt de hond de PW niet, maar blijft hij wel in diens nabijheid, dan wordt dit gesanctioneerd met het verlies van drie kwalificaties. Verlaat de hond de PW of geeft de HG een MB waardoor de hond bij de PW blijft, dan wordt afd. C afgebroken.

 

 

Verdediging van de hond bij de overval in de bewakingsfase                        20 punten

MB “Los” en “Voet”

 

Uitvoering:

Na een bewakingsfase van ca 5 sec onderneemt de PW op aanwijzing van de KM een overval op de hond. De hond moet zich verdedigen door krachtig en energiek in te bijten. Hij mag enkel in de bijtarm bijten. Heeft de hond ingebeten bekomt hij 2 stokslagen. Er zijn enkel stokslagen toegestaan op de schoft en de rug. Op aanwijzing van de KM staat de PW stil. Na het instellen moet de hond onmiddellijk lossen. De HG kan een MB voor het lossen, binnen een redelijke tijd, zelfstandig geven. Laat de hond na het eerste toegestane MB niet los, dan wacht de HG op aanwijzing van de KM om 2 bijkomende “Los” te geven. Indien de hond na deze 2 bijkomende MB niet loslaat, volgt diskwalificatie. Gedurende het geven van MB blijft de HG rustig op zijn plaats zonder de hond in enige mate te beïnvloeden. Na het lossen moet de hond de PW dicht en opmerkzaam bewaken. Op aanwijzing van de KM gaat de HG in normale pas rechtstreeks naar zijn hond. Hij neemt de basispositie aan met het MB “Voet”. De PW wordt ontwapend door de softstok af te nemen. Er volgt een zijtransport van de PW naar de KM over een afstand ongeveer 20 passen. Een MB “Volg” is toegestaan. De hond moet aan de rechterzijde van de PW lopen, zodanig dat de hond tussen de PW en de HG loopt. De hond mag tijdens dit zijtransport de PW niet belasten noch aanbijten. Voor de KM wordt halt gehouden, de HG geeft de softstok aan de KM en meldt dat afd C beëindigd is. Op teken van de KM verlaat de PW het terrein. Voordat de KM de beoordeling bekend maakt moet de hond aangelijnd volgen.

 

d.      Beoordeling:

Inbreuken tegen de belangrijke beoordelingscriteria leiden tot puntenaftrek: snel en krachtig inbijten, volle en rustige beet tot het lossen, na het lossen opmerkzaam en dicht bewaken van de PW.

Is de hond tijdens de bewakingsfase licht onopmerkzaam of raakt hij de bijtmouw aan, dan wordt dit gesanctioneerd met het verlies van een kwalificatie. Bewaakt de hond zeer onopmerkzaam of belast hij de PW in grote mate, dan wordt dit gesanctioneerd met het verlies van twee kwalificaties.

Bewaakt de hond de PW niet, maar blijft hij wel in diens nabijheid, dan wordt dit gesanctioneerd met het verlies van drie kwalificaties. Verlaat de hond de PW of geeft de HG een MB waardoor de hond bij de PW blijft, dan wordt afd. C afgebroken.

 

 

Speurhonden Proef G.H.P.-SpH

 

Twee vreemde sporen als volgt:

 

Ongeveer 1800 passen, 8 benen, 7 hoeken, 7 voorwerpen (+ 1 identificatie voorwerp), circa 180 min oud, een verleidingsspoor, uitwerktijd 45 min.

 

Uitwerking van het Spoor: 80 + 80                                                         160 punten

Voorwerpen (6x3, 1x2): 20 + 20                                                              40 punten

Totaal:                                                                                               200 punten

 

Algemeenheden:

De KM of de WL bepalen aan de hand van het ter beschikking zijnde terrein het verloop van de sporen. De beide sporen moeten voor elke deelnemer gelegd worden op twee opeenvolgende dagen, op verschillende plaatsen en door verschillende spoorleggers. De sporen dienen verschillend van vorm te zijn. Het is niet toegelaten dat de hoeken en voorwerpen op dezelfde afstand of tussenruimte gesitueerd of neergelegd worden. De volgorde van werken wordt steeds door het lot bepaald.

 

De SL moet voor het leggen van de spoor de VW tonen aan de WL. De SL dient 30 minuten voor het leggen van het spoor in het bezit te zijn van de VW.

