|
Reglement
Open wedstrijddag
1.
Concrete doelstellingen
-
Het moet alle clubs uit het gewest samenbrengen
om in het kader van een wedstrijd ervaring en kennis uit te
wisselen tussen de verschillende clubs enerzijds en tussen
ervaren en minder ervaren geleiders anderzijds.
-
De focus moet liggen om jonge onervaren
geleiders of ervaren geleiders met nieuwe honden aan bod te
laten komen, hen te stimuleren en bij te staan in de opleiding
van hun hond.
-
Het moet voor de geleiders een mogelijkheid
scheppen om zichzelf en hun hond te testen op het vlak van
wedstrijdstress.
-
Er moet ingegaan worden op de tekortkomingen in
de oefeningen en mogelijkheden aangeboden worden om de
problemen op te lossen.
-
Het moet plezant en vriendschappelijk zijn voor
eenieder.
2.
Praktische uitwerking
-
Het basisconcept van de trainingswedstrijd is
het spelen van een wedstrijd, bij voorkeur alle drie de
disciplines zodat de geleider kan controleren “hoe ver”
zijn hond echt staat.
-
Door het spelen van een wedstrijd - aanmelden,
publiek, keurmeester – ervaart de geleider een zekere
stress, die hij overzet op de hond. Die stress creëert bij
veel geleiders een drempel die onoverkomelijk lijkt. De
trainingswedstrijd moet die stress en bijgevolg die drempel
verlagen door het toelaten van hulp.
-
Tot slot moet de trainingswedstrijd het kader
scheppen om als geleider ideeën op te doen om bepaalde
problemen op te lossen.
-
Het is duidelijk dat er in géén enkel
onderdeel, noch A,B of C, mag gewerkt worden met corrigerende
hulpmiddelen zoals TT, prikband, lijband enz. Evenmin kan er
tijdens de oefening met positieve/motiverende middelen gewerkt
worden zoals bal of voedseldropper, zichtbaar bijtrolletje
etc.
Wat
kan? Wat kan niet?
Deel A, speuren
kan:
-
Op kortere afstand dan 10m achter de hond
lopen, minimaal halve speurlijn. Korter achter de hond
lopen geeft zowel hond als geleider meer vertrouwen zonder dat
er sprake is van feitelijke gevolgen voor het speuren.
-
Tijdens het speuren, de hond belonen met stem.
Het zal weinig tot geen wezenlijk verschil uitmaken in het
resultaat wanneer de geleider de hond met de stem beloont.
-
Gebruik van einddoel. Op het einde van
het speur, dus na het speuren kan de hond beloond worden met
het einddoel: hetzij voeding, hetzij een bijtworstje of
balletje.
kan
niet:
-
Voeding leggen op het speur. Bij het
voortdurend leggen van voeding op het speur is er geen sprake
meer van het simuleren van een wedstrijd.
-
Het speuren onderbreken om de hond te belonen.
Het is belangrijk om de hond te testen hoe ver hij in staat is
'rond te geraken' op een wedstrijdspoor zonder de vertouwde
beloning: voeding of spelen.
Deel B, gehoorzaamheid
kan:
-
Belonen met bal of voeding tussen de
oefeningen. Op een gewone wedstrijd kan de hond met de
stem beloond worden tussen de oefeningen. Op de
trainingswedstrijd kan een stap verder gegaan worden door het
kort belonen met voeding, balletje of bijtworstje.
-
Het gebruik van een eigen apportblok.
-
Oefening herhalen bij probleem. De
grootste vrees van de geleider is dat er 'iets stoms'
misloopt. Deze vrees is grotendeels op te lossen wanneer de
geleider een verkeerd gelopen oefening kan herdoen.
kan
niet:
-
Inwerking dmv lichaamstaal of andere fysische
hulp. Aangezien de wedstrijd zoveel mogelijk moet benaderd
worden kan er geen sprake zijn van inwerking.
-
Belonen tijdens een oefening. Wanneer
beloond wordt tijdens een oefening kan de keurmeester
onmogelijk de oefening volledig beoordelen.
Deel C, pakwerk
kan:
-
Pakwerk doen met eigen pakwerker. Een
eigen vertrouwde pakwerker kan voor zowel voor hond als
geleider een stuk stress wegnemen terwijl de wedstrijd nog
altijd dezelfde wedstrijd blijft.
-
Belonen na een oefening door mouw mee te
geven. Net zoals bij gehoorzaamheid kan na een oefening de
hond beloond worden door de mouw mee te geven. Uiteraard moet
de keurmeester elke oefening volledig zien.
-
Oefening herhalen bij probleem. Ook hier
weer kan de geleider een stuk zekerder aan de oefening
beginnen wanneer hij weet dat hij indien het misgaat een
oefening kan hernemen.
kan
niet:
-
Fysische inwerking op de hond.
De keurmeester, het keuren
Bij
de keuze van de keurmeester moet een keurmeester vooropgesteld
worden die zelf nog actief wedstrijden speelt in het GHP/SchH
-programma. Iemand die zelf nog de 'werkvloer' kent zal
immers altijd beter advies kunnen geven.
Specifiek
punten geven bij elke oefening is uitgesloten. De bedoeling is
dat de deelnemer een rapportje krijgt met de punten die goed
afgewerkt waren, met in toevoeging de punten die nog verder
kunnen verbeterd worden. Oplossingen voor die problemen
kunnen besproken worden met andere geleiders.
Belangrijk
is dat het keuren niet herleid wordt tot het opsommen van de
negatieve punten, maar wel dat er gestart wordt met de goede
zaken om dan van daaruit verder te gaan naar de
onafgewerktheden. Al deze zaken moeten genoteerd worden
zodat de geleider zijn sterke en zwakke punten kan bijhouden.
Zowel
van deelnemer als van keurmeester wordt heel wat verwacht.
Hoewel er geen punten gegeven worden dient de geleider zijn
hond op een zo eerlijk mogelijke manier aan de keurmeester te
tonen opdat hij op zijn beurt de prestatie kan analyseren en
zo opbouwend mogelijk kan beoordelen.
|