VZW K9 LENDELEDE  -  HONDENSPORT -  VVDH KG 27 LENDELEDE


 

  

 


 

Reglement Open wedstrijddag

 

 

 

1.        Concrete doelstellingen

-         Het moet alle clubs uit het gewest samenbrengen om in het kader van een wedstrijd ervaring en kennis uit te wisselen tussen de verschillende clubs enerzijds en tussen ervaren en minder ervaren geleiders anderzijds.

-         De focus moet liggen om jonge onervaren geleiders of ervaren geleiders met nieuwe honden aan bod te laten komen, hen te stimuleren en bij te staan in de opleiding van hun hond.

-         Het moet voor de geleiders een mogelijkheid scheppen om zichzelf en hun hond te testen op het vlak van wedstrijdstress.

-         Er moet ingegaan worden op de tekortkomingen in de oefeningen en mogelijkheden aangeboden worden om de problemen op te lossen.

-         Het moet plezant en vriendschappelijk zijn voor eenieder.

 

 

2.        Praktische uitwerking

-         Het basisconcept van de trainingswedstrijd is het spelen van een wedstrijd, bij voorkeur alle drie de disciplines zodat de geleider kan controleren “hoe ver” zijn hond echt staat.

-         Door het spelen van een wedstrijd - aanmelden, publiek, keurmeester – ervaart de geleider een zekere stress, die hij overzet op de hond. Die stress creëert bij veel geleiders een drempel die onoverkomelijk lijkt. De trainingswedstrijd moet die stress en bijgevolg die drempel verlagen door het toelaten van hulp.

-         Tot slot moet de trainingswedstrijd het kader scheppen om als geleider ideeën op te doen om bepaalde problemen op te lossen.

-         Het is duidelijk dat er in géén enkel onderdeel, noch A,B of C, mag gewerkt worden met corrigerende hulpmiddelen zoals TT, prikband, lijband enz. Evenmin kan er tijdens de oefening met positieve/motiverende middelen gewerkt worden zoals bal of voedseldropper, zichtbaar bijtrolletje etc.

 

 

 

Wat kan? Wat kan niet?

 

  

Deel A, speuren

kan:

-         Op kortere afstand dan 10m achter de hond lopen, minimaal halve speurlijn. Korter achter de hond lopen geeft zowel hond als geleider meer vertrouwen zonder dat er sprake is van feitelijke gevolgen voor het speuren.

-         Tijdens het speuren, de hond belonen met stem. Het zal weinig tot geen wezenlijk verschil uitmaken in het resultaat wanneer de geleider de hond met de stem beloont.

-         Gebruik van einddoel. Op het einde van het speur, dus na het speuren kan de hond beloond worden met het einddoel: hetzij voeding, hetzij een bijtworstje of balletje.

kan niet:

-         Voeding leggen op het speur. Bij het voortdurend leggen van voeding op het speur is er geen sprake meer van het simuleren van een wedstrijd.

-         Het speuren onderbreken om de hond te belonen. Het is belangrijk om de hond te testen hoe ver hij in staat is 'rond te geraken' op een wedstrijdspoor zonder de vertouwde beloning: voeding of spelen.

   

 

 

 

Deel B, gehoorzaamheid

kan:

-         Belonen met bal of voeding tussen de oefeningen. Op een gewone wedstrijd kan de hond met de stem beloond worden tussen de oefeningen. Op de trainingswedstrijd kan een stap verder gegaan worden door het kort belonen met voeding, balletje of bijtworstje.

-         Het gebruik van een eigen apportblok.

-         Oefening herhalen bij probleem. De grootste vrees van de geleider is dat er 'iets stoms' misloopt. Deze vrees is grotendeels op te lossen wanneer de geleider een verkeerd gelopen oefening kan herdoen.

kan niet:

-         Inwerking dmv lichaamstaal of andere fysische hulp. Aangezien de wedstrijd zoveel mogelijk moet benaderd worden kan er geen sprake zijn van inwerking.

-         Belonen tijdens een oefening. Wanneer beloond wordt tijdens een oefening kan de keurmeester onmogelijk de oefening volledig beoordelen.

                    

            

 

                       Deel C, pakwerk

kan:

-         Pakwerk doen met eigen pakwerker. Een eigen vertrouwde pakwerker kan voor zowel voor hond als geleider een stuk stress wegnemen terwijl de wedstrijd nog altijd dezelfde wedstrijd blijft.

-         Belonen na een oefening door mouw mee te geven. Net zoals bij gehoorzaamheid kan na een oefening de hond beloond worden door de mouw mee te geven. Uiteraard moet de keurmeester elke oefening volledig zien.

 

-         Oefening herhalen bij probleem. Ook hier weer kan de geleider een stuk zekerder aan de oefening beginnen wanneer hij weet dat hij indien het misgaat een oefening kan hernemen.

kan niet:

-         Fysische inwerking op de hond.

 

                  

 

 

De keurmeester, het keuren

Bij de keuze van de keurmeester moet een keurmeester vooropgesteld worden die zelf nog actief wedstrijden speelt in het GHP/SchH -programma.  Iemand die zelf nog de 'werkvloer' kent zal immers altijd beter advies kunnen geven.

 

Specifiek punten geven bij elke oefening is uitgesloten. De bedoeling is dat de deelnemer een rapportje krijgt met de punten die goed afgewerkt waren, met in toevoeging de punten die nog verder kunnen verbeterd worden.  Oplossingen voor die problemen kunnen besproken worden met andere geleiders.

 

Belangrijk is dat het keuren niet herleid wordt tot het opsommen van de negatieve punten, maar wel dat er gestart wordt met de goede zaken om dan van daaruit verder te gaan naar de onafgewerktheden.  Al deze zaken moeten genoteerd worden zodat de geleider zijn sterke en zwakke punten kan bijhouden.

 

Zowel van deelnemer als van keurmeester wordt heel wat verwacht. Hoewel er geen punten gegeven worden dient de geleider zijn hond op een zo eerlijk mogelijke manier aan de keurmeester te tonen opdat hij op zijn beurt de prestatie kan analyseren en zo opbouwend mogelijk kan beoordelen.