Het vertrek is een denkbeeldig vlak van 20 x 20 (400 m2). De basislijn wordt met twee stokken aangegeven. De SL betreedt het vlak langs het midden van één van beide zijlijnen en legt er het identificatievoorwerp neer dat het eigenlijke vertrek van het spoor aanduidt.  Het identificatie VW is van aard en grootte gelijk aan de andere 7 voorwerpen. Na een kort stilstaan gaat de SL in normale pas in de hem aangewezen richting, waarbij hij over de zijde kruist die tegenover de basislijn ligt. De benen van het spoor zullen aan het terrein aangepast zijn. Eén been moet de vorm hebben van een halve cirkel en minstens 3 speurlijnen lang zijn (30 meter). De halve cirkel begin en eindigt met een rechte hoek. De 7 hoeken moeten in normale pas gelegd worden en aan het terrein aangepast zijn. Tenminste 2 hoeken zijn scherp, tussen 30° en 60°. De VW moeten van verschillende samenstelling zijn (leder, hout, textiel). Zij kunnen onregelmatig op alle benen gelegd worden. Het laatste VW ligt aan het einde van het spoor. De VW moeten op het spoor gelegd worden zonder halt te houden. Na het leggen van het laatste VW moet de SL nog enkele passen recht door gaan. De voorwerpen zijn maximaal 10 cm lang, 2-3 cm breed en 0.5-1 cm hoog. Hun kleur mag niet wezenlijk verschillen van het terrein. Zij moeten een nummer dragen dat gelijk is aan het nummer op het speurpaaltje. Tijdens het leggen van het spoor moet de HG en de hond buiten het zicht zijn. Een ½ uur voor de aanvang van de speuroefening moet een tweede SL een verleidingsspoor leggen. Dit verleidingsspoor moet twee benen doorkruisen en dat nooit onder een hoek die kleiner is dan 60°. Het verleidingsspoor mag het eerste en/of het laatste been niet doorkruisen. Het mag niet 2 x hetzelfde been doorkruisen. De KM, WL en begeleidende personen zullen tijdens het werken van de hond niet vertoeven op die plaatsen waar de hond volgens het reglement het recht heeft om te zoeken.

 

a.      Mondeling bevel: “Zoek.

Het MB “Zoek” is toegestaan bij het begin van het spoor en bij het aanzetten na de voorwerpen. Ook tijdens het speuren, uitgezonderd op de hoeken en bij het naderen van de voorwerpen, is het toegestaan de hond aan te moedigen en het MB “Zoek” te herhalen.

 

b.      Uitvoering.

De HG bereidt zijn hond voor op het speuren. De hond kan vrij zoeken of aan de leiband van 10 m. De 10 m lange leiband kan over de rug, zijdelings, tussen de voorpoten of/of tussen de achterpoten gedragen worden. De leiband kan ook aan de, niet op strop ingestelde, halsketting bevestigd worden. Bovendien is het toegestaan de volgende speurtuigen te dragen: speurharnas of butcher, zonder bijkomende riemen.

Na te zijn opgeroepen meldt de HG zich met zijn hond in basispositie bij de KM en geeft aan of zijn hond verwijst of apporteert. De KM geeft de richting aan langs waar de hond het vertrekvlak dient te betreden. Gedurende de aanzet en tijdens het speuren is elke vorm van dwang verboden. Op teken van de KM dient de HG zijn hond langzaam en rustig naar het vertrekvlak (basislijn) te brengen en aan te zetten. De HG zelf mat het vlak pas aan het einde van de 10 m lange lijn betreden. De tijd tot het vinden van het identificatie VW is beperkt tot 3 minuten. De hond moet vanaf het identificatie VW met diepe neus en intensief in een gelijkmatig tempo het spoor volgen. De HG volgt zijn hond op 10 m afstand. Ook bij vrij zoeken moet deze afstand van 10 m gerespecteerd worden. De speurlijn mag, wanneer zij door de HG niet losgelaten wordt, doorhangen. De hond moet de hoeken zeker uitwerken. Na de hoeken moet de hond in gelijkmatig tempo verder werken. Zodra de hond een voorwerp gevonden heeft, moet hij het, zonder beïnvloeding door de HG, onmiddellijk opnemen of overtuigend verwijzen. Indien de hond het voorwerp opneemt, kan hij dit doen in staande of zittende houding of het apporteren naar de HG (de manier van apporteren moet niet steeds dezelfde zijn).

Verdergaan met het voorwerp of liggend opnemen is foutief. Het verwijzen kan liggend, staand of zittend gebeuren (mag ook wisselend). Nadat de hond het voorwerp verwezen heeft, laat de HG de lijn vallen en begeeft zich naar zijn hond. Door het omhoog steken van het voorwerp toont de HG dat het voorwerp gevonden werd. De HG neemt de lijn weer op, de hond wordt terug aangezet en zet het speuren verder. Na beëindigen van het spoor toont de HG aan de KM de gevonden voorwerpen.

Het toedienen van voedsel aan de hond is tijdens het speuren verboden. Het is de HG toegestaan na ruggespraak met de KM  de arbeid kort te onderbreken, indien hij van oordeel is dat de gezondheid van zichzelf of van zijn verzorging vereist. Bv: bij grote hitte. De aldus genomen pauze maakt onverminderd deel uit van de toegestane uitwerkingstijd (45 min). Het is de HG toegestaan om in deze pauze of bij de voorwerpen de ogen, neus en mond van de hond te verzorgen. Een natte doek kan voor dit doel worden meegenomen. De hulpmiddelen dienen vooraf aan de KM te worden voorgelegd. Andere hulpmiddelen zijn niet toegelaten.

 

c.       Beoordeling

Om te slagen moet het speurwerk op beide sporen met vermelding (70) gewaardeerd worden. Het zoeken en vinden van het identificatie VW wordt bij de beoordeling niet in aanmerking genomen. De beoordeling begint bij aanvang van het spoor. Het tempo is geen criterium voor de beoordeling van het werk indien het spoor intensief, gelijkmatig en overtuigend uitgewerkt wordt. Zich vergewissen zonder het spoor te verlaten is niet foutief.

Opnieuw aanzetten, aarzelen, speuren met hoge neus, behoefte doen, ronddraaien op de hoeken, voortdurend aanmoedigen door de HG, foutief opnemen of foutief verwijzen van de VW, vals verwijzen, leiden tot puntenaftrek.  Indien de HG met meer dan één speurlijnlengte het spoor verlaat, wordt het speuren afgebroken.

Indien de hond het spoor verlaat en tegengehouden wordt door de HG, dan zal de HG door de KM opgedragen worden om de hond te volgen. Wordt dit bevel van de KM niet opgevolgd, dan wordt het speuren afgebroken. Is binnen de tijd van 15 minuten na de aanzet het einde van het spoor niet bereikt, wordt het speuren afgebroken. Uitzondering hierop wordt gemaakt wanneer de hond reeds aan het laatste been begonnen is. De tot op het ogenblik van afbreken getoonde arbeid wordt beoordeeld.

Opnemen en verwijzen van de VW is foutief. De overlopen voorwerpen moeten niet aan de HG getoond worden.

De verdeling van de punten voor het speurwerk op de verschillende benen moet gebeuren op basis van de lengte en moeilijkheidsgraad. De beoordeling van het speurwerk op de verschillende benen gebeurt door kwalificaties en punten. Zoekt de hond niet, blijft hij lang verwijlen op eenzelfde plek zonder te zoeken, dan kan ook hier het speuren worden afgebroken, zelfs indien de hond zich nog op het spoor bevindt.

  

Enkele voorbeelden van sporen SpH-F.C.I.

 

 

Uithoudingsvermogenproef U.V.

Reglement op de U.V.-proef

 

A.     Algemeen.

 

1.      Doel

De uithoudingsvermogenproef moet het bewijs leveren dat de hond in staat is een lichamelijke inspanning te leveren van een zeker niveau zonder daarna overdreven vermoeidheidsverschijnselen te vertonen. Bij de hond zal deze inspanning uit een loopprestatie bestaan, aangepast aan zijn lichaamsbouw, en waarvan geweten is dat zij buitengewone eisen stelt aan het volledige lichaam en in het bijzonder het hart, de longen en het bewegingsapparaat, maar ook aan zijn andere kenmerken, zoals zijn temperament, kracht en uithoudingsvermogen. Door de test zonder overdreven moeite af te leggen, toont het dier dat het lichamelijk goed gezond is en beschikt over de door ons gewenste kwaliteiten. Beide zijn nodig wil het dier geschikt zijn voor de fok.

 

2.      Inschrijving

De inschrijving van de hond moet schriftelijk gebeuren en uiterlijk tien dagen voor de proef toekomen bij de wedstrijdleider. Niet tijdige inschrijvingen worden geweigerd. De organiserende vereniging verbindt er zich toe om de proef gedurende de zomermaanden enkel te laten afleggen gedurende de meest koele uren van de ochtend en avond. De temperatuur mag gedurende de proef in beginsel maximaal 22 C° bedragen.

De inschrijving moet bevatten:

-          De exacte naam van de hond zoals deze blijkt uit het stamboek

-          Het nummer van de stamboom of van het register en tatoeage of chip n°

-          Geslacht en datum van de geboorte

-          De namen en adressen van fokker, geleider en eigenaar.

Niemand kan verplicht worden om deel te nemen aan een U.V.-proef. De organiserende vereniging kan in geen geval aansprakelijk gesteld worden voor verwondingen of aandoeningen, die door de HG of de hond worden opgelopen gedurende de proef.

 

3.      Toelatingsvoorwaarden

De deelnemende honden moeten ingeschreven zijn in een door de F.C.I. erkend stamboek of register. Om tot de U.V.-proef te worden toegelaten moet de hond tenminste 16 maanden oud zijn en maximaal zes jaar oud zijn. Per KM mogen per dag max. 20 honden deelnemen. Indien dit aantal overschreden wordt, moet een tweede keurmeester fungeren. De honden moeten in perfecte gezondheid verkeren en goed geoefend zijn. Zieke of niet voldoende krachtige honden en ook loopse, drachtige of zogende teven worden niet toegelaten. Na door middel van hun naam opgeroepen te zijn, melden de deelnemers zich met de hond aan de voet, in sportieve houding bij de KM aan. Zij overleggen het geboortecertificaat, de stamboom of de kaart die de inschrijving in het register aantoont. Bij alle honden met stamboom of inschrijving in het register moet vooraf aan de proef een controle van de tatoeage gebeuren.

De KM, bijgestaan door de verantwoordelijke voor fokadvies van de organiserende vereniging, dient zich enkel te vergewissen van de goede conditie van de honden. Honden welke een vermoeide of lusteloze indruk geven, worden van deelname uitgesloten. De geleider van de hond moet zich tijdens de proef sportief gedragen. Overtredingen van de bepalingen worden met uitsluiting bestraft. De beslissing van de KM is onherroepelijk en beroep tegen zijn uitspraak is niet mogelijk.

 

4.      Beoordeling

Punten en kwalificaties worden niet gegeven, enkel de woorden “geslaagd” of “afgewezen”. Bij “Geslaagd” wordt het certificaat U.V. verleend.

 

5.      Terrein

De proef moet op straten en wegen van zoveel mogelijk verschillende aard afgenomen worden. Komen hiervoor in aanmerking: geasfalteerde, geplaveide en ongeplaveide straten en wegen.

 

6. Het is verplicht een bereikbare dierenarts van dienst aan te stellen voor de proef

 

B.      U.V.-examen.

Het afleggen van een afstand van 20 KM in een tempo van 12 tot 15 KM/uur

 

1.      Loopoefening

De hond moet aangelijnd aan de rechterzijde van de HG in draf naast de fiets lopen. Te snel lopen moet vermeden worden. De lijn moet voldoende lang en ontspannen gehouden worden, zodat de hond de mogelijkheid heeft zijn tempo aan te passen. Licht trekken aan de lijn door de hond niet foutief, wel voortdurend weerstand bieden. Na een afstand van 8 KM dient een pauze te worden ingelast van 15 min. Gedurende de pauze vergewist de KM er zich van of de hond geen tekenen vertoont van vermoeidheid of verwonding. Erg vermoeide honden of gekwetste honden worden van de verdere proef uitgesloten. Na deze pauze wordt een nieuwe afstand gelopen van 7 KM, waarna een rustpauze van 20 min voorzien is. Gedurende deze pauze moet aan de honden gelegenheid gegeven worden zich vrij te bewegen. Even voor het vertrek vergewist de KM er zich van of de honden tekenen vertonen van vermoeidheid of kwetsuren op de voetzolen. Indien dit het geval is, wordt hond verdere deelname uitgesloten. Vervolgens worden de laatste 5 KM van de proef afgelegd. Na het afleggen van de totale afstand volgt een pauze van 15 min gedurende dewelke de hond de gelegenheid heeft om vrij rond te lopen. De KM dient van de gelegenheid gebruik te maken om na te kijken in hoeverre de honden vermoeidheidsverschijnselen vertonen en/of de voetzolen van de honden kwetsuren vertonen.

De KM en de examenleider begeleiden de honden per fiets of per wagen. De KM noteert zijn vaststellingen over het werk van de honden tijdens de proef. Het is aan te raden een auto ter begeleiding te laten meerijden, om eventueel de honden die in moeilijkheden verkeren, te verzorgen en vervoeren.

Een hond die elk temperament of hardheid mist, buitengewoon vermoeide honden of diegenen die het tempo van 12 – 15 KM/uur niet kunnen volhouden en aanzienlijk meer tijd nodig hebben dan normaal, dienen te worden uitgesloten.

 

2.      Gehoorzaamheidsoefening

Elke deelnemer moet een vrije of aangelijnde volgoefening uitvoeren, volgens het G.H.P. of SchH-reglement. Er moet niet geschoten worden. De KM beoordeelt het normale gedrag van de hond.

 

Opmerkingen:

De WL moet aan elke HG het vertrekpunt aanduiden dat dermate is aangeduid dat alle deelnemers dezelfde afstand moeten afleggen. Het moet vermeden worden dat de hond een te grote afstand moet afleggen om zich naar het vertrekpunt te begeven. De HG dienen hun hond voor aanvang van de proef voldoende tijd te geven om zich te ontlasten.

Het gebruik van alcohol e.d. tijdens de proef en de rustpauzes is ten strengste verboden.

Het is eveneens verboden de honden stimulerende middelen toe te dienen